Dit weekeinde verscheen het aprilnummer van het maandblad Roeien. In de nieuwste editie ondermeer een artikel van NLroei redacteur Sybrand Treffers. Hij stelt in een artikel dat de lezer meteen afhaakt als een artikel begint met een opsomming van weersomstandigheden. Holland Acht, Nieuwelingen en afgelasting zijn de woorden waarmee dit verslag van de voorjaarsklassiekers Head en Heineken eigenlijk moet openen. Maar zeg nou zelf. Over een jaar of tien. Tijdens dat verjaardagsfeestje van die ploeggenoot. Gaat het gesprek dan over de snoek die u in 2009 sloeg in de Omval? Over het baanrecord dat de Holland Acht noteerde bij de slotafstand van de Roeivierkamp in 2004? Of praat u dan toch weer eens over de wind die het 72ste Lange Afstands Kampioenschap van de Amstel letterlijk heeft afgeblazen?
Verder in Roeien
|
De vrouwen lopen in. 51 keer werd over 5500 meter het Kampioenschap van de Amstel voor Dames gevaren. Bij de heren deed zich een unieke situatie voor. Een weekje uitstel kwam wel eens voor bij de roeiwedstrijden die het roeiseizoen openen. Maar op de 72ste editie moeten de mannen minimaal één jaar wachten. Terwijl de vrouwen van Skøll rond koffietijd trots de blauwe wimpel in de mast hingen, besloot de wedstrijdleiding het middagblok alvast te schrappen. De clubachten, jeugdviertjes, en veteranenploegen (de E tot en met H-categorie) die vanuit Amsterdam naar Ouderkerk roeien, zouden de wind, van gemiddeld een kleine 50 kilometer per uur, voornamelijk tegen hebben. Op zich te doen, maar de vlagen die Schiphol registreerde, tikten soms bijna de 100 km/u aan.
Op de zaterdag, voor velen de oproeidag en de kans eens gezellig met honderd andere boten over de rivier in de hoofdstad te flaneren, haalde de wind soms snelheden tot boven de 100 km/h. 29 meter per seconde, bij aanhoudende wind goed voor windkracht 11. Twee achten zonken zaterdagmiddag. Een van die boten, uit het Duitse Limburg am Lahn, brak zelfs in tweeën. Een vier die uit het water zou worden getild, vloog geholpen door een windvlaag zelf het vlot op. Een ander viertje werd bij RIC door de wind van een aanhangwagen geblazen. Een acht van de Drie Provinciën ging de Amstel op, werd vervolgens bijna de struiken ingeblazen, en keerde gauw terug. Uit Cuijk gekomen voor een roeitochtje van vijftig meter.
Tijdens de stuurliedenvergadering bij Poseidon besprak men, nadat tien minuten lang alle ploegen een voor een waren afgeroepen, de situaties die zich kunnen voordoen bij het inhalen tijdens de wedstrijd. Allerlei varianten verschenen op een groot scherm. Oplopende ploegen, obstakels, bruggaten. Geen woord over wind en golven. Om 15.30 uur schalde de stem van Jan Willem van der Wal door het clubgebouw van het organiserende Willem III. Wegens de extreem harde wind werd het oproeien naar Ouderkerk gestaakt. Alle vrouwenploegen die hun boot nog in Ouderkerk moesten ‘inleveren’, dienden zondagmorgen voor 8.30 uur op het botenterrein in Ouderkerk aanwezig zijn. “Let op!”, liet Van der Wal weten, “alle boten moeten daar wel het water uit, anders is het onmogelijk de boten op te lijnen.”
In de hoop dat de wind zou afnemen, werd zondag aanvankelijk besloten alleen de ploegen van het middagblok niet te laten varen. Vanuit de tot crisiscentrum omgebouwde werkplaats bij Willem III gingen telefoontjes naar de meteodienst van luchthaven Schiphol en naar het KNMI in De Bilt. Onweer zou de wind begeleiden, was de verwachting. Om twee uur ‘s middags kwam de mededeling: ook het laatste blok zou niet van start gaan. Geen moment werd overwogen alleen de hoogste divisie van start te laten gaan. “Een Head met tien boten is geen echte Head”, zei de organisatie desgevraagd. Veertig deelnemers aan de Head of The River Thames in Londen werden diezelfde dag door reddingsdiensten in veiligheid gebracht nadat verschillende boten door het ruwe weer waren gezonken. Aan het evenement in Engeland deden 145 boten mee. In Amsterdam hadden zich meer dan 500 ploegen gemeld. Tien procent meer dan in 2003.
