Blad Roeien: Wereldbeker zege voor Van Eupen en Van der Kolk

Archief

Tijdens de laatste World Cup van het jaar, traditioneel gehouden in Luzern, wist de Nederlandse équipe een prachtig resultaat neer te zetten. Voor het eerst sinds Eeke van Nes en Pieta van Dishoeck wist een Nederlandse ploeg een wereldbekercyclus naar zijn hand te zetten. Met het goud in de lichte dames dubbeltwee zorgden Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk voor een mooie prestatie, in een toernooi waar ook andere nationale ploegen van zich deden spreken.
Het augustus nummer van het blad Roeien valt één dezer dagen bij de abonnees in de bus. Dit verslag van de wereldbeker in Luzern, geschreven door Coen Eggenkamp, is één van de artikelen.

Verder in het augustus nummer van het blad Roeien:

  • Kort Nieuws: Kleine nieuwtjes over de Erasmus Sprints te houden op 31 augustus op de Nieuwe Maas tussen de Erasmusbrug en de Willemsbrug. Vergoeding kamprechers op FISA wedstrijden. Nu worden hun onkosten onvolledig vergoed, terwijl de kamprechters meestal hun vakantie opofferen voor de FISA wedstrijden. Een nieuwe sportdrank ontwikkeld door DSM.
  • Het Slot van het Ernst & Young Klassement voor eerstejaars achten: voorspelbaar, spannend en alles b epalend. Hoewel Phocas het snelst opende, kwam Nereus na enige honderden meters weer vooraan te liggen en consolideerde zijn eerste positie in het klassement. Dit zelfs zonder Anne van Drumpt die uiteindelijk de voorkeur gaf aan selectie voor de WK en hierin slaagde door geselecteerd te worden voor de dubbelvier. Bij de lichte mannen won Triton overtuigend het klassement met de meeste punten van alle achten in het EYK klassement: 79 punten. Vanaf de Varsity was Triton al onverslaanbaar. Bij de zware mannen was het wederom Nereus die als eerste over de finishlijn schoof. Alhoewel Orca tot 1000 meter langzij lag werd deze positie door Njord/Asopos-combi na 1500 meter omgezet in een derde positie voor Orca. De Leidse combinatie vormde echter geen bedreiging meer voor Nereus.
  • Zoals gebruikelijk vertelt Jan Willem Landman uitvoerig over de sfeer in het roeimekka van Engeland, Henley en over de prestaties van de Nederlandse ploegen. Nereus bereikte de halve finale in zijn strijd om de Visitors Challenge Cup, maar delfde het onderspit tegen de Amerikanen van Princeton University. De vier-zonder van Skadi, die zich eerst had moeten bewijzen op de kwalificatieraces om mee te mogen doen versloeg op vrijdag de grote favoriet van Oxford Brooks University. In een enerverende race haalde Skadi de overwinning in de snelste dagtijd. Helaas konden zij dit kunstje de volgende dag niet herhalen. Door slecht sturen belandde de ploeg in de booms, maar ondanks dat moest er een finishfoto aan te pas komen om aan te tonen, dat de Ieren de halve finale hadden gewonnen met een foot. Voor de Diamond Sculls hadden zich geen grootheden gemeld. Voor de drie Nederlanders was deze wedstrijd een maatje te groot.
  • Van het botentransport naar Luzern maakte Sybrand Treffers een boeiend verslag. Voor drie wedstrijden was hij met Cas Meeuwisse acht dagen onderweg. Niet alleen de verwikkelingen met de douane komen aan bod, het verhaal geeft een goede indruk van de jarenlange ervaringen van de firma Meeuwisse met het vervoer van Nederlandse boten, en wat er al zo komt kijken voordag de top- of toerroeier in zijn boot kan stappen.
  • De Juniorenequipe die naar de coupe de la Jeunesse en de WK is uitgezonden is relatief breed. Helaas is het aantal meisjes dat uitkomt vrij schraal ten opzichte van de jongens.
  • Jeroen van Renesse verhaalt in Ingelijst over de trouwlustie dertigers: ‘Roeiers trouwen als lemmingen’. Een fraaie foto licht het verhaal toe.
  • Zeeroeien is dit jaar in trek. In een dubbeltwee staken vier Jason roeiers in estafettevorm het Kanaal over vanaf Cherbourg in Frankrijk naar Poole in Zuid Engeland. Bijna wordt de mist hen fataal, op het laatste nippertje ontwijken ze de bulbsteven van een gigantisch zeeschip. Het zeegat uit in een wedstrijdskiff is zeker een primeur, waarvoor Mark Boom van De Hoop tekende. Hij verliet de IJmuidense sluis om langs de kust te roeien naar Bloemendaal. De house beats van de strandtent dienden als navigatiemiddel.
  • In Wetenschap en Techniek dit maal ‘De invloed van roeien op rugpijn’. Volgens een Amerikaans onderzoek over rugpijn onder ‘college’ roeiers is roeien niet slecht voor de rug. Wel zorgt roeien voor een matige rug voor extra belasting, maar de rug kan er zeker baat bij hebben en geeft later minder problemen. Een tabel geeft inzicht over het missen van trainingen van mensen die geen rugpijn hadden voordat ze gingen roeien en van hen die dat al wel hadden.
  • Het aantal Klassementen in de Nederlandse roeisport is de laatste jaren flink toegenomen. In de Stelling van de maand: Te veel roeiklassementen in Nederland geven vier prominenten hun visie op dit onderwerp.
  • Carel Wilbrenninck, jarenlang het gezicht van de CIC, de materiaalwinkel van de ARB heeft een punt gezet achter zijn werkzaamheden. In een interview, haalt hij onder meer herinneringen op aan een acht uit 1942, die momenteel, prachtig gerestaureerd, aan zijn derde roeivereniging toe is.
  • In deze editie van Roeien veel aandacht voor breedtesport. Een deelnemer aan het KNRB roeikamp in Terherne verhaalt over haar belevenissen in de tot Olymp;us omgedoopte boerderij. De keuze voor de Onderwereld had een dropping tot gevolg. Een ‘waanzinnige’ tocht vanaf 9 uur ’s avonds tot 9 uur ’s ochtends: iedereen was gebroken, het was een overgetelijke nacht.’ Een echte veteraan, die voor de 45e maal deelneemt aan een KNRB tocht , licht de voorjaarstocht in het Noord-Hollandse poldergebied toe en schroomt niet enkele kanttekeningen bij de routebeschrijvingen te zetten.
  • In ‘Vakantiegevoel bij Aross’ wordt deze twintigjaarige vereniging in Oss in het zonnetje gezet. De vereniging organiseert jaarlijks roeiwedstrijden voor bedrijven in de regio, niet zozeer als ledenwerving, maar wel voor de inkomsten en de pr. Niet alleen Amsterdam kent zijn ‘Sail’, ook doen de oude grote zeilschepen eens in de vijf jaar Delfzijl aan. RV Neptunus organiseerde een toertocht door de Zeehaven, waaraan niet alleen Nederlandse roeiers, maar ook zo’n 30 Duitsers deelnamen. Tenslotte organiseerde RV Barendrecht dit jaar de nationale tocht voor gehandicapte roeiers. ‘Het belangrijkste van de tocht is dat de sporters ook eens andere gehandicapten in een andere omgeving ontmoeten.’ Zij kijken hier ook een heel jaar naar uit.
  • In Media aandacht voor de Golf Tour van Sir Stgeven Redgrave. Steratrractie van een prestigieus golfarrangement in het Verenigd Konikrijk. En natuurlijk voor het fenomeen van de ‘Groningen Acht’, waarbij aandacht voor het diepte-interview van verslaggever Pim van Bakel van het Dagblad van het Noorden met Niels van Steenis, een van de initiatiefnemers van de nieuwe acht.

