Alhoewel de Nederlandse equipe met één medaille minder terugkwam dan vorig jaar én er geen goud werd gewonnen, kan toch worden teruggekeken op een redelijk succesvol Europees Kampioenschap. Met maar liefst twaalf finaleplaatsen en zes medailles staat het toproeien er in de breedte uitstekend voor. Vooral de vrouwen hebben een grote stap gemaakt.
Het gemis van een gouden medaille is natuurlijk jammer, al was het maar omdat Nederland nu op de medaillespiegel slechts terug te vinden is op een teleurstellende 16e plaats. Maar in dit stadium van het seizoen, waarbij de roeiers in opbouw zijn voor een goede prestatie bij de eigen Wereldkampioenschappen eind augustus, is de precieze eindklassering niet heilig. En laten we wel wezen: de Nederlandse roeiers kwamen twee keer behoorlijk dichtbij goud. Eerst in de race van de twee-zonder met Mitchel Steenman en Rogier Blink en daarna met Chantal Achterberg, die als ze haar eindsprint net iets eerder had ingezet de gouden medaille omgehangen had kunnen krijgen. De media hadden dan gesmuld van het succes.
Een andere grote tegenvaller was het optreden van het vlaggenschip van de equipe, de huidige wereldkampioen in de vier-zonder. Dat de ploeg de Britten niet kon bijhouden was geen verrassing. In tegenstelling tot vorig jaar, toen de grootste roeinatie van de wereld alle sterren in de acht had gezet, besloot hoofdcoach Jurgen Grobler dit jaar de beste roeiers weer in de vier te zetten. Ook met een goede race waren de Nederlanders vermoedelijk niet in de buurt gekomen van de Britten. Maar dat ook verloren werd van Griekenland en Italië was een grote domper. “Het rare was dat onze eerste 1000 meter eigenlijk best goed was. Alleen raakten we het goede roeien daarna kwijt en onze eindsprint dat normaal gesproken juist onze kwaliteit is, kwam er het hele toernooi al niet uit” aldus Mechiel Versluis. Het probleem zit hem volgens de roeier van Okeanos vooral in de techniek. “Wegens blessures en ziekte hebben we in de aanloop weinig met elkaar in de boot gezeten en dat merk je nu.”
Eerder in het weekend had ook de Holland Acht gebrek aan scherpte getoond. Opmerkelijk omdat het roeien een week eerder op de Hollandia nog uitstekend leek. Daarnaast sneuvelde de lichte vier halverwege het toernooi wegens ziekte. Dat werpt de vraag op hoe het nou precies zit met beschikbare reserves. Dat laatste is geen overbodige luxe voor een ploeg die al het hele jaar wordt geplaagd door blessures. Skiffeur Daan Klomp bleek na Duisburg ook nu niet fit genoeg en de twee-zonder van Ivo de Graaf en Tim Weerkamp mocht zich richten op het eigen toernooi. Dat deden ze bijzonder verdienstelijk met een bronzen medaille bij hun internationale debuut. Maar het legt wel de vraag op tafel waar de prioriteit precies ligt. De kans lijkt aanwezig dat komende tijd nog zal worden bekeken of zij de vier sneller kunnen laten gaan.
De Muda’s kunnen tevreden terugkijken op een finaleplaats, maar in die race kwamen ze er niet aan te pas. Een aanpassing in hun roeien lijkt noodzakelijk om de stap naar de medailles te maken. Nu moet de tweeling alle zeilen bijzetten om er in de middelste 1000 meter bij te komen, waarna zij in tegenstelling tot de beste ploegen hun kruit al hebben verschoten. Iets meer geduld in de haal zou ze vermoedelijk verder kunnen brengen. In hoofdlijnen lijkt er dus flink werk aan de winkel voor de groep onder leiding van hoofdcoach Mark Emke.
