Roeien langs een drijvende Japanse vuilnisbelt

Archief

Na Rio de Janeiro in 2016 slaat het olympische roeicircus in 2020 het kampement op in het verre Japan. Dat werd dit weekend in ieder geval duidelijk nadat Jacques Rogge, als een van zijn laatste kunststukjes als IOC-president, Tokio uitriep tot gastheer van de Olympische Spelen in 2020. Gaan we dan roeien op dezelfde roeibaan als in 1964, toen de Olympiade voor het laatst in de Japanse hoofdstad werd georganiseerd? Het korte antwoord luidt nee. In plaats van de Toda-roeibaan zal nu gestreden worden op een waterweg dwars door Umi-no-mori: een bos dat groeit op een drijvende vuilnisbelt.

Hoewel het weinig uitnodigend klinkt om temidden van een stortplaats te roeien is Umi-no-mori gelukkig geen stinkende bende. Integendeel: het ‘zeebos’ is op het moment van schrijven hard op weg om een oase van groen te worden in een toch overwegend industriële stad. Daar doorheen roeien moet indrukwekkend zijn. Temeer er op zout water gestreden gaat worden: hoewel de olympische roeiwedstrijden van 2016 ook niet op zoet water worden verroeid (Lagoa Rodrigo de Freitas is brak) zal er in 2020 voor het eerst ‘op zee’ geroeid worden. Of dat positieve effecten zal hebben op de eindtijden – een object heeft in zout water meer drijfvermogen dan in zoet water – is nu nog niet te zeggen.

Naast de opmerkelijke achtergrond van de roeilocatie is de centrale ligging ten opzichte van Tokio ook bijzonder. Anders dan de meeste roeibanen is de beoogde wedstrijdbaan niet een eind buiten de stad (zoals dat in Atlanta, Sydney, Athene, Peking en Londen het geval was), maar zijn vele andere olympische arena’s om de hoek. Volgens de plannen van het organisatiecomité van Tokio 2020 krijgt roeien op de ‘drijvende vuilnisbelt’ gezelschap van niet alleen de paardensport, maar ook de BMX’ers. Ook de haven waarvandaan de zeilers uitvaren is op een welgemikte steenworp afstand, en het olympisch dorp zit een kilometer of zeven van de roeibaan.

Het duurt evenwel nog een tijdje voordat de internationale roeiwereld Tokio aandoet. Eerst krijgen we nog de WK’s in Amsterdam (2014), Aiguebelette (2015) en de Olympische Spelen in Rio de Janeiro (2016). Ook de locatie van de twee WK’s na Rio is sinds het FISA-congres na afloop van het WK in Zuid-Korea duidelijk. In 2017 zal de roeiwereld voor het eerst sinds 2001 weer naar de Verenigde Staten afreizen. Manatee-Sarasota, Florida is namelijk gastheer in het postolympische jaar 2017. Twaalf jaar geleden was er voor het laatst een toernooi aan de andere kant van de Atlantische Oceaan – een wereldbekerwedstrijd in New Jersey. Het WK van 2018 zal worden georganiseerd in Plovdiv, Bulgarije, waar vorig jaar nog het WK voor niet-olympische nummers en junioren op het programma stond.

Achter de toewijzingen van de WK’s in 2017 en 2018 schuilt overigens nog een minder prettige kant. Sinds wereldroeibond FISA de kosten voor de organisatie van grote toernooien stelselmatig heeft verhoogd – alleen al het uitbrengen van een bid kost tegenwoordig € 20.000,- voor een wereldbekerwedstrijd en € 50.000,- voor een WK – zijn er steeds minder steden en landen die de financiële risico’s willen nemen om een groot roei-evenement op poten te zetten. Een van de belangrijke opdrachten voor de nieuwe president van FISA, Jean-Christophe Rolland, is dan ook om de kosten voor toernooien naar beneden te brengen.