Regionale TrainingsCentra onder druk

Archief

Enkele Regionale TrainingsCentra (RTC’s), die na de Olympische Spelen van 2008 op verschillende plekken in Nederland zijn opgericht om talent meer in de regio te laten ontwikkelen, zitten in zwaar weer. De roeibond, die jaarlijks 10.000 euro doneert aan elk centrum, overweegt deze bijdrage in te trekken als de organisaties niet zelf via universiteiten en/of sponsoren flink geld genereren.

Het idee van RTC’s dateert uit de tijd dat René Mijnders nog technisch directeur was. Al iets daarvoor ontstonden op verschillende plekken in Nederland ideeën om senioren talentontwikkeling meer regionaal aan te pakken en de krachten van verschillende verenigingen te binden. Toen Mijnders het beleid vervolgens decentraliseerde, namen de plannen een hoge vlucht. Nationale ploegen voor Wereldkampioenschappen onder 23 jaar en FISU WK werden niet meer per se centraal geformeerd en waar kon, bleven roeiers zo lang mogelijk thuis trainen. Het zorgde incidenteel ook voor een regionale ploeg op een internationaal toernooi. Een goeie spreiding over het land was daarbij een belangrijke factor. Vier centra in Groningen, Utrecht, Zuid-Holland en Brabant werden aangewezen en later ontstond nog een RTC Noord-Holland/Flevoland, wat zich juist voornamelijk op junioren richtte.

De geografische spreiding blijkt nu niet meer relevant. Uit een document van de KNRB dat afgelopen zomer is opgesteld, blijkt dat RTC’s voor hun voortbestaan wel aan een reeks andere eisen moeten voldoen. Geld is daarbij de belangrijkste factor. Gesteld wordt dat een RTC jaarlijks liefst een omzet moet draaien van rond de 250.000 euro en minimaal een ton. Alleen dan doneert de roeibond en mag de organisatie zich RTC noemen. Voor de centra in Zuid-Holland en Brabant is dit geen probleem. “Bij ons komt het overgrote deel van de universiteiten van Tilburg en Eindhoven, maar ook de Provincie en het CTO (Centrum voor Topsport en Onderwijs, red.) dragen bij” aldus Diederik de Boorder, RTC-coach in Brabant. Een strakke organisatie met een omzet van rond de ton is het gevolg. Naast de coach en een krachttrainer wordt daarvan in Brabant ook de bekende Deense inspanningsfysioloog Kurt Jensen betaald. Zuid-Holland heeft het qua financiën zelfs nog iets beter voor elkaar, al hebben zij weer andere problemen. Zo verkozen de zware roeiers van Laga een eigen trainingskamp in het Franse Soustons boven een door het RTC georganiseerd trainingskamp in Sevilla.

Financiële onzekerheid is er met name bij het RTC Midden-Nederland in Utrecht. Voor hen is het bijna onmogelijk geld van externe partijen binnen te halen. In Utrecht steunt echter enkel het olympische regionale netwerk Vereniging Sport Utrecht het RTC en dan moet je denken aan hooguit 2000 euro. De rest is enkel de inleg van eigen verenigingen en de bijdrage van de bond. Maar ook Noord-Nederland (lees: Groningen) heeft moeite aan de eisen te voldoen. Een ton wordt daar vooralsnog niet binnengehaald, al worden daar wel vorderingen gemaakt. “Onze begroting is sowieso al veel groter dan paar jaar geleden. We ontvangen inmiddels geld van gemeente en provincie. Het CTO in Heerenveen betaalt bijvoorbeeld onze krachttrainer” aldus Martijn Witteveen, coach van het desbetreffende RTC. Voor hen zou het zonde zijn als de KNRB de stekker eruit haalt. “De steun en het keurmerk RTC vanuit de bond zijn voorwaarden voor instanties om geld te geven. Haal je dat weg, dan gooi je eigenlijk geld weg, want de bijdrage die de roeibond geeft wordt nu al vervier- of vervijfvoudigd.”

Opmerkelijk genoeg kwam ondanks deze zorgen het RTC Noord-Holland / Flevoland deze week met een vacature voor een hoofdcoach. Navraag leert dat de subsidie van de roeibond hier al is ingetrokken. “Wij financieren dit geheel uit bijdragen van de aangesloten verenigingen. We hebben ook een iets ander uitgangspunt, want met al het juniorentalent in de regio willen wij ons vooral richten op het scullen, ook bij de aangesloten studentenverenigingen (Okeanos en Skøll, red.)” aldus bestuurslid Dick van der Laan. Het is hem niet bekend dat ze geen RTC meer zouden mogen heten. “We zitten ook gewoon bij alle overleggen.”

Het lijkt in eerste instantie gek om RTC’s af te rekenen op financiële draagkracht en niet voornamelijk op prestaties of doorstroom van talenten. Zeker in Utrecht heeft wat dat betreft een redelijke track-record. De andere kant van het verhaal is echter dat je niet weet of deze talenten niet ook waren doorgebroken als het RTC niet had bestaan. Technisch directeur Hessel Evertse zegt daarover: “Als het RTC niet veel meer is dan twee verenigingen bij elkaar is het raar daar geld aan te besteden. Dan kunnen we het net zo goed aan Orca of Triton zelf geven. Maar aan Nereus geven we ook helemaal niets.” Hiermee verwijst Evertse naar de situatie in Amsterdam, waar niet iedereen verbonden is aan een RTC, maar waar wel veel talent doorstroomt. De Boorder snapt de houding van de bond wel. “Oorspronkelijk zou de 10.000 euro voor elk RTC worden ingetrokken. Daar zijn we met zijn allen voor gaan liggen, waardoor het gelukkig ook snel van de baan was. Maar ik vind wel dat zo’n RTC zijn eigen broek moet ophouden. Het bestuur heeft in Brabant heel veel werk verzet om geld binnen te halen. Dat zou in Utrecht ook mogelijk moeten zijn.” Kortgezegd dient een RTC zich te bewijzen als plek waar talent nog beter kan worden ontwikkeld dan op de vereniging.

Een betere centrale regie vanuit de bondscoach talentontwikkeling, Marit van Eupen, zou in de ogen van veel RTC-coaches gewenst zijn. “Wij weten elkaar als talentcoaches gelukkig goed te vinden, maar de kans is dan wel aanwezig dat mensen buiten de RTC’s sneller buiten de boot vallen” aldus Witteveen. Van Eupen is op een uitzondering na nog niet bij de RTC’s langs gekomen. Zowel Evertse als Van Eupen stellen dat het aantal beschikbare uren nu eenmaal erg beperkt is. “Het is wel de bedoeling dat we af en toe kijken wat er in het land gebeurt, maar dat geldt net zo goed voor bepaalde verenigingen” vat Van Eupen haar opvatting samen. Onlangs was zij in Sevilla (overigens zonder vooraankondiging) om een groot deel van de talenten te zien roeien. De bondscoach probeert de talenten vooral via een centraal programma aan te sturen. Geplande centrale trainingsdagen gingen eerder al niet door.