De twee-zonder van Steenman en Blink onttrok zich met de zilveren medaille enigszins aan de malaise bij mannen, maar waren daar logischerwijs niet tevreden over. “Ik wist vooraf dat het niet makkelijk zou worden. Maar ik had niet verwacht dat Servië onze grootste concurrent zou worden. Achteraf hebben we ze in de tweede 500 meter teveel laten gaan. Het stomme is dat ik bijna de hele race dacht dat we ze wel zouden pakken. Maar we hebben te weinig rekening gehouden met dat een ploeg voor eigen publiek niet zo snel breekt” sprak een getergde Blink, die vooral ook baalde omdat met de sterke Nieuw-Zeelanders dit eigenlijk de enige kans in het jaar was om goud te veroveren.
Opsteker was de keurige vijfde plaats van de nieuwe dubbeltwee van Thijs van Luijk en Dirk Uittenbogaard. Het relatief lichte duo liet zien uitstekend mee te kunnen in een van de zwaarst bezette velden, wat veel belooft voor de toekomst. Zeker als je aanmerking neemt dat Uittenbogaard nog steeds niet 100% fit is. De dubbelvier bleek zoals verwacht op dit niveau nog niet echt mee te kunnen komen. Het is dan ook de vraag wat er nu met deze ploeg zal gebeuren.
De vrouwen lieten zich in Belgrado echter van hun beste kant zien. Het liet Blink verzuchten dat er in Belgrado vooral mopperende oude mannen en vrolijke meisjes te zien waren. Ja, de dubbelvier, de lichte dubbeltwee en de acht kwamen helaas net te kort voor een podiumplek, maar de medailles van de lichte skiff, twee-zonder, zware dubbeltwee en Achterberg in de skiff maakten veel goed. Zeker de laatste was een sensatie. Middels een fabuleuze eindsprint roeide de Delftse zich in de medailles. Als Achterberg ook maar één haal eerder was aangegaan was ze zelfs Europees kampioen geworden, voor de olympisch kampioene, Mirka Knapkova. Toch kon de kleine Proteusroeister daar niet echt mee zitten. “Ik mis nog race-ervaring om dit goed in te schatten. Vrijdag was ik nog te vroeg gaan eindsprinten. En ik moet ook niet zeuren, want met brons scheelde het ook niets.”
De dubbeltwee van Inge Janssen en Nicole Beukers liet zien te kunnen groeien in het toernooi. Na een matige voorwedstrijd en een iets betere halve finale voer het duo in de finale haar sterkste race. “Vlak na de 1000 meter plaatsten we een versnelling en die kwam er goed uit. Toen voelde ik dat we een medaille konden winnen” aldus Beukers. Het verschil met het winnende Polen en Litouwen was nog vrij groot, maar verder was dit een van de sterkst bezette velden in Belgrado. Het is nu de vraag of bondscoach Josy Verdonkschot poppetjes gaat wijzigen, want de dubbelvier zit niet veel verder van het goud af. En ook Achterberg kan een uitstekende versterking zijn. Of zou zij met nog wat meer training ook voor een medaille kunnen gaan in de skiff?
Dezelfde luxeproblemen kent Verdonkschot bij de boordroeisters. De twee-zonder van Aletta Jorritsma en Heleen Boers heeft zich in de luwte sterk ontwikkeld en roeiden ogenschijnlijk vrij gemakkelijk naar de bronzen medaille. En dat in hun eerste grote internationale wedstrijd samen. Verdonkschot zal wellicht de acht willen versterken die nu goed bleek mee te kunnen komen, maar nu de twee relatief beter presteerde dan de acht zal hij met een goed verhaal moeten komen.
Ten slotte liet Marie Anne Frenken zien dat ze flinke progressie heeft geboekt. Met zilver en een uitstekende tijd van 7.34.95, zal Verdonkschot ook hier wellicht nog in de verleiding komen haar nog een kans te geven voor de dubbeltwee. Welke overigens met een nog niet topfitte Wörner en Head ook zeker niet slecht presteerde.
Evenement: European Rowing Championships
Datum: 30 mei t/m 1 juni 2014
Locatie: Belgrado



