Het was gezellig druk op de Bosbaan vanmorgen. Aan de achterkant van het olympisch trainingscentrum had een goede handvol (bonds)coaches, roei(st)ers en geïnteresseerden zich verzameld om op een tv-scherm mee te kijken met de ergometertest die in het OTC bezig was. Het leek welhaast een mini-NKIR. Het grote scherm, de commentatoren, en het kraampje voor koffie en versnaperingen ontbraken weliswaar, maar de aard van de test was er niet minder om. Wie een uitzending wilde verdienen moest vandaag goed voor de dag komen. Niet iedereen slaagde in die opzet.
De zware mannen beten om 10:10 het spits af. In een groep waarbij nationaal kampioen Roel Braas ontbrak wegens ziekte eiste Boudewijn Röell de kroon voor zichzelf op. Met een eindtijd van 5:49,5 was de roeier van Asopos de Vliet verreweg de snelste in zijn heat. Kaj Hendriks, vorig jaar roeiend in de olympische vier-zonder, noteerde de tweede tijd met 5:54.7 en David Kuijper was met 5:58,1 de virtuele nummer drie. De rest van de A-equipe had het zichtbaar moeilijk met de twee kilometer hard. Het merendeel was niet bij machte om onder de zes minuten te duiken en persoonlijke records bleven voor de meesten dan ook ver buiten beeld.
Het was veelzeggend dat de ‘B-groep’ een aantal heats later snellere tijden op de klokken zette dan de gevestigde garnituur. Stef Broenink, die in december nationaal kampioen onder 23 jaar werd, noteerde zelfs de snelste tijd van de dag met 5:49,0. Zijn verenigingsgenootje van Njord, Harmen Eefting, bleef een flink aantal seconden verwijderd van zijn persoonlijke toptijd, maar finishte met 5:54,5 alsnog bij de top drie van de dag. In vergelijking met de twee Njord-roeiers bleven erkende ergometeraars als Boaz Meylink en Ruben Knab in gebreke – al was het natuurlijk geen bittere noodzaak om hier in optima forma te presteren.
Desalniettemin kweten de dames en de lichte roeiers zich beter van hun taak. Tycho Muda (6:16,0) en Jort van Gennep (6:16,7) vochten in de laatste paar honderd meter een verbeten gevecht uit om de snelste tijd bij de lichte mannen. Ook Sander van Dijk (6:18,2) en Vincent Muda (6:18,7) kwamen tot prima tijden. Vrijwel alle andere resultaten in het lichte veld lagen boven de 6:20, al was dat in sommige gevallen een bewuste keuze. Erkende lichte roeiers als Tim Heijbrock en Roeland Lievens hebben zich de laatste paar maanden nadrukkelijk gericht op hun studie en niet op de trainingsarbeid. Heijbrock, die 6:28,0 op de klokken zette, toonde zich na afloop relatief tevreden. “Ik wist dat ik niet veel harder kon. Ik heb nauwelijks getraind op de ergometer, dus dan hoef je geen toptijden te verwachten.”
Bij de dames vochten Chantal Achterberg, Claudia Belderbos en Inge Janssen een mooie strijd uit om de eerste drie plekken. Achterberg bleek na twee kilometer de sterkste met een eindtijd van 6:44,3. De twee Orca-dames moesten met 6:45,4 (Belderbos) en 6:46,1 (Janssen) hun meerdere erkennen in de roeister van Proteus, maar gaven qua tijd weinig toe. De begin dit jaar aan de SA-groep toegevoegde dames konden nog niet helemaal overtuigden en scoorden overwegend tussen 6:55 en de 7:05 maar probeerden duidelijk aansluiting te zoeken met de top. Positieve uitschieter in de damesgroep was Olivia van Rooijen, tijdens de Spelen van Londen reserve van de vrouwenacht. De roeister van Nereus kwam tot een dik persoonlijk record van 6:50,3. In de ‘B-groep’ roeide José van Veen ’s middags ook nog naar 6:45,6.
In het lichte damesroeien toonde Nienke van Hoogenhuyze eens te meer aan over het meeste vermogen te beschikken. Met 7:03,2 was de Utrechtse roeister, vorig jaar nog wereldkampioen op de roeimachine, met afstand de sterkste. Tweede was Marie-Anne Frenken van Njord (7:08,2). Rianne Dekker (7:09,1), Mirte Kraaijkamp (7:11,6) en Annick Taselaar (7:12,6) completeerden de top vijf bij de lichte dames.


