Technische staf para-roeiers met bonje weg bij bond

Archief

Vandaag gaat in Varese de jaarlijks terugkerende grote internationale regatta voor gehandicapte roeiers van start. Ook Nederland is hier met een equipe aanwezig. Bondscoach Martin Lauriks en teammanager Leendert van Dis zijn er echter niet bij. Zij legden uit onvrede met het beleid van de bond onlangs hun functie neer.

Zeker het opstappen van Lauriks is opvallend. De Amsterdammer was als roeier al betrokken bij het aangepast roeien toen dit onderdeel in 2002 voor het eerst bij een regulier WK werd verroeid. In de vier-met-stuurman behaalde hij vervolgens viermaal achter elkaar een medaille bij een WK (2003-2006) en vertegenwoordigde Nederland bij de Paralympische Spelen van 2008 in Peking. Daarna bleef hij bij de groep betrokken als coach. Toen vanwege vervallen subsidies de betaalde bondscoach in 2012 moest verdwijnen, nam Lauriks vrijwillig het stokje over. Over waarom hij stopt wil hij voorlopig niets kwijt. Daarvoor is hij er momenteel te slecht aan toe. Zijn maatje, teammanager Van Dis, wil een en ander wel graag toelichten.

Een groot deel van de frustraties is terug te voeren op het feit dat men zich door de roeibond niet serieus genomen voelt. “Martin is de grote aanjager geweest, maar we zijn nu al jaren bezig om van het aangepast roeien een echte sport te maken in plaats van een evenement voor zielige mensen. Maar daar hoort ook enige erkenning bij” aldus Van Dis. Het steekt de voormalig fysiotherapeut bijvoorbeeld dat de aangepaste roeiers geen plek hebben in het Aegon Nationaal Roeiteam. “Voor het WK op de Bosbaan werden we bij de persconferentie vooraf niet eens genoemd en toen er na afloop door Aegon een cheque van 50.000 euro werd overhandigd, was niemand van het bestuur of de technische leiding aanwezig. Ik vind dat tekenend voor hoe er vanuit de bond over ons wordt gedacht. We krijgen steeds te horen – ook vanuit het bestuur – dat het niets voorstelt wat we doen en niet op de Bosbaan thuis horen.”

Gebrek aan erkenning komt ook naar voren bij het feit dat het de aangepast roeiers maar niet lukt toegelaten te worden tot het standaardprogramma van nationale wedstrijden. Nu moet men steeds bij elke afzonderlijke organisatie leuren om mee te doen. “Als voorbereiding op Varese wilden we aan drie wedstrijden deelnemen, maar bij twee van de drie, de Skøll Cup en de Hollandia, kon dat niet. Zonder wedstrijden om te oefenen kan je uiteindelijk nooit hard roeien. De roeibond geeft dan als reactie dat er geen geld is om dingen te regelen terwijl we enkel dingen vragen die geen geld kosten.”

Ook communicatief liep er van alles mis. Zolang NOC*NSF het roeiprogramma nog niet als topsport ziet, valt het para-roeien volgens de bond niet onder de verantwoordelijkheid van technisch directeur Hessel Evertse. De roeiers moeten het doen met bureaumedewerker Margriet Zietse, die slechts twee uur in de week aan hen kan besteden. Een kwestie die soms wringt nu Evertse wel gaat over de normen en limieten. “Ik mocht als teammanager geen contact met hem opnemen maar dan gaan er wel zeven mailtjes overheen voordat je antwoord hebt. En dan zitten er ook nog eens fouten in of worden er ineens tijden genoemd waar aan voldaan moet worden, terwijl iedereen weet dat tijden in het roeien niets zeggen.”

Ook is er frustratie over de speciaal voor aangepaste sporters aangelegde WC- en douchruimte in het Olympisch Trainings Centrum (OTC). “De bond maakt goeie sier met speciale faciliteiten, maar na het WK is die ruimte op slot gegaan en is er een opberghok van gemaakt.” Ook bij het classificeren van roeiers in de juiste categorie liep Van Dis aan tegen de beperkingen van de KNRB. “Vanaf 2015 moet de roeibond dit zelf doen, maar ze doen er niets mee waardoor dat nu altijd pas gebeurt bij internationale wedstrijden. Terwijl dit nota bene verplicht nationaal geregeld moet zijn. Ik heb hier in 2014 een voorstel voor gestuurd maar nooit antwoord op gekregen.”

Directe aanleiding tot het vertrek is een controverse met de bond over de wedstrijden die nu in Varese plaatsvinden. “Dit is naast het WK de grootste internationale wedstrijd en we wilden graag ook naar het trainingskamp van de FISA wat voorafgaand werd gehouden. We gingen er vanuit dat we daar het geld van Aegon voor konden gebruiken, maar ineens was dit niet mogelijk. Het zou geen kwalificerende wedstrijd meer zijn terwijl ik zwart op wit heb dat dat wel zo is. Het ergste is nog dat dit niet eens met mij werd besproken maar direct aan de roeiers werd verteld. Terwijl ik daar als teammanager ook over ga.”

Tegelijkertijd speelde nog een andere gevoelige kwestie. Bondscoach Lauriks moest zich van aanspreekpunt Zietse nog enkel richten op toproeiers Corné de Koning, Esther van der Loos en Alexander van Holk. Naast deze roeiers deed hij echter ook veel werk voor het in 2011 opgerichte Paralympisch Trainings Centrum van Willem III en ging hij met Van Dis geregeld het land in voor clinics en scoutingswerk. Iets wat hij niet wilde opgeven. Nu Lauriks officieel niet in dienst was van de KNRB komt de vraag naar boven op of zij wel eisen kunnen stellen aan de tijdsbesteding van een vrijwilliger. Zietse meent van wel: “De toproeiers gaven aan dat hij zich meer op hen moest focussen. Vrijwillig is in mijn ogen niet vrijblijvend. Er werden uitzendingen en cursussen voor hem betaald en dan kan je niet je zoon en je schoonzoon het werk laten overnemen.”

De bondsmedewerkster vindt het vooral jammer hoe het is gelopen. “Ik kan me een deel van hun frustraties goed voorstellen. Ze hebben er veel tijd, liefde en energie ingestopt. Het integreren en samenwerken van de topsportonderdelen is lastig nu het para-roeien niet als volwaardige sport wordt gezien. Van niets kan je niet iets maken en dat geeft ellende.” Zietse meent overigens dat juist nu een professionaliseringsslag wordt gemaakt. Zo werd in februari vanuit NOC*NSF voormalig zwemcoach Fedor Hes aangesteld die de sporttechnische leemte met betrekking tot de topsportplannen moet gaan opvullen. “Eerst hadden we geld gereserveerd om daarvoor iemand in dienst te nemen, maar toen bleek dat dat niet meer hoefde, was er geld over voor Varese.” Waarom dit niet voor begin april bekend kon zijn, is alleen niet duidelijk.

Een groot deel van de frustraties wijdt zij aan miscommunicatie. “Voor het classificeren hebben we inderdaad momenteel geen goeie arts en dat lossen we nu praktisch op. Een aparte kleedkamer open houden kost nu eenmaal geld, maar als ze daar gebruik van hadden willen maken, hadden ze dat gewoon kunnen vragen.” Gisteren bedankte de roeibond via de website beide mannen voor hun werk. Iets wat volgens Lauriks en Van Dis niet had gehoeven. Lauriks stuurde vlak na plaatsing zelfs een email dat hij er geenszins prijs op stelde dat de tekst zou worden gepubliceerd. Tot op heden is hier geen gehoor aan gegeven.