Karige oogst bij Coupe de la Jeunesse

Archief

De Nederlandse junioren hebben bij de Coupe de le Jeunesse in het Hongaarse Szeged slechts twee medailles weten te veroveren. Op zaterdag wonnen zowel de meisjes dubbelvier als de jongens acht het zilver. Zondag wist de equipe geen enkele medaille te veroveren. Niet vaak was de oogst zo mager bij het Europese juniorentoernooi. De mindere resultaten waren volgens chef de equipe Marco Blauwhof echter ingecalculeerd.

“Eigenlijk waren die twee zilveren medailles op zaterdag al iets boven verwachting. Nu er een grote equipe naar Rio is gegaan, hadden we gedacht dat we het vooral bij de meisjes lastig zouden krijgen. Maar dat viel erg mee” vertelde Blauwhof vanuit Hongarije. Zaterdag roeide het kwartet met Fieke Verhaaf, Femke Paulis, Anne Klok en Claudia de Hartog na een met overmacht gewonnen voorwedstrijd in een strakke race naar het zilver. “Eigenlijk was dit al veel beter dan verwacht. De meisjes zijn nog super jong en hoewel de ploeg vooraf als meest kansrijk werd geacht, viel een medaille niet zomaar te verwachten” aldus Blauwhof. Dat de ploeg het kunststukje zondag niet wist te herhalen was een kwestie van pech en ervaring. “Zondag was er in plaats van wind mee, schuine wind tegen. Voor deze wat jongere en wat minder sterke meiden was dat behoorlijk pittig, net als weer de juiste focus vinden na zo’n succes. Ze lootten vervolgens in de finale net de verkeerde baan en hebben het toen nog wel dapper geprobeerd.” Uiteindelijk bleek een vijfde plaats het hoogst haalbare.

Hetzelfde verhaal ging op voor de jongens acht. De ploeg was net als de meeste andere boten pas laat in elkaar gezet, maar kon op zaterdag mooi verrassen. Theis Hagemeister, Eise van der Molen, Jorke Kooijenga, Casper van der Steen, Melle le Fevre, Marlon Dijkstra, Bastiaan Bergsma, Thomas van Olderen en stuurman Thomas Bierman hadden in de ‘race for lanes’ nog verstoppertje gespeeld maar kwamen in de finale uitstekend voor de dag met een zilveren medaille. Zondag onder andere omstandigheden wilde het niet nogmaals lukken en eindigde het octet als vijfde. “Hun coach Marijn Algie gaf aan dat dit ook het patroon in trainingen was. Met wind tegen haalden ze relatief minder hoge snelheid en dat bleek zondag ook” aldus Blauwhof. In hun kielzog kon zaterdag de jongens vier-zonder bijna nog verrassen, maar moest uiteindelijk genoegen nemen met een vierde plaats. “Daar zag je dat ze vooral nog veel problemen hadden bij de start. In de baan hadden ze bijna de hoogste snelheid maar de start was nog onwennig en ging gepaard met veel sturen.”

De enige echte tegenvaller was het optreden van de jongens dubbelvier. Driekwart van hen, Wouter Oosterhuis, Ewoud de Haan en Jelle van Haasteren was ook al uitgezonden naar het EK (al waar ze wel teleurstelden met een plek in de C-finale) en waren lang ook in de running voor een uitzending naar Rio de Janeiro. Oosterhuis en Van Haasteren zaten daarnaast ook vorig jaar al in deze boot toen Nederland nog het zilver pakte. Nu kwamen ze niet verder dan tweemaal vijfde plaats, al werd zondag nog wel de voorwedstrijd gewonnen. Blauwhof: “Dat was inderdaad echt een teleurstelling. In trainingen scoorden ze samen met de meisjes dubbelvier en jongens acht de hoogste percentages, maar het kwam er hier niet uit.” De jongens zelf waren uiteraard teleurgesteld maar meenden niet dat ze hadden onder gepresteerd. “We hebben voor ons gevoel goed geroeid en alles gegeven. Het veld lag dicht bij elkaar maar het lukte in de finale niet om in de eindsprint nog te versnellen” vertelde De Haan. “Ik heb ook niet het gevoel dat we minder waren dan vorig jaar. We zijn zowel individueel als als ploeg beter geworden” vulde Van Haasteren aan.

De ploeg lijkt de dupe te zijn van het feit dat sommige andere landen vanwege geldbesparing geen of slechts een enkele ploeg naar de Wereldkampioenschappen in Rio de Janeiro stuurt. “De Poolse meisjes dubbelvier bestond uit drie meiden die vorig jaar al goud wonnen en er nu weer bij waren. En ook Hongarije en België hadden een enorme ploeg en hebben amper roeiers in Rio” aldus Blauwhof. Het was inderdaad opmerkelijk hoe succesvol onze zuiderburen waren. Onder andere de meisjes acht werd door hen gewonnen, toch een spectaculair resultaat voor een relatief kleine sport in België. Het gebrek aan medailles zal ongetwijfeld hier grotendeels op terug te voeren zijn, toch is het ook goed kritisch naar het huidige selectiebeleid te kijken. Mede omdat de roeibond bijna geen geld in het project stopt, komt veel neer op de verenigingen zelf. Er is dan ook duidelijk gebrek aan centrale sturing . Pas na de Holland Beker werden door bondscoach Florijn de meeste ploegen geformeerd, waardoor veel ploegen voor de Coupe geen enkele keer een wedstrijd hadden gestart. Beschikbaarheid van roeiers, coaches en materiaal leken daarbij een belangrijkere factor te spelen dan prestaties op het water. Het verdient dan ook aanbeveling dit systeem nog eens nader onder de loep te nemen.

Het neemt gelukkig niet weg dat er naast de medailles nog een paar andere opstekers te melden zijn. Zo was Blauwhof onder meer te spreken over de meisjes twee-zonder van Celine den Bremer (Zwolsche) en Marjolein Scholtens (Hunze). “Die hadden in het seizoen nog weinig snelheid maar zijn in korte tijd flink op stoom gekomen. Nog niet genoeg voor een medaille maar wel erg leuk om te zien.” Het tweetal eindigde zondag als vijfde met uitzicht op een medaille.