Vidraat Koker in voorlopige selectie Turkije

Archief

Hij houdt nog een slag om de arm, maar de kans is groot dat Dogus Koker, een derdejaars roeier van de Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar, aankomende zomer voor Turkije deel zal nemen aan de Wereldkampioenschappen onder 23 jaar in het Bulgaarse Plovdiv. Afgelopen weken wist hij bij een trainingskamp een plek bij de laatste zes te veroveren, van waaruit een vier-zonder wordt geformeerd.

De 20-jarige Koker kwam drie jaar geleden als internationale student Economie naar Tilburg en werd vanwege zijn sterke benen overgehaald lid te worden bij Vidar. De Turk had toen al een verleden als lid van de nationale jeugdselectie bij het skiën, waarvoor hij onder andere uitkwam bij de Jeugd Olympische Spelen van 2011. Fysiek maakte Koker dusdanig veel indruk dat hij vorig jaar een plek veroverde in de zware vier-zonder van Vidar die het development-klassement wist te winnen. De roeier stuurde dit najaar een mail naar de Turkse bond met zijn ergometerscores (persoonlijk record van 6.07) en een filmpje van tijdens de Koninklijke Holland Beker. “Pas na een maand kreeg ik een reactie. Ze geloofden niet dat we pas tweedejaars roeiers waren, maar ik werd desondanks alsnog uitgenodigd om op een trainingskamp te laten zien wat ik kon” vertelt Koker telefonisch vanuit Ankara, waar hij met zijn familie de kerstdagen doorbrengt. “Eigenlijk was de selectie al rond, maar ze wilden voor mij wel een uitzondering maken.”

Dat trainingskamp op het prachtige Meer van Koycegiz in het zuiden van Turkije heeft hij net achter de rug en dat was zeker in het begin even wennen. Koker: “Ze hebben een Servische bondscoach, Nebosha Ilic, die voortkomt uit het Sovjet-systeem. Dat betekent dat we elke dag meer dan 50 kilometer moesten roeien.” De Vidraat is in Tilburg echter gewend om volgens het principe van de Deense inspanningsfysioloog Kurt Jensen vooral korte en intensieve stukken te doen. “Zijn lijfspreuk is dat zolang er geen ambulance hoeft te komen, je altijd door kan roeien” aldus Koker. Dat hij wat dat betreft ook de daad bij het woord voegt, kreeg de roeier al snel te horen. Afgelopen seizoen ruilde Ilic een roeier die zeurde over een armblessure zonder pardon in voor een ander, ondanks dat de eerste combinatie al snel was gegaan bij een Wereldbeker. “Ook nu zijn weer twee roeiers naar huis gestuurd. Ik heb me dus vooral maar koest gehouden” zegt Koker lachend. Desalniettemin begint het beleid van de bondscoach zijn vruchten af te werpen. Tot voor kort werd nog wel eens lacherig gedaan door Nederlandse roeiers (of journalisten) als ze het bij een internationaal toernooi tegen een Turkse ploeg moesten opnemen. Maar inmiddels zijn er in kleine nummers medailles gewonnen bij Wereldkampioenschappen onder 23 jaar en afgelopen zomer troefde hun lichte acht op de Bosbaan onze nationale ploeg af in de strijd om het brons.

Koker staat echter voor een loodzware opgave. Niet alleen dingt hij mee voor een plekje in de Turkse selectie, ook hoopt hij dit jaar uitgezonden te worden naar de Universiade in Zuid-Korea. Dat hoopt hij echter te bereiken met de Brabant Acht, een ploeg die is opgezet door Diederik de Boorder, hoofdcoach van het Regionaal Talent Centrum (RTC) Brabant. Koker is lovend over de begeleiding die hij daar krijgt en roemt naast De Boorder, Irmo Vreeburg, Noud Broeren en Susannah Chayes.

Maar om beide dingen te combineren zal een druk schema moeten afgewerkt. “Eind januari moet ik in Turkije een ergometertest doen. Meteen daarna ga ik met het RTC naar Sevilla en in maart volgt dan een trainingskamp met de Turken in Servië” aldus Koker. Bij dat laatste kamp zal vermoedelijk ook de definitieve selectie plaatsvinden, al kan dat met deze bondscoach natuurlijk altijd anders lopen. Zijn studie is logischerwijs even naar het tweede plan verwezen. Koker lachend: “Ja dat is wel een uitdaging. Ik zit in mijn laatste jaar, maar ik plan het nu zo dat ik daar twee jaar over kan doen, anders is het onmogelijk.”