Column | Leeftijd is geen issue

Archief

Diederik Simon gaat na Londen stoppen met roeien. Dat heeft de oude meester opgebiecht aan NUsport. Het besluit om, op 42-jarige leeftijd, na de Olympische Spelen van Londen de riem aan de wilgen te hangen komt niet helemaal als een verrassing. Simon is een van de oudste roeiers in de internationale gemeenschap der professionele peddelaars. Geen wonder dus dat hij er mee stopt. Al houdt hij zelf nog een slag om de arm. “Zeer waarschijnlijk is Londen mijn laatste optreden. Al denk ik wel dat ik nog een aantal jaar mee zou kunnen.”

Dat laatste is ontegenzeggelijk waar. Simon vocht zich op zijn oude dag nog naar een plekje binnen de selectie van de Holland Acht. Hij verbaasde René Mijnders én zichzelf met zijn fitheid. Hij doet qua vermogen misschien wat onder voor de nieuwe generatie roeiers – 6:03 is immers wat anders dan 5:48 – maar conditioneel, roeitechnisch en mentaal is Simon ijzersterk. Dat laatste is volgens de meester zelf het belangrijkste. En als je twintig jaar lang in het vak zit, dan zit het mentaal wel snor, zo zou je zeggen. Dus: waarom niet doorgaan? Het is immers niet alsof de vedette van Nereus de enige veteraan is die nog op hoog niveau meeroeit.

Mits een aantal kwalificaties de goede kant op vallen, doen naast Simon komende zomer namelijk zestien roei(st)ers plus één stuurvrouw mee die er in 1996 ook al bij waren. Wat heet: Simon is niet eens de enige olympisch kampioen van 1996. Ekaterina Karsten (W1x), Drew Ginn (M4-) en Eskild Ebbesen (LM4-) kunnen ook met de gouden plak van Atlanta zwaaien. En als we dan toch met lange erelijsten aan het gooien zijn kunnen de resultaten van Barcelona 1992 er ook nog wel bij. Naast de eerder op NLroei al aangehaalde Greg Searle hebben ook Iztok Cop, Rossano Galtarossa en Ekaterina Karsten twintig jaar geleden deelgenomen aan de Olympische Spelen. Dat is angstaanjagend lang geleden.

Roeien is met andere woorden een aparte sport. Een sport waar je maar met moeite afscheid van kunt nemen. En zeg je eenmaal vaarwel, dan is het altijd maar voor even. Steve Redgrave sprak na 1996 de memorabele woorden dat “iedereen die hem in de buurt zag van een boot zijn permissie had om hem neer te schieten”. Nog geen twee maanden later begon het al te kriebelen en vier jaar na Atlanta won Redgrave zijn beroemde vijfde gouden medaille. Stoppen met roeien is dus zo makkelijk nog niet. De roep van het podium, van de snelheid, van succes — die is maar moeilijk te weerstaan. Misschien is dat ook waar Simon op doelde. Zolang het kriebelt, zolang het leuk blijft, ga je door. Want die jonge honden moeten eerst maar bewijzen dat ze beter zijn dan jij.

De lichte Deense god Eskild Ebbesen kwam op die manier tot tweemaal toe terug in de rangen van de Guldfireren. Geen jeugdige Deen die de gebeeldhouwde Ebbesen bij kon benen. De Bulgaarse Rumyana Neykova kwam in 2007 als 34-jarige terug aan de top en beloonde haar comeback een jaar later met een gouden skiffmedaille. En wat te denken van de sensationele comeback van Rob Waddell in 2008, die skiffkampioen Mahe Drysdale bijna verwees naar een reserverol? En laten we onze eigen Kirsten van der Kolk ook niet vergeten, die na het moederschap nog een keer wilde vlammen en haar inzet beloond zag met een gouden medaille.

En natuurlijk: waar succesverhalen zijn, daar zijn ook de roei(st)ers die falen in hun opzet. Vorig jaar nog kwijnde een oud-wereldkampioen roemloos weg in de selecties voor de Amerikaanse dubbelvier. Jamie Koven, in 1997 goed voor de wereldtitel in de skiff, was de vreemde, oude eend tussen de jonge kuikens. Met grijze haren, een wat gerimpeld maar nog fit lichaam en een flinke dosis midlifecrisis deed hij een poging om Londen te bereiken. Hij bleef uiteindelijk steken in Luzern, bij een eerste plek in de C-finale. Alle opofferingen waren voor niets geweest. Koven was een illusie armer: hij had het op zijn oude dag niet meer.

Simon nog wel. Die wil nog een keer vlammen en na Londen is hij zo snel mogelijk weg van het circus dat topsport heet. Hij gaat, hopelijk met een gouden medaille om zijn nek, nog lekker dronken meedeinen tijdens de sluitingsceremonie. En dat is het. Geen 44-jarige Simon op slag van de Holland Acht die wereldkampioen wordt in eigen land in 2014; dat is een fata morgana. Tenzij het natuurlijk weer gaat kriebelen. En zelfs dan hoeft hij niet op allerhoogste niveau mee te draaien. Het schijnt dat de Willem-Alexanderbaan goede kans maakt op de wereldkampioenschappen voor veteranen in 2015. Kan hij altijd daar nog schitteren.