De afgelopen zondag verroeide Hel van het Noorden was voor de nationale vrouwen selectie het eerste meetmoment voor komend seizoen. Bondscoach Josy Verdonkschot was grotendeels tevreden met wat hij zag. NLroei besprak aan de hand van de resultaten de plannen voor komend jaar met hem.
Hoewel er bij de Wereldkampioenschappen op de Bosbaan door de zware vrouwen geen medailles en zelfs geen finaleplaatsen werden behaald, was Verdonkschot toen niet eens zo ontevreden. ‘Wie naar de voorgaande toernooien had gekeken, wist dat medailles niet in de lijn der verwachting lagen’ zei hij toen. Toch ontkwam hij er niet aan voor dit jaar duidelijkere keuzes te maken. Niet alleen door druk van bovenaf (NOC*NSF), maar ook omdat Verdonkschot zelf beseft dat er voor medailles dingen anders moeten. “Vooralsnog zet ik in op een prioriteitsboot dubbelvier. Maar we gaan niet meer lang alle opties open houden. Ze zullen moeten voldoen aan strikte eisen” aldus de coach die in 2008 goud won op de Olympische Spelen. Die eis is dat de dubbelvier bij het EK eind mei in Poznan in het kielzog van de nu oppermachtige Duitsers zit en minimaal als tweede eindigt. Er zijn momenteel vijf kandidaten (Inge Janssen, Chantal Achterberg, Claudia Belderbos, Nicole Beukers en Carline Bouw) en selectie zal spoedig plaatsvinden. Waarschijnlijk zelfs al in januari. Verdonkschot: “Dan is er ook nog tijd om te kijken wat er met de nummer vijf of zes zal gebeuren. Skiffen of misschien toch naar de acht.”
Met nummer zes doelt de bondscoach op Lisa Scheenaard, die met een tweede plaats vlak achter de al in de skiff internationaal gelouterde Inge Janssen, uitstekend presteerde. De eveneens ervaren Achterberg wist de Eindhovense net achter zich te houden. Ondanks haar uitstekende uitslag was Scheenaard kritisch op zichzelf. “Ik was eigenlijk niet tevreden over de race. In het eerste deel heb ik teveel geslingerd en niet soepel geroeid. Maar het resultaat is voor nu wel goed.” Verdonkschot: “Lisa heeft bij het WK al laten zien hard te kunnen roeien en nu mengt ze zich tussen de absolute toppers en dat is knap. Komende weken zal met de VO2-Max- en de profieltesten duidelijk worden waar ze thuis hoort” aldus Verdonkschot. Het fijne voor Verdonkschot is dat hij met de eventuele keuze om Scheenaard toe te voegen aan de scullsters, de boordgroep niet in de weg zit. Al eerder was duidelijk geworden dat hij daar voor de roeister van Thêta geen plek ziet. Enige echte tegenvaller kwam zondag op naam van Beukers met een tiende plaats. “Dat was ook voor mij een verrassing en gaf een ander beeld dan de AT-trainingen die we op de Amstel hebben gedaan” aldus Verdonkschot.
Vooralsnog heeft de hoofdcoach vier roeisters de kans willen geven zich te laten zien in de twee-zonder. Ellen Hogerwerf en Olivia van Rooijen omdat ze in 2013 vijfde werden bij het WK in Korea en Aletta Jorritsma en Heleen Boers omdat ze vorig jaar goed deden. Bij de Hel bleken de tweetjes weinig voor elkaar onder te doen. Laatstgenoemde twee won met vier seconden voorsprong, maar ook de twee van Janneke van der Meulen en Monica Lanz zat dichtbij. Niet goed genoeg dus om een status aparte te krijgen in de twee zou je zeggen. Immers alle vier zouden een goede versterking voor de acht zijn. Verdonkschot denkt daar vooralsnog anders over. “Ik had op basis van de trainingen al weinig verschil verwacht, maar we gaan nu kijken of dat verandert als we de duo’s mixen.” Daar komt nog het argument bij dat hij de groep vooralsnog graag groot wil houden. Het is met betrekking tot de kwantiteit veelzeggend dat vooral de vrouwen uit de vier-zonder van afgelopen WK het nu goed deden. Achter Van der Meulen (en Lanz) deden namelijk ook José van Veen en Lies Rustenburg uitstekende zaken. “Ik vind de groep te goed om nu in te gaan snijden” aldus Verdonkschot. De enige twee die uit de toon viel was die van Dominique van der Pauw en Marleen Verburgh die – weliswaar met twee aanvaringen – zelfs een relatief onervaren tweetje van Nereus/Okeanos voor zich moest dulden. Wel zal ook voor de eventuele twee-zonder de lat hoog liggen met een plaats bij de eerste twee bij het EK. Het lijkt een onmogelijke opgave, maar bijkomend voordeel is dus dat Verdonkschot extra tijd heeft om mensen te ontwikkelen. “Is het niet voor Rio, dan kan het altijd voor Tokyo nog interessant zijn.” Wat dat betreft was het hoopvol dat vooral in de skiff er een behoorlijk aantal jeugdige vrouwen het goed deden (Marieke Keijser, Roos de Jong, Laila Youssifou).
Ook de lichte vrouwen kwamen in actie op het Eemskanaal. Opvallend genoeg waren de eerste twee plekken niet weggelegd voor de wereldkampioenen uit de dubbelvier. Marie Anne Frenken bleek overtuigend de snelste voor Nienke van Hoogenhuyze. Ook haar tijd van 25.34.8, waarmee de Leidse ruim een halve minuut langzamer was dan zware winnares Janssen, maakte indruk. “Het gaat de laatste tijd erg lekker. Met een groepje van acht trainen we met elkaar op de Amstel en dat werkt erg goed” vertelde Frenken na afloop. Lisa Wörner eindigde zeventien tellen achter Van Hoogenhuyze als derde, vlak voor Maaike Head en Ilse Paulis. Mirte Kraaijkamp was pas terug te vinden op plaats negen. Toch was Verdonkschot tevreden. “Mirte is gewoon niet goed in lange afstanden en ik zie dat ze er aan werkt en dat is het belangrijkste. Maaike is druk met co-schappen en je kan vinden wat je wil van Ilse, maar ze is beduidend sneller dan vorig jaar.” Uiteraard werd door de buitenwacht meer verwacht van de wereldkampioene onder 23 jaar in de skiff, maar niet vergeten moet worden dat Paulis nog dusdanig jong is en het na zo’n indrukwekkend seizoen als vorig jaar niet gek is dat ze dat niveau niet meteen weer haalt. De Nereïde blijft een belangrijke kandidaat om in de dubbeltwee te komen die in maart zal worden gevormd. Daarnaast is Verdonkschot ook van plan een dubbelvier te formeren.
Deze boot zal echter een beperkt programma moeten volgen. Ook Verdonkschot ontkomt er mede vanwege een beperkt budget niet aan duidelijke keuzes te moeten maken. “De kans is groot dat een groot deel van de vrouwen niet op trainingskamp naar Sevilla kan. Net als naar de Wereldbekers. Dat zal enkel weggelegd zijn voor de prioriteitsboten.” Qua begeleiding lijkt de Amsterdammer alles goed op de rit te hebben. In tegenstelling tot vorig jaar is er meer coaching aan de kant. Verdonkschot doet samen met Nienke van Zijp alle scullsters (licht en zwaar). De tweetjes staan onder leiding van Kirsten van der Kolk en de overige boordvrouwen krijgen coaching van Titus Weijschedé.



