Het afgelopen weekend stond niet alleen in het teken van de Damen Raceroei Regatta of de internationale juniorenwedstrijden in München, maar ook werd het overgrote deel van de bondsselecties afgerond. Het betrof daarbij voornamelijk ploegen die zich de komende tijd willen bewijzen voor het WK onder 23, maar er werd ook een vrouwen vier-zonder geformeerd voor de wereldbekerwedstrijd in Luzern en een acht die naar de Universiade in Kazan wil afreizen. De komende tijd zullen alle ploegen moeten laten zien over voldoende snelheid te beschikken alvorens de tickets officieel geboekt kunnen gaan worden.
De vrouwen vier-zonder is de laatste ploeg uit de A-selectie waar het oordeel over viel. Alleen voor de slagpositie werd geracet: Heleen Boers (Okeanos) nam het daarbij op tegen Kyra de Vries (Orca), maar de Amsterdamse trok aan het langste eind. Samen met Aletta Jorritsma, Kirsten Wielaard (beiden Nereus) en Dominique van der Pauw (Skøll) zit Boers dus in de vier-zonder. De ploeg, die begeleid wordt door Hans Lycklama en Michiel Maas, moet volgens eerstgenoemde niet worden gezien als een schaduwboot achter de echte toppers – Inge Janssen, Claudia Belderbos, Chantal Achterberg, Olivia van Rooijen en Carline Bouw. “Het is een uitbreiding van de nationale selectie”, vertelt Lycklama. “Ze hebben dezelfde faciliteiten als de rest van de A-roeisters, maar ze gaan niet naar de Europese kampioenschappen in Sevilla. We stomen hen net als de eerder geselecteerde vrouwen dubbelvier klaar voor de wereldbeker in Luzern.”
Volgens Lycklama hangt de toekomst van de ploegen af van de prestaties van de equipe in Spanje eind deze maand. Als skiff, twee-zonder en dubbeltwee tot goede resultaten komen, dan verandert er niks aan de samenstelling van de dubbelvier of de vier-zonder. “Maar niks is zeker”, legt Lycklama uit. “Het EK kan aanleiding geven om ploegen aan te passen. Je kunt dan denken aan het starten in de acht in Luzern, al staat dat voorlopig niet op het programma. Mochten de ploegen goed presteren dat is het WK in Zuid-Korea ook nog een optie, maar dan moet je in het geval van de vier-zonder vooral denken aan het starten in de acht.”
Voorlopig zijn de wereldkampioenschappen in Zuid-Korea echter nog toekomstmuziek voor de A-equipe. Voor de SB-roeiers komt het eigen eindtoernooi van dit jaar echter met rappe schreden dichterbij. Over ongeveer twee maanden moeten alle ploegen er klaar voor zijn, weet kersvers bondscoach Marit van Eupen. Vandaar dat dit weekend de laatste boten zijn geselecteerd waardoor iedereen naar de Holland Beker kan werken. “Alle overige wedstrijden spelen ook mee in het plaatje waar we naar kijken, maar de Holland Beker is de scherprechter wat betreft het wel of niet uitzenden van teams”, zegt Van Eupen. “We zijn geen reisbureau, dus iedereen moet wel laten zien dat ze hard gaan.”
Onder auspiciën van Van Eupen zijn afgelopen weekend vier ploegen geformeerd met het oog op het WK onder 23. Naast de eerder al aangewezen lichte mannen dubbeltwee, lichte mannen skiff en dames vier-zonder, wil de KNRB ook een lichte mannen vier-zonder, een vrouwen dubbelvier en een mannen-acht naar Linz-Ottensheim in Oostenrijk sturen. Volgens Van Eupen was de selectie voor de lichte vier-zonder redelijk overzichtelijk. “Er waren van tevoren al talenten geïdentificeerd en die zijn ook uitgenodigd. Bij sommige jongens merkte je dat ze veel in de skiff gevaren hadden en zich niet zo makkelijk konden aanpassen aan het roeien in de vier, zeker niet op hoog tempo.”
Van Eupen doelt daarbij op talentvolle roeiers als Jort van Gennep (Nereus) en Lennart van Lierop (Skøll) die de selectie niet haalden. Wel in de boot zitten Conno Kuyt (Laga), Bastiaan Vervoort (Skadi), Ivo de Graaf (Nereus) en Elmer van Ewijk (Laga). Voor de mannen acht werden Tone Wieten (Willem 3), Sijmen van Groningen (Aegir), Daniël Nip (Nereus) Matthijs Meissner, Robert van Houten, Vincent Klaassens (allen Proteus-Eretes) en Wouter Borghs en Wouter Withagen (beiden Vidar) geselecteed. Niki van Sprang, de roeier van Pampus die in Californië studeert, krijgt als hij in juni terugkeert naar Nederland nog een kans om zich te bewijzen in de boot. Een vaste stuurman heeft de ploeg nog niet. Voormalig lichte roeier Joeri Bruschinski zal zich als coach met de ploeg bemoeien.
De meest opvallende selectie binnen de SB-groep was die van de vrouwen dubbelvier. Na seatraces op de Bosbaan vielen Roos de Jong (Proteus-Eretes) en Liselotte van der Togt (Breda) af voor de ploeg, terwijl ze tijdens de Nederlandse kampioenschappen juist goed hadden gepresteerd en over prima ergoscores beschikten. Ook Nanette van Ditshuizen (Thêta) haalde de selectie niet. De dubbelvier bestaat daarom uit Kirsten Lanz (Skøll), Ilse Paulis, Anne Fischer (beiden Nereus) en Karien Robbers (Njord/Die Leythe). “Het is altijd moeilijk”, zegt Van Eupen over de selectie van de vrouwen. “Ik was blij verrast met het niveau van de dames, maar sommigen van hen hadden nog nauwelijks in een dubbelvier gezeten en anderen in hun juniorentijd juist wel. Die laatsten hebben dan natuurlijk een voordeel bij het seatracen omdat ze het nu eenmaal gewend zijn. Aan het einde van de rit blijft een subjectieve beslissing die je probeert te objectiveren, en ik heb alle gegevens van dit seizoen meegenomen: de trial in januari, de ergotest, het NK. De seatraces hebben uiteindelijk wel de doorslag gegeven.”
De laatste ploeg die afgelopen weekend werd geselecteerd is een mannenacht die naar de Universiade in Kazan zal gaan mits ze hard genoeg varen. Voor de KNRB is dit een relatief zorgenvrij project. Er zijn geen kosten aan verbonden – iedereen die meedoet aan de Universiade betaalt de trip uit eigen zak – en toch schept het mogelijkheden om talenten in onder te brengen. De roeiers die, op basis van (niet volledig incidentloos verlopen) trials op de Willem-Alexander Baan afgelopen zaterdag en zondag, naar Kazan zullen gaan zijn Hugo van Velzen, Vincent van der Leer (beiden Skadi), Stef Broenink (Njord), Mathew Kleine Punte (Nereus), Maarten van Blokland (Proteus-Eretes), Menno van Blitterswijk, Milan Kamphuis (beiden Aegir) en Geert Hemminga (Gyas). De stuurman luistert naar de naam Marc Hummelink (Thêta).
Foto’s




