Opvallende figuur in het nieuwe coachteam van de roeibond op de kruistocht naar Peking 2008 en in zijn geval Londen 2012: Rob Jonkman, 66 jaar. De ex-peetvader van de rebellenclub Twente Vier is nu, samen met Coen Eggenkamp developmentcoach van de groep plusminus 23-jarigen. Het is de bedoeling dat beide heren toeleverancier zijn voor de nationale selecties toproeiers/-sters. Wat bezielt deze man? Zijn spontane antwoord luidt: Het is zo leuk resultaten te boeken met jonge mensen die wat willen bereiken.
Rob Jonkman is een happy pensionaris. Hij stichtte 11 jaar geleden Interstroom voor Informatietechnologie. Dat bedrijf wordt geleid door oud-roeiers en draait uitstekend. Zelf houdt hij strategisch nog een oogje in het zeil. Om dichter in de buurt van zijn kinderen, en toekomstige kleinkinderen, te zijn verhuisde hij onlangs van Delden in het oosten van ons land naar Amsterdam.
Coachen in roeien deed hij vanaf 1983 en hij raakte nationaal én internationaal bekend met de Twente Vier. Een herinnering: In 1996 won de Holland Acht de gouden medaille bij de Olympische Spelen van Atlanta. In het oosten coachte ik wat doodgewone jongens. Bij het zien van de Holland Acht kwam de vraag op: Zouden wij dat ook kunnen, zouden wij ook aan de Olympische Spelen kunnen meedoen? Wij zijn dat project toen serieus gaan aanpakken. Alles moest goed zijn: boot, kleding, werkwijze, trainingstijden, uniformiteit. Iedereen lachte zich rot. Eric Verduyn deed in het begin nog mee. Hij maakte later plaats voor Jeroen Spaans. Wij bevonden ons wel afzijdig van de KNRB. Dat kwam ook omdat de toenmalige coaches aan het bekvechten waren over het lichte roeien. Tjark de Vries, toen de voorzitter van de CTR, hield er zijn handen vanaf. Op de Randstad Regatta roeide de Twente Vier alle lichte ploegen op honderden meters afstand. Automatisch kregen wij het stempel rebellenclub. Wij gebruikten dat in ons voordeel. Slecht roeien deed die lichte vier bepaald niet. Het Nederlands record van 5 minuten 48 seconden, in Luzern gevestigd, staat nog steeds, evenals het Bosbaanrecord van 5.52. Geen enkele lichte vier is daar tot op heden in de buurt van gekomen. De Twente Vier was op een bepaald moment bekender dan de Holland Acht. Bij het Sportgala aan het eind van 2000 maakte presentator Jack van Gelder nog een schitterende fout. De dubbelvier van Michiel Bartman, die zilver had gewonnen in Sydney, werd op het podium geroepen en noemde dat kwartet Twente Vier. Wij rolden thuis van de bank van het lachen.
Rob Jonkman, de coach van de Twente Vier, was tijdens de Olympische Spelen van Sydney wereldberoemd geworden door een heupbreuk bij een val met in die tijd zon modern stepje, een autoped met kleine wieltjes. Domme fout dat ik er mee ging rijden, zegt hij terugkijkend, de jongens kochten zon ding en wilden per se dat ik er ook een had. Ik had het nooit moeten doen.
Na Sydney verdween de Twente Vier (8e plaats) van het strijdgewoel op de roeiwateren. Jonkman coachte een jaar later nog wel de helft van de ploeg, bestaande uit Robert van der Vooren en Simon Kolkman, naar zilver bij de WK in Luzern in de ongestuurde twee lichtgewicht. Daarna deed hij het enige tijd rustiger aan. Hij bleek het roeien niet te kunnen loslaten. Hij coachte bij Skadi, Orca en Nereus onervaren roeiers; eerste- en tweedejaars. Toen ik nog in het oosten van het land woonde, was ik vaak meer tijd kwijt met heen en weer rijden dan met het coachen.
Jonkman deed het met liefde voor de sport. In 2006 kreeg hij van Maarten Rups van der Linden, coach bij de KNRB, het verzoek of ik een lichte senioren B-groep wilde begeleiden naar de WK onder 23. Het was een week voor de Koninklijke waar die groep moest aantonen waardig te zijn voor die WK. Ik had het idee aan een dood paard te trekken, maar ze roeiden op de Koninklijke zo redelijk dat ze een uitzending verdienden naar de WK. Het leuke daaraan was dat er, door al die verschillende mensen in de groep, een veel groter beroep op je intelligentie werd gedaan. Aan het coachen van tweede- of derdejaars hoef je niet zo veel aan te doen, dat kun je zonder bij na te denken. Maar mensen bij elkaar brengen en snel te laten varen, vraagt veel meer het onderste uit de kan van je ervaring.
Na het seizoen 2006 zei Jonkman tegen Maarten Rups van der Linden: Als je nog eens hulp nodig hebt, ben ik wel beschikbaar, hoor. Jonkman: In de tussentijd is er iets gebeurd, waardoor Maarten nu weg is bij de bond. Kennelijk heb ik toch fans bij de bond, dat ik gevraagd ben mee te werken aan het developmentprogramma.
Jonkman doet het graag want hij vind het leuk om elke seizoen opnieuw te beginnen met mensen die ook achter het doel staan. Kijken hoe goed ze zijn, en nog leuker is om daarbij net iets slimmer te zijn dan de anderen. Ik voel mij geen 66. Hoe lang ik dit nog doe, hangt er vanaf. Hoe lang accepteren de jonge mensen mij nog? Nu is er respect vanwege de kennis. Ook weten ze dat als ik ze coach, ze resultaten boeken.