Het noodweer trof de roeiers niet, maar raasde wel over Haarlem en de Zaanstreek. De wind ging maandag liggen, de discussie laaide echter op. Terwijl verschillende botenwagens voorzichtig aan de uitgestelde terugtocht begonnen, verschenen kritische teksten op internet. In een brief gaven de organisatoren tekst en uitleg. Uit het schrijven bleek dat ook was overwogen de wedstrijden in de ochtend te stoppen. “Om negen uur was de wind weer aangewakkerd en maakten we ons enigszins ongerust, om tien uur was het weer zo verslechterd dat werd getwijfeld. Echter, een evenement als de Head met twee honderd ploegen op het water kun je niet zo makkelijk stopzetten. Het duurt zeker een uur voor alles in Ouderkerk van het water zou zijn. Stilliggen in de wind was zo mogelijk nog moeilijker dan er in roeien. De snelste manier om iedereen van het water en in veiligheid te krijgen was doorgaan.” Bij de start deden zich wat probleempjes voor. En volgens een enkele deelnemer waren de uitslagen niet helemaal correct doordat ploegen door elkaar waren gestart. Maar alle boten en bemanningen kwamen veilig aan in Amsterdam.
“De weersvoorspellingen waren zodanig dat de organisatie en de jury gezamenlijk besloten het tweede blok te annuleren en te wachten met het overroeien voor de start van 16.00 uur. Op dat moment werd ook besloten dat lichte ploegen niet meer gewogen zouden worden. De reden hiervoor was dat niet alle lichte ploegen hun boot in Ouderkerk hadden liggen en er in totaal nog meer dan 100 ploegen moesten oproeien en in kiellinie gelegd moesten worden. Uitstappen en wegen was binnen de beschikbare tijd niet meer haalbaar.”
Deelname van de Holland Acht was rond de bekendmaking van de totale afgelasting ook al verre van zeker. De ploeg overwoog niet van start te gaan mocht de organisatie niet zelf besluiten te annuleren. Varen op het woelige water zou kansen op blessures vergroten. Daarbij, tijdens de Heineken Roeivierkamp had het octet zich al laten zien. Michiel Bartman, Diederik Simon, Matthijs Vellenga, Jan Willem Gabriëls, Daniël Mensch, Geert-Jan Derksen, Gijs Vermeulen en René ten Thije (die de geblesseerde Gerritjan Eggenkamp verving) en stuurman Chun Wei Cheung verscherpten meteen het baanrecord over de vijf kilometer dat de Holland Acht II in 1999 in de boeken liet noteren.
Tijdens de 2500 en 250 meter had de acht van coach Mark Emke nog wat aarzelend gevaren. Het leek alsof de roeiers twijfelden bij de intik. Bij de 750 en 5000 meter was een duidelijk betere catch waarneembaar, de ploeg straalde meer rust uit. De eerste twee afstanden gingen volgens hoofdcoach René Mijnders “redelijk”, maar na de solide vijf kilometer was zijn oordeel “zeer positief”.
“Beetje rommelige voorbereiding, maar we zijn een behoorlijk eind op weg”, zei Mijnders. Op weg naar Athene streek de acht, vermoeid door onderlinge strijd en spanning die selecties in Sevilla met zich meebrachten, neer in Amsterdam. Een week voor de Vierkamp werd een nieuwe boot in gebruik genomen. Maar met de Hudson, de werf die ook de schepen leverde waarin Canada de laatste twee jaar de wereldtitel won, konden de roeiers nog niet overweg. Ranker en juist daardoor mogelijk sneller bleek de nieuwe acht te wankel voor de nog weinig op elkaar ingespeelde roeiers. Hun vorige boot van Duitse herkomst was voor het toernooi toegezegd aan buitenlandse ploegen. Uiteindelijk werd in de Empacher gevaren waarmee Emke zelf in een veteranencategorie won. Voor en na de alle afstanden moest de boot worden omgeriggered. Emke roeide op bakboord terwijl Bartman op de zelfde positie in de boot over stuurboord aan de riem trok, waardoor alle posities in de boot wisselden van zijde.
Ook tijdens de Roeivierkamp woei het stevig. Niet alleen de bekende borden met daarop de uitslagen werden het water in geblazen. In de eerstejaars acht bleken twee roeiers te zitten die de nieuwelingen status bleken te bezitten en derhalve niet in een de ploeg hadden mogen zitten. Nereus werd na de derde afstand uit de strijd gehaald. Elders in deze Roeien meer over deze kwestie.
‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.
Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]



