De lichte vier-zonder-stuurman miste op 0,05 seconde een medaille. Een fotofinish wees het brons toe aan Italië. Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Karel Dormans en Joeri de Groot roeiden een zeer sterke tweede duizend meter. “Ik was in de overtuiging dat we brons hadden. Ik heb er elke haal in geloofd, dat maakt het extra zuur dat het de vierde plek is”, verzuchte Snijders. De Groot denk niet dat ze het ergens hebben laten liggen: “We hebben alles gedaan wat we konden. Ik denk niet dat we nog harder hadden kunnen starten. Karel was niet helemaal lekker, dat heeft voornamelijk in de halve finale het meeste meegespeeld. Bij de finale was hij weer helemaal hersteld. Daar ligt het niet aan”. De slagroeier beëindigde in Athene zijn roeicarrière. “Dat heb ik al lang geleden besloten. Ik kan het met geheven hoofd afsluiten”. De olympische titel ging naar wereldkampioen van vorig jaar, Denemarken. Die ploeg bleef Australië voor.
De Polen Tomasz Kucharski en Robert Sycz prolongeerden hun titel in de lichte dubbeltwee en zijn wederom olympisch kampioen. Zilver was er voor Frankrijk. De Grieken roeiden verassend naar het brons. De vrouwen dubbelvier uit Duitsland greep het eremetaal voor Engeland en Ukraïne. De Duitsers domineren dit veld al sinds de spelen van Barcelona 1992. Katrin Boron nam haar vierde gouden olympische medaille in ontvangst. Bij de mannen dubbelvier ging het goud onverwacht naar Rusland. Tsjechië won het zilver voor Ukraïne. Opvallend genoeg speelde Duitsland bij dit nummer geen enkele rol van betekenis.




