Op Koningsdag kwam het nieuws naar buiten dat de lichte vier-zonder stuurman gebroken had met coach Rob Jonkman. Over de precieze toedracht willen betrokkenen weinig kwijt. “We hebben afgesproken om alleen over de vier te praten. Het enige dat ik er over wil zeggen, is dat het stroef liep. Iedereen deed zijn best om van alles op te lossen, maar dat lukte helaas niet” zegt roeier Tim Heijbrock. Jonkman zelf wil echter wel een en ander kwijt over de situatie.
“Het probleem was een beetje dat ik merkte dat ik zelf niet meer het heilige vuur had om de jongens naar de top te brengen. Ik coachte een beetje teveel op de automatische piloot. En als coach moet je ook kritisch zijn op jezelf. Moet je dan nog wel doorgaan?” vertelt de inmiddels 73-jarige Jonkman. “Toen we vorige week dinsdag zouden we gaan trainen bij Pampus in Almere hadden we een gesprek met de ploeg. De roeiers hadden net een nieuwe boot en nieuwe riemen en ik suggereerde toen maar meteen of het niet ook tijd werd voor een nieuwe coach. Daar keken ze vanop. Maar blijkbaar heeft het wel iets getriggerd want die zaterdag kwamen ze er op terug en hebben we besloten uit elkaar te gaan.”
Meer moet er volgens Jonkman niet achter de breuk worden gezien. Roeiers en coach zijn zonder ruzie uiteen gegaan en waren het er over eens dat het niet meer werkte. De coach van de voormalige Twente-vier wil wel ingaan op de reden daarvan. “Ik was met handen en voeten gebonden aan een trainingsschema dat van hogerhand was opgelegd, waardoor ik er niet mijn complete eigen sturing aan kon geven.” In de roeiwereld was al langer bekend dat een aantal roeiers in de vier vond dat er onder Jonkman te weinig kilometers werden gemaakt. Met schema’s heeft de coach sowieso nooit veel opgehad. Liever keek hij per training wat de ploeg nodig had, wat meestal resulteerde in veelvuldige intervaltrainingen. Iets waar hij veel succes mee bereikte. Met de Twente-vier behaalde hij onder andere in 1999 zilver in Luzern met een tijd van 5.48.69, wat nog steeds geldt als nationaal record. De Twente-vier stond bekend als een rebellenclub met een gezamenlijke vijand. Een positie van waaruit Jonkman niet alleen bij zichzelf, maar ook bij zijn roeiers het beste naar boven kon halen. Met twee van hen (Simon Kolkman en Robert van der Vooren) pakte hij een jaar later zilver bij de Wereldkampioenschappen in de lichte twee. Iets dat hij in 2012 met Joris Pijs en Arnoud Greidanus wist te herhalen. Zijn grootste successen behaalde hij steevast met een eigen project en met zo min mogelijk bemoeienis van buiten.
Het laatste decennium coachte hij ook bij veel verschillende verenigingen. Euros, Skøll, Skadi, Orca, Nereus en Okeanos zijn allemaal clubs die met de werkwijze Jonkman te maken hebben gekregen. Bijna altijd met succes en bijna uitsluitend met lichte roeiers. Daar zat en zit zijn expertise. Dat hij zoveel van vereniging wisselde had ook met zijn karakter te maken. Niet ieder studentenbestuur kon goed omgaan met zijn veeleisende stijl. “Hij stelt zowel aan zichzelf als de ploeg hoge eisen. Maar ook aan zijn omgeving. Hij zorgt ervoor dat alle randvoorwaarden zoals materiaal perfect in orde zijn, waardoor de roeiers optimaal kunnen presteren” zegt Steven van Dooren, die enkele jaren door Jonkman werd begeleid en onder zijn leiding in 2009 vierde werd bij de Wereldkampioenschappen onder de 23 jaar. Deze karaktertrek werd hemnoodlottig toen hij kortstondig bondscoach was voor de senioren talenten in 2007. Hij stond aan de basis de succesvolle lichte acht dat later dat jaar wereldkampioen werd, maar trok zichzelf vlak na de bronzen medaille in Luzern terug als bondscoach, vanwege de moeizame samenwerking met toenmalig bondscoach, Susannah Chayes.
De huidige breuk betekent echter nog steeds niet het einde van Jonkmans rijke coachcarrière, die begon in 1983. De reserves van de lichte vier, Tim Weerkamp en Ivo de Graaf, blijven namelijk onder zijn leiding staan. En ook Euros-roeier Joeri Jongbloets staat nog onder zijn hoede. “Met deze jongens kan ik gewoon mijn eigen gang gaan. Het zijn jonge mannen met talent die nog flinke stappen kunnen maken en ik help hen daar graag bij.” Met hen zal hij over twee weken ook naar Duisburg gaan om in ieder geval voor de twee kwalificatie proberen te verdienen voor het EK in Belgrado. Hij ziet zijn hoge leeftijd nog steeds niet als beperking. “Zolang mensen door mij gecoacht willen worden, zie ik geen probleem. Ik kan het nog steeds fietsend bijhouden. Alleen bij harde wind tegen heb ik moeite, maar goed dan valt er meestal ook amper te roeien” zegt Jonkman met een lach. Of hij na dit seizoen dan niet écht klaar is met het coachen, laat hij wijselijk in het midden. “Ik had me voorgenomen dat het WK op de eigen Bosbaan een mooi moment was om te stoppen. Maar ik heb in het bedrijfsleven geleerd dat zodra je aangeeft dat je gaat stoppen er meteen geen rekening meer met je wordt gehouden. Vraag het me in september dus maar nog een keer.”
De lichte vier-zonder wordt nu voornamelijk overgenomen door Jeroen Spaans (coach van de lichte dubbeltwee). Ironisch genoeg een van de roeiers waarmee Jonkman in 1999 en 2000 zoveel succes boekte en die hij in 2007 zelf bij het coachen betrokken heeft.


