Junioren trappen af tijdens TBR

Archief

De Tromp Boat Races van afgelopen zaterdag was voor de junioren alweer het eerste meetmoment van het jaar. Het is het begin van het programma van bondscoach Ronald Florijn, wiens contract na de successen van afgelopen jaar werd verlengd. Dat er door de junioren al serieus is getraind, bleek uit snelle tijden van met name Karolien Florijn en Maarten Hurkmans.

Laatstgenoemde roeier van Hemus uit Amersfoort won de Jongens 18-categorie met bijna een minuut voorsprong. Hurkmans, die pas twee jaar serieus aan het roeien is, was uiteraard opgetogen over zijn prestatie. “Ik heb na het WK echt even drie weken helemaal niets gedaan en ben pas weer rustig begonnen in september. Ik dacht wel een goeie wedstrijd te kunnen roeien, maar ik had niet gedacht dat ik kon winnen en al helemaal niet met deze tijd.” Ook het optreden van de winnares in het M18-veld was opzienbarend. Met een tijd van 22.37.5 over de 5250 meter versloeg de pas 16-jarige Karolien Florijn verrassend Marieke Keijser van de Maas, die afgelopen zomer nog het brons wist te pakken bij het WK voor junioren in Hamburg. Florijn zette in het seniorenveld vlak achter enkele nationale toppers zelfs de vierde tijd neer. De roeister van Die Leythe was zelf vooral beduusd over het succes. “Het ging erg lekker ja, maar ik had nooit gedacht dat ik van Marieke zou kunnen winnen. “ Haar vader en tevens bondscoach, Ronald Florijn, had de prestatie wél enigszins zien aankomen. “Ik had een paar weken terug gezien bij een onderlinge sparwedstrijd van Njord al gezien dat ze flinke stappen had gezet. Maar van Marieke win je natuurlijk niet zomaar.”

De prestatie van zijn dochter verandert verder niets aan het voorlopige selectiebeleid van de bondscoach. Daarin komt naast de scullgroep van ervaren roeisters van afgelopen WK ruimte voor een nieuw op te zetten Junioren Meisjes Holland Acht, als evenknie van het succesvolle project van afgelopen jaren bij de jongens. Dat daar misschien in de breedte nog iets te weinig talent voor rondloopt, maakt voor Florijn niet uit. “Het gaat er in eerste instantie om dat het goed is om geregeld met elkaar in de boot te zitten. Je krijgt uitwisseling van informatie. Ze horen van elkaar wat voor trainingen ze doen en dat steekt elkaar aan. Daarnaast ga je ook gewoon beter skiffen van achten, dat zie je nu ook aan Maarten Hurkmans.” Voor zijn dochter ziet hij dan ook niet meteen een plek in de skiff weggelegd. “Ze gaat gewoon meedoen met de acht. Maar de uiteindelijke selectie zal wel gewoon in de skiff zijn.” Over hoe de selecties zullen plaatsvinden is nog weinig duidelijk. De plannen hierover zouden twee weken terug bekend gemaakt bij een Kick Off-bijeenkomst voor alle junioren bij de USR Triton. Kritiek van verenigingscoaches – commentaar dat ook al eerder onder Florijn te horen viel – was dat er daar niet volgens de agenda uitleg gegeven werd over hoe de nationale ploegen gevormd werden en dat er ook niet zoals gepland voorlopige trainingsgroepen werden geformeerd. Vermoedelijk zal het er net als vorig jaar wat chaotisch aan toegaan met een selectie die gaandeweg het seizoen plaatsvindt zonder duidelijk afgebakend kader. Het is overigens maar de vraag of er vanuit de roeibond, die al flink in de geldzorgen zit, voldoende geld beschikbaar is om ook een meisjes acht uit te zenden naar Rio de Janeiro, waar in 2015 het WK zal plaatsvinden.

Het neemt niet weg dat de algemene plannen voor de toekomst er goed uit zien. Marieke Keijser vertelde eerder tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door al over het feit dat NOC*NSF een campagne is gestart om middelbare scholieren erop te wijzen dat ze wellicht talent zouden kunnen hebben voor bepaalde minder bekende sporten zoals ook roeien. Tijdens een bijeenkomst op 18 september hielden Florijn en Nico Rienks samen met Willem Jan de Widt en Thomas Notermans (afgelopen jaren de projectcoaches bij de junioren) een presentatie aan zo’n 200 docenten lichamelijke opvoeding om hen erop te attenderen wat talentindicatoren voor de roeisport zijn. In navolg daarvan zal op 2 november op alle vier de CTO’s (Centrum voor Topsport en Onderwijs) een nationale talentdag worden georganiseerd waar een screening op fysieke kenmerken wordt uitgevoerd. Ook zijn er inmiddels vanuit Project 2020 enige talentvolle meisjes gerekruteerd die Florijn momenteel bij verschillende verenigingen probeert onder te brengen. Het spreekt voor zich dat het Nederlandse roeien hier veel in te winnen heeft, al zal het nog een hele klus zijn ervoor te zorgen dat roeiverenigingen in de buurt deze talenten ook dagelijks kunnen begeleiden. Vooralsnog kampen de meeste clubs immers met wachtlijsten.

Een ander speerpunt van Florijn is het zogenaamde ‘differentieel leren’ wat als uitgangspunt heeft dat het aanleren van een bepaald bewegingspatroon een proces is dat gebaat is bij zoveel mogelijk variatie. De bondscoach wil daarom veel onderling sparren, roeien in verschillende boottypes en zelfs gemengde groepen van jongens en meisjes laten roeien. Critici menen dat bewijs dat deze manier van werken effectiever is dan de traditionele manier (nog) niet voor handen is, Florijn zweert er echter bij en wijst op onderzoek van de Duitse hoogleraar Wolfgang Schöllhorn, maar ook op een artikel van Peter Verbeek (pdf) van de VU. Onderzoek heeft uitgewezen dat kogelstoters die trainden met een lichtere kogel juist sterker werden dan kogelstoters die in de weer gingen met een zwaarder kogel. Vooral omdat het brein dan beter wordt aangezet tot het vinden van de optimale oplossing.” Ideeën om dit in de praktijk te brengen heeft de Leidenaar in overvloed. “Ik ben bijvoorbeeld van plan de roeiers met gaten in de bladen te laten roeien. Of korte stukjes op tempo 60. Dat soort dingen deden we ook met de Holland Acht van ’96.”

Een soortgelijke visie heeft Florijn als het om krachttraining gaat. Het devies is relatief simpele geïsoleerde oefeningen met veel herhalingen. Dat terwijl bij de senioren zoveel mogelijk oefeningen worden gedaan waarbij juist een hele keten van spiergroepen wordt gebruikt, waardoor de aansturing van de spieren beter wordt getraind. Over het aantal herhalingen zegt Florijn het volgende: “Ik besef me dat het voor sommigen misschien nuttiger is om op 80-90% van hun maximale kracht te trainen, maar ik wil vooral veel junioren met krachttrainen in aanraking laten komen, ook op plekken met iets mindere begeleiding. Bij minder herhalingen op 60% is de kans op blessures nu eenmaal kleiner.”