Goud en hoogtestage voor lichte dames

Met het goud voor Van Eupen en Van der Kolk werd maar weer eens bevestigd dat internationale successen vaak pas worden behaald na jarenlange intensieve trainingsarbeid en wedstrijden op het hoogste niveau. Het Nereus-tweetal roeide reeds in 2000 op de Spelen van Sydney in de finale, maar eindigde daar nog ver van een medaille. Ook in de jaren erna lukte het, soms in andere samenstellingen, niet het erepodium te bereiken. En toen Van Eupen en Van der Kolk dit voorjaar weer met elkaar in de boot gingen zitten, kwam het harde roeien ook niet vanzelf. Vaak genoeg moest er aan de boot gesleuteld worden om tot een ideale afstelling te komen, waar beide – als tegenpolen bekend staande – dames genoegen mee konden nemen. De World Cups in Milaan en München werden daarentegen meteen goed gevaren. Vlak achter de Duitsers werd tweemaal naar zilver geroeid. De Australische wereldkampioenen Causby en Halliday kwamen echter pas in Luzern voor het eerst aan de start. Helaas waren het nu de Duitse dames die niet aan de start verschenen. Halverwege het toernooi moesten zij zich terugtrekken wegens een rugblessure, waardoor de echte krachtmeting tussen de drie grootmachten zal moeten uitblijven tot de WK in Milaan.


