De voetbalwereld is in de ban van matchfixing. Op alle mogelijke niveaus zouden criminelen zich bemoeien met de uitslag van voetbalpotjes zodat de zware jongens (en meisjes) grof geld kunnen verdienen aan het gokken op diezelfde wedstrijden. Belchinezen zitten op de tribunes van FC De Zeepoeiers om alle details over de wedstrijd door te geven aan hun louche bazen. En niet alleen in het voetbal komt het voor: de bokswereld staat bekend om het afgesproken werk. Wielrennen idem dito. Raemon Sluijter biechtte onlangs ook op ooit benaderd te zijn om een tennispotje te verliezen. Matchfixing zit overal. Dus ook in het roeien.
We zouden natuurlijk naïef zijn als we zouden denken dat roeien een schone sport is waar iedereen volgens de regels vaart. Wereldroeibond FISA koketteert maar wat graag met het label ‘schoon water, schone sport’ en de samenwerking met het Wereldnatuurfonds, maar ondertussen gebeurt er natuurlijk vanalles dat het daglicht niet kan verdragen. Op de botenterreinen van wereldbekerwedstrijden wordt vakkundig handjeklap gespeeld. Goksyndicaten in China laten geïnteresseerden op alle mogelijke variabelen wedden. De hoeveelheid Filippi’s in de finale. Hoeveel boten er in voorwedstrijd vier van de jongens-skiff omslaan. Het aantal valse starts. Hoeveel bidons de Holland Acht aan boord heeft. Je kunt het zo gek niet verzinnen of je kunt er bedragen op inzetten.
Denk overigens niet dat ‘regattