Met tien vrouwen en Diederik Simon zit Josy Verdonkschot sinds deze week in het zuid-Spaanse Granada. Op 2.300 meter hoogte heeft de hoofdcoach van het Nederlandse vrouwenroeien zijn eerste trainingskamp van 2014 belegd. Of beter: zijn enige trainingskamp. Voor meer uitstapjes is dit jaar geen financiële ruimte. Dus moet Verdonkschot, nu hij sinds afgelopen najaar de scepter zwaait over alle Nederlandse vrouwenroeisters, de komende zes weken extreem goed benutten om tot zijn (eerste) keuzes te komen. Maar de dames zelf hebben zo hun voorkeur. “De meesten willen liever scullen dan boordroeien”, laat Verdonkschot weten vanuit Spanje.
Op het eerste oog is de groep van tien dames – bestaande uit Ellen Hogerwerf, Claudia Belderbos, Lisa Scheenaard, Carline Bouw, Wianka van Dorp, Olivia van Rooijen, Janneke van der Meulen, Nicole Beukers en de twee lichtgewichten Lisa Wörner en Marie-Anne Frenken – te beschouwen als de harde kern van het Nederlandse vrouwenroeien. Maar dan zou je volgens Verdonkschot vooruitlopen op de zaken. De 57-jarige succescoach laat niet gauw in zijn kaarten kijken en wil al helemaal niet door laten schemeren welke kant hij op gaat bewegen voordat hij meer van zijn heilige cijfers en resultaten tot zijn beschikking heeft. De dames die hij nu meeheeft, zo maakt hij duidelijk, zijn niet enkel verzameld op basis van resultaten zoals de wekelijkse trials in de skiff, maar ook door toevalligheid: Inge Janssen, Maaike Head en Chantal Achterberg waren bijvoorbeeld verhinderd voor dit kamp
Pas als de tien dames en de twee coaches op 1 februari doorreizen naar Sevilla en de rest van het team aansluit gaat er duidelijkheid komen. Dan wordt er geracet, in verschillende combinaties. “We waaieren naarmate het seizoen dichterbij komt verder uit”, vertelt Verdonkschot. “In Sevilla gaan we de eerste splitsing maken tussen zij die gaan boordroeien, en zij die gaan scullen. Daarna gaan we verder in tweeën (2x en 2-) om tenslotte de keuze te maken voor de boten. Maar dat hangt af van de resultaten van de ergometertest, de roeitrainingen en het NK. En andere factoren: of Inge definitief weer wil skiffen, bijvoorbeeld, en of we een dubbeltwee of twee-zonder krijgen die genoeg snelheid heeft.”
Het is een veilige uitspraak van een op dit moment diplomatieke coach. Maar kijk door alle wedstrijduitslagen en trainingsresultaten heen en je ziet dat scullen op dit moment het toverwoord is. Het merendeel van de damesgroep heeft al geroken waar de beste kansen liggen. En Verdonkschot zelf natuurlijk ook. Na 2013, het jaar van de individuele projecten en de eigen kansen, is het nu 2014: het jaar van de tactische keuzes. En aangezien de sterksten van de groep – Inge Janssen, Claudia Belderbos en Chantal Achterberg voorop, maar ook Carline Bouw en Ellen Hogerwerf – de ogen hebben gericht op het scullen, kan de rest moeilijk anders dan volgen. Wil je tijdens de wereldkampioenschappen in Amsterdam voor een podiumplek gaan dan moet je aan het begin van het seizoen niet op een verkeerd paard wedden.
Want Verdonkschot is niet uit op vijfde plekken. Hij wil “medailles”, in meervoud. Vijfde plekken zijn weliswaar de eis die technisch directeur Hessel Evertse zijn coaches heeft opgelegd, maar voor zes vijfde plaatsen koop je niet bijzonder veel. Dus worden de toppers niet uitgesmeerd over alle bootklassen, maar zal het zwaartepunt toch verschuiven naar één bepaalde richting: het scullen. Maar wat? De dubbeltwee of de dubbelvier? Hoewel Verdonkschot de dubbeltwee aanwijst als belangrijkste trainingsboot, is de kans toch groot dat de dubbelvier de prioriteitsboot wordt. Niet alleen omdat in die bootklasse het beste resultaat werd geboekt (vierde), maar ook omdat daar de meeste mogelijkheden liggen. De top in de skiff en de dubbeltwee gaat te hard, dat heeft Verdonkschot vast al becijferd.
Achter de diplomatieke uitspraken van de hoofdcoach van het vrouwenroeien gaat dus genoeg schuil. Granada is niet alleen een voorzichtige hoogtestage voor een bonte verzameling roeisters, maar de eerste serieuze schifting in het seizoen. Het kamp op 2.300 meter is niet slechts een uitprobeersel van Evertse en Verdonkschot: daarvoor heeft laatstgenoemde de ijle Spaanse lucht al te vaak opgezocht met zijn oude pupillen Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk. Verdonkschot weet al lang wat hij aan zo’n trainingsstage heeft, en hij nodigt daar niet zomaar vrouwen voor uit. De bergen van de Sierra Nevada zijn als de Olympus: de gewone stervelingen mogen daar niet zomaar komen.