Wereldkampioen Australie (voorgrond) werd gepasseerd. Weloverwogen aanpassingen aan de boot brachten Van Eupen en Van der Kolk weer een stap verder. Hoogtestage in Zwitserland moet het duo tijdens de WK ongrijpbaar maken.

In de finale waren de Aussies sneller weg, maar zij moesten in de laatste 500 meter de Hollandse dames, die over een verwoestend eindschot beschikten, het nakijken geven. De vreugde en ontlading was bij beide dames groot en de innige felicitaties naar elkaar toe veelzeggend. Met de zege, die ook baanrecord betekende, werd namelijk ook meteen de World Cup als geheel winnend afgesloten, iets wat sinds Eeke van Nes en Pieta van Dischoeck in 1998 niet meer door een Nederlandse ploeg was gelukt. Bondscoach Josy Verdonkschot was met de overwinning uiteraard zeer verheugd, maar blijft op zoek naar perfectie. De Nereiden bleven ook na de wedstrijden in Luzern en gingen daar in de omgeving op hoogtestage. Verdonkschot: “Dit fenomeen is iets waarmee in Nederland bijna nog nooit is geëxperimenteerd. En dit is nog de enige kans die we hebben. Volgend jaar bij de Spelen willen we niet het risico lopen dat het mislukt. Kijk maar naar de Oostenrijkers in 2000. Die hadden het ook gedaan, maar blijkbaar net verkeerd, waardoor ze op de Spelen niet vooruit te branden waren. Dat willen we natuurlijk voorkomen en als we de WK ermee verpesten, dan is dat maar zo. Zo lang we ons maar kwalificeren voor de Spelen vind ik het niet zo erg dat we nu wat uitproberen. Misschien hebben we er uiteindelijk profijt van.”

Mannen dubbelvier

Na een bekritiseerde selectieperiode voer het nieuwe ‘vlaggeschip’, zoals de dubbelvier in de Nederlandse media veelvuldig genoemd wordt, naar een bronzen medaille op de World Cup in Milaan, slechts 0,04 sec. achter olympisch kampioen Italië. De aanloopperiode naar Luzern verliep ook bij hen niet geheel vlekkeloos. De trainingen gingen maar matig en ook bij deze ploeg gingen vele uren verloren aan de afstelling van hun nieuwe schip.


Marieke Cirkel schrok zich rot aan de oever van de Rotsee. De eerstejaars roeister van Orca stelde aan de vooravond van Ruderwelt Luzern vast dat broer Geert (tweede van rechts) niet in de dubbelvier meetrainde. Ziek? Nee hoor, alleen een rigoreuze behandeling met een tondeuse.

Met een goede herkansing, maar met twee matige andere wedstrijden werd de finale gehaald. De Polen, winnaar van beide andere World Cups, trokken zich echter – net als bijna de gehele Poolse equipe – om onduidelijke reden vlak voor het toernooi terug. Zo ging de ploeg de finale in van een veld waar vele uitslagen mogelijk waren. Lang werd op een bronzen positie geroeid, maar in de eindsprint werden de goed startende Russen nog van het zilver afgehouden. Goud ging naar de ervaren Duitsers. Was in Milaan alleen Gerritjan Eggenkamp, nieuwkomer in de boot, nog zeer opgetogen over het behaalde resultaat, aan de Rotsee bleken ook de anderen zielsgelukkig. Eggenkamp: “Toen ik voor de wedstrijd uitzette bij het vlot, bedacht ik me dat ik hier negen jaar geleden voor het eerst roeide, dat ik hier in al die jaren geen enkele keer de finale wist te halen en dat dit dan de race moest zijn, waarin ik een medaille moest kunnen pakken. Op de 1500 meter was ik helemaal kapot, maar ik wist dat we de Russen in de eindsprint konden hebben, dus moest er maar weer een schepje bovenop. En met de wetenschap dat je hier op het erepodium kan staan lukte dat wel”. Slagroeier Michiel Bartman, die maar weer eens bevestigde dat hij beschikt over de speciale gave er te staan op de momenten dat het moet, keek meteen vooruit richting WK: “De Duitsers zijn een wisselvallige ploeg, die moeten we best kunnen hebben.”

