Willem Alexanderbaan toont zijn beste gezicht

Archief

Veel roeiers reisden dit weekend met enige achterdocht richting Rotterdam. Bijna alle voorgaande nationale wedstrijden op de relatief nieuwe baan werden geteisterd door hevige wind. De scepsis bleek onnodig. Zaterdag was het bij de Damen Raceroei Regatta heerlijk toeven en hoewel het zondag winderig en regenachtig was, waren de omstandigheden prima te doen en misschien nog wel belangrijker: volstrekt eerlijk.

Hoewel het zelden zo fijn geweest zal zijn bij een wedstrijd in de Eendragtspolder zorgde een lichte schuine tegenwind halverwege de zaterdagmiddag toch voor kleine boeiverschillen. Een kniesoor die daar echter over zeurde, want met zulke wind is het nergens ter wereld helemaal eerlijk en in elk geval ontstaat er geen stroming op de Willem-Alexanderbaan. Iets wat op de Bosbaan vaak wel het geval is. Daarnaast maakte een strakke organisatie en prachtig weer het zeer aantrekkelijk voor de roeiers, coaches en supporters. En dan is de ruim opgezette baan ineens een verademing. Geen wachtrijen voor (schone) WC’s, voldoende ruimte om in- en uit te roeien, leenfietsen, leuke prijzen voor de winnaars en nog veel meer. Het zorgde in elk geval voor veel blije gezichten rond de baan.

Zaterdag was ook de dag waarop de meest interessante velden werden verroeid. Zowel de eerstejaars ploegen als developmentboten kwamen in actie om de broodnodige punten te verzamelen. Sinds de voorjaarsklassiekers is bij het Eerstejaarsklassement her en der de hiërarchie wel wat veranderd. Waar Laga bij de Winterwedstrijden met al haar ploegen geen enkel punt verzamelde, is ze sinds de Varsity de meest constante vereniging met bijna continu vier finaleplaatsen voor al haar ploegen. In Zevenhuizen lukte dat alleen de lichte vrouwen niet. De lichte mannen roeiden een wel erg opmerkelijke race. Tot 1000 meter lagen de Delftenaren totaal niet in de wedstrijd en het verschil met koploper Nereus was zelfs ruim anderhalve lengte. Laga vond halverwege echter ineens een extra versnelling en denderde door het veld. Ze kwamen nog vlakbij de tot nu toe dominante Amsterdammers, maar het was net niet genoeg hen te verschalken.

Een andere vaste waarde in veel finales blijft Gyas uit Groningen. Dit keer wonnen ze vrij verrassend het zware veld met een taftje voorsprong op klassementsleider Vidar, dat wel lichtelijk pech met de baan had. Bij de vrouwen lijkt de hegemonie van de Noorderlingen sinds de Hollandia te zijn overgenomen door Njord uit Leiden, vorig jaar de winnaar van het klassement. Tot twee keer toe leek er op basis van de voorwedstrijden vooral een strijd te komen met Triton, maar beide keren stelden de Utrechters in de finale teleur. Zij revancheerden zich zondag met de Beginnelingen-winst overigens wel voor hun mindere vijfde plaats van zaterdag. Qua lichte vrouwen is het nog steeds Argo wat de klok slaat. Waar hun zware acht wat weg zakt, pakten de meisjes van profcoach Arne van Eupen voor de vierde keer de overwinning. Aegir is daar nu de stabiele nummer twee.

Voor het eerst namen ook de vrouwen van Project 2020 (Silvia) deel aan de strijd tussen de eerstejaars ploegen. Gelegenheidsstuurman Merijn van Oijen (stuurman van de olympische mannen acht uit 2000) kon echter niet voorkomen dat de vrouwen wederom wat teleurstelde. Althans, een tweede plek in de B-finale ligt in elk geval niet in lijn met de doelstelling om volgend jaar de Holland Acht bij te benen. Ook initiatiefnemer Nico Rienks vindt dat het niet snel genoeg gaat. “Als je me een jaar geleden had gevraagd waar we nu zouden staan, zou ik zeggen dat we het eerstejaars niveau nu wel ontstegen zouden moeten hebben. Met De Acht lieten we rond deze tijd ook de concurrentie achter, dus ik hoop over een maand dit veld echt te kunnen winnen.” Wel benadrukt hij nog steeds vooral naar de lange termijn te kijken. “We wisselen veel in op- en samenstellingen en net zijn er nog twee meiden omgeboord omdat we denken dat dat uiteindelijk meer voor ze oplevert. Achteraf houden we dan misschien net te weinig rekening met wedstrijden. Maar goed, ook ik leer hiervan en ik ben er nog steeds van overtuigd dat we de stijgende lijn te pakken hebben.”

De Damen Raceroeiregatta was ook de tweede krachtmeting voor alle development-ploegen. Waar Orca in de eerstejaars velden niet vooruit lijkt te komen, is dat bij de middengroepen een heel ander verhaal. De vrouwen van profcoach Marloes van der Weide wisten zaterdag zelfs de eerste twee plekken te veroveren. De Utrechtse vereniging heeft de luxe zowel een uitstekende jeugdroeister (Liselotte van der Togt) als enkele wat ervarener roeisters aan boord te hebben. Tel daar een paar talentvolle tweedejaars roeisters bij op en je hebt een groep van acht goede roeisters. Ook bij de zware mannen heeft Orca een uitstekende vier, die samen met Vidar, Laga, Nereus en Skøll de bovenlaag van dit veld uitmaakt. Laatstgenoemde ploeg uit Amsterdam was zaterdag het snelste. Bij de lichte mannen won nu een gelegenheidsboot van Nereus, dat deelnam om het ter beschikking gestelde ploegreisje te innen. Laga pakte echter net als twee weken terug de volle punten. Toen hield het Triton net van zich af, nu waren het Gyas en Okeanos/Orca dat nog zeer dichtbij kwamen.

Ook waren er enkele topploegen naar de Willem-Alexanderbaan afgereisd. De vrouwen van Josy Verdonkschot testten in een onderlinge trial hun vorm. Bij de vrouwen dubbelvier, net terug uit Pisa waar ze een nieuwe rompvorm van Filippi uitprobeerden, leek dat met een tijd van 6.20.58 wel goed te zitten. De lichte vrouwen (Maaike Head en Lisa Wörner) vielen met een tijd van 7.14.60 wat tegen. Marieke Keijser en Annick Taselaar van De Maas roeiden eerder op de dag in het DSA2x-veld in elk geval aan aantal tellen sneller. Tevens kwam een aantal Universiade en U23-ploegen in actie. Zo leek de Brabant Acht weer wat beter op de rit dan bij de trial van de roeibond vorige week en won van een gelegenheidscombinatie van andere Universiade-gangers (M4-, M2- en M1x).