Bij de vandaag gehouden ergometertesten van de roeibond op het Olympisch Trainings Centrum (OTC), lieten de vrouwen uit de bondsselectie zich van hun beste kant zien. De meerderheid tankte met een persoonlijk record een hoeveelheid vertrouwen voor aankomend seizoen. Ook alle talenten die komend jaar ergens een uitzending in willen halen, kwamen in actie.
De vrouwen van de in elk geval voorlopige prioriteitsboot, de dubbelvier, waren logischerwijs ook het snelste. Inge Janssen maakte indruk met een tijd van 6.41 en in haar kielzog was Chantal Achterberg met 6.42 eveneens zeer snel. Met de relatief lichte Carline Bouw en Nicole Beukers met respectievelijk 6.45 en 6.52, lijkt er in potentie een uitstekende boot op het water te liggen. Het doel voor het kwartet is echter ook niet mals: minstens zilver binnen afzienbare afstand van de tot nu toe oppermachtige Duitsers bij aankomend EK. Komende periode zal hoofdcoach Josy Verdonkschot met assistent Nienke van Zijp hard aan de slag gaan om het inmiddels verbeterde vermogen ook op het water te krijgen.
Ook de boordroeiers regen de persoonlijke records aaneen. Bij de selectie voor de twee-zonder roeide alleen Aletta Jorritsma niet naar een PR. Olivia van Rooijen deed dat met 6.48 wel en hetzelfde gold voor Ellen Hogerwerf (6.49) en Heleen Boers (6.53). Komend weekend zal er opnieuw geracet gaan worden tussen deze roeisters. Ook de roeisters van de acht lieten snelle tijden zien met inmiddels traditioneel José van Veen (6.42) voorop, al moest ze dit keer wel Janssen en Achterberg (zelfde tijd) uit de scullgroep voor zich dulden. Sophie Souwer maakte indruk met 6.46, maar ook Wianka van Dorp (6.49) en Lies Rustenburg (6.55) verbeterden hun PR. Marleen Verburgh (6.53) zat daar slechts een fractie boven. Clubgenoten Jenny de Jong (6.54) en Monica Lanz (7.04) iets meer, net als Janneke van der Meulen (7.13), die wel flink tegenviel. Met betrekking tot alle zware vrouwen kon Verdonkschot dan ook tevreden zijn. “Ik denk dat dit tijden zijn waar we internationaal prima mee aan kunnen komen. Een enkeling presteert misschien wat minder. We hebben een zware trainingsperiode achter de rug en sommigen lopen misschien wat op hun tandvlees dan anderen. Dat zal je altijd hebben.”
Bij de lichte vrouwen bewees Maaike Head met 7.05 dat ze op de weg terug is na een zware periode van co-schappen en ook Marie Anne Frenken was met 7.08 snel. De rest bleef wat achter, zoals Ilse Paulis met 7.22 en Mirte Kraaijkamp met 7.15. Lisa Wörner verbeterde weliswaar nipt haar persoonlijke record met 7.18, maar zal voor de echte top nog een flinke stap moeten maken. Over deze groep was Verdonkschot net als in december dan ook gematigd tevreden. “Ik zou graag verder willen zijn, maar dit is wat het is. We hebben hard getraind en niemand loopt de kantjes ervan af. Volgend weekend gaan we racen op het water en dan zien we hoe het er daar voorstaat.” Morgen doen alle vrouwen nog een zes-kilometer-test op de ergometer en volgende week vrijdag, zaterdag en eventueel zondag volgen nog races in de boot. “Iedereen doet mee, ook de dubbelvier. De vrouwen voor de acht varen in tweetjes, net als de selectie voor de twee-zonder” aldus Verdonkschot. Het is de bedoeling dat de twee-zonder dan ongeveer rond zal zijn.
Ook voor alle developmentroeiers was de test van vandaag verplicht. Echt indrukwekkende tijden werden echter niet op de klok gezet. Zo was Abe Wiersma van Nereus de snelste bij de zware mannen met 5.56. Al met al lijkt daarmee de kans klein dat dit jaar een grotere zware mannen boot wordt uitgezonden naar de Wereldkampioenschappen onder de 23 jaar. Ook bij de zware vrouwen zal er vermoedelijk niets centraal georganiseerd worden voor deze groep. De twee die al samen varen, Laila Youssifou en Roos de Jong, presteerden met 6.49 en 6.58 uitstekend. Voor de rest waren er redelijk wat relatief oudere vrouwen met tijden van net onder en boven de 7.00. Vooral Annemarie Bernhard (6.54) liet zich wat betreft goed zien en net als in december was de snelste tijd voor de nog onervaren Lisanne Brandsma van Skadi (6.50). Voor hen is het roeien op de Universiade een goeie optie. Alleen bij de lichten mannen onder 23 jaar valt nog wat leuks te maken. Het niveau van de beste roeier daar, 6.23 (Kevin Koopman), lag ongeveer gelijk aan het niveau van de talenten boven de 23 jaar. De A-selectie van de lichte mannen doet morgen de test.
Bijlagen