Lichte vier-zonder nieuwe medaillekandidaat

Een opmerkelijke prestatie leverde de net geformeerde lichte vier-zonder op de World Cup in München. De lichte dubbeltwee van Ivo Snijders en Gerard van der Linden was na Milaan samengevoegd met de lichte twee-zonder van Joeri de Groot en Karel Dormans, en dat bleek geen verkeerde keuze. In de finale wist de ploeg tot 0,3 sec. de ongenaakbaar geachte Deense wereldkampioenen te naderen. Ook in Luzern roeide de Nereus/Thêtacombinatie een paar goede wedstrijden. In de finale lag de ploeg bij de start echter net niet recht in de baan en was een rommelige eerste kilometer het gevolg. Desondanks lagen de lichtgewichten halverwege nog op een derde positie. Een aanval van de Canadezen konden zij echter niet pareren. De drie ploegen voor hen (Italië, Canada en Denemarken) gleden ongeveer gelijktijdig over de finish, de Nederlanders lagen daar ongeveer één bootlengte achter op een verdienstelijke vierde stek. Progressie lijkt nog mogelijk, waardoor er spontaan een nieuwe Nederlandse medaillekandidaat bij is gekomen.

‘Groningen acht’ blijft verbazen

Aan het sprookje van de ‘Groningen acht’, zoals deze acht, vernoemd naar sponsoren uit de noordelijke regio, wordt genoemd, komt maar geen einde. Op de Nationale Kampioenschappen wist dit nieuwe project voor 2008 van Mark Emke, Niels van Steenis en Ingrid Munneke- Dusseldorp, verrassend een ‘toppers instapacht’ te verslaan. Op de Koninklijke werd een zeer snelle tijd (5.29.33) gevaren. De vraag was alleen of de acht met ‘subtoppers’ en ‘afgedankten’ (Nico Mensingh van Charante, Tjerk Gualtherie van Weezel, René ten Thije, Jan Willem Gabriëls, Frank Munneke, Geert Jan Derksen, Daniël Mensch, Henk-Jan Braggaar en stuurman Niels van de Bovenkamp) ook op een internationaal toernooi als Luzern goed uit de verf zou kunnen komen. In de heats zorgde het octet al voor een verrassing door de Engelse acht te verslaan. Via een gunstig gelote halve finale werd plotsklaps de finale gehaald; een prestatie die velen niet hadden verwacht. En ook daar bleef de verrassing niet uit, toen de ploeg, die lang op een vijfde stek lag, ineens in de eindspurt ook de Italianen passeerde. Een vierde plaats voor een acht met marginale ervaring en vermogen. Na Luzern is nog bekeken of de boot versterkt kon worden, maar besloten werd toch met deze samenstelling naar het trainingskamp in München af te reizen.

Mannen skiff en dubbeltwee

Dirk Lippits
Dirk Lippits vliegt over de Rotsee. Maar de oppositie scheerde nog beter over het water. Net als bij de wereldbeker in Milaan werd de Eindhovenaar verbannen naar de B-finale. De skiffeur beschouwt dit jaar alleen de WK als meetpunt.

Dirk Lippits wist wat hem in de voorwedstrijd te doen stond: winnen van zijn Australische opponent Duncan Free. Dan zou hij, via een gunstige halve finale, een zeer reële kans hebben om in de finale te komen. Helaas lukte het net niet en pakte ook de halve finale niet goed uit. De Eindhovense skiffeur drong lang aan, maar liet in de laatste honderden meters de tegenstanders gaan en zakte uit. Voor de B-finale kwam hij zondagochtend niet opdraven: “Ik was al niet fit toen ik hier heen ging en toen ik ‘s ochtends nog een baantje had gevaren, zakte ik na afloop helemaal in. Dan heeft het geen zin om alsnog aan de start te verschijnen”, verklaarde hij zijn afwezigheid. De druk zal voor de WK zwaar op zijn schouders liggen, te meer daar hij het hele seizoen liet weten, dat de WK pas het echt belangrijke meetmoment zou worden en dat hij alleen daar echt fit zou moeten zijn. De dubbeltwee van Gijs Vermeulen en Matthijs Vellenga wist eerder te verrassen met een vierde plaats op de World Cup in Milaan. De toen pas net geformeerde twee voer toen echter in een veld waar vele landen afwezig waren. In Luzern roeide de Amsterdamse dubbel zeer wisselvallig. Na een goede race in de halve finale werd de eindstrijd op slechts 0,3 sec. gemist. In de B-finale leken ze echter op te zijn. Gedesillusioneerd kwamen ze als laatste over de streep. Even werd er nog gespeculeerd over een eventuele versterking voor de acht, maar de CTR rekende hen af op hun goede wedstrijden in Luzern en Milaan. “Ik vind dat je zo’n ploeg moet afrekenen op hun goede races in een toernooi. De herkansing en halve finale waren goed genoeg, lijkt mij”, voorspelde bondscoach Jan Klerks hun startbewijs voor de WK in Milaan.

Dames dubbeltwee en dubbelvier

Ook de dubbeltwee bij de dames, Femke Dekker en Froukje Wegman, hebben groen licht gekregen voor de WK. Het duo bereikte dan wel niet de finale, er lijken toch genoeg mogelijkheden te liggen. “Ik weet zeker dat we harder kunnen. We hebben ook misschien iets te lang hard doorgetraind, waardoor we hier niet superfit waren”, aldus een positieve Wegman. Gezien de relatief langzame laatste 500 meter tijdens de race in Luzern zou dit een re‘el excuus kunnen zijn. Nu Dekker en Wegman in de dubbeltwee mogen, zal ook de dubbelvier mogen starten in Milaan. Opmerkelijk detail is dat alle dames uit deze vier, Marlies Smulders, Melina Bus, Nienke Hommes en Hurnet Dekkers, van de Amsterdamse Studenten roeivereniging Skøll komen. De vier kwam in Luzern als vijfde over de streep in een veld met negen ploegen, maar lag wel erg ver achter de medaillewinnaars (zes seconden). Daarbij ligt het in de verwachting dat er tijdens de WK in dit veld nog een paar ploegen bij zullen komen.

Tweemaal zilver voor niet-olympische nummers

zilver voor W4- in Luzern
Blije gezichten. De vrouwen die samen de vierzonder vormen, hadden ‘t brons al veiliggesteld. Maar in de laatste vijftien halen gingen kracht en tempo omhoog. Duitsland, op dat moment roeiend op de tweede plaats, erd keurig en effectief links ingehaald.

Verrassend was de zilveren plak in het eerste nummer van de dag, de dames vier-zonder. De ploeg was in de selectieweek samengesteld en was slechts één week bij elkaar. Sarah Siegelaar, Laura Posthuma, Annemarieke van Rumpt en Helen Tanger kwamen zeer goed voor de dag, want in het kielzog van de snelste Australische dames vier roeiden de onervaren roeisters in een zinderende eindsprint naar zilver, slechts 0,07 sec. voor de Duitse vier. Ook de tijd van dit ‘development project’ van Duncan Holland mocht er wezen: met niet bijzonder snel weer 6.33.99 min. Mogelijk komen de Australische dames niet eens in actie op de WK, aangezien zij ook in de acht zullen uitkomen. Wel zullen er waarschijnlijk nog andere (sterke) landen bijkomen.


Tijd voor goud. Medaille na medaille wordt door de lichte vrouwen dubbelvier verovert. Maar een overwinning ontbreekt. Brengen nieuwkomers Anne van Drumpt en Danielle Broekhuizen het schip verder?

De lichte dames dubbelvier hoopte stiekem op een gouden plak, wat gezien de resultaten van de voorwedstrijden ook best mogelijk had kunnen zijn. De Australische wereldkampioenen en wereldrecordhouders moesten dan wel verslagen worden. Op de Koninklijke hadden de ‘orange-butterflies’, zoals bondscoach Verdonkschot zijn dames noemt, in het zware veld al onder het wereldrecord geroeid en in de selectieweek was de boot nog versterkt met het jeugdige talent Anne van Drumpt, ten koste van Maud Klinkers, die nu in de skiff opereerde. De lichte vrouwen waren goed weg, maar konden halverwege geen antwoord geven op een beslissende tussensprint van de Australische wereldkampioenen. Zilver was het resultaat, waar niet iedereen even blij mee was: “Het was gewoon een heel slechte race, in trainingen ging het veel beter. Tuurlijk is een zilveren medaille heel erg mooi, maar niet op de manier waarop we dat hebben bereikt. Het ging gewoon niet”, sprak een teleurgestelde Van Drumpt na afloop. Ook een kleine teleurstelling moest de lichte mannen dubbelvier met Wolter Blankert, Tristan Kramers, Dylan van der Linde en Marten Bosma verwerken. Na een aantal matige races kwam het viertal niet verder dan een vierde stek, achter de Italianen, Duiters en Australiërs. De ploeg die in bijna dezelfde samenstelling brons pakte vorig jaar op de WK legde het vooral af in het middenstuk.

foto finish halve finale LM2- Michiel van Eupen,Eelke Westra en Japan
De lichte mannen twee-zonder van Argo (Michiel van Eupen en Eelke Westra) kwam in de halve finale precies tegelijkertijd over de finish als de Japanners. Dit leidde tot een unicum. Doordat beide boten derde werden, waren beide gekwalificerd voor de finale en werd de finale met zeven boten verroeid. De Argo twee eindigde als zesde naar werd niet goed bevonden om naar de WK te gaan. Daarvoor zaten zij te ver van de medailles.

‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.

Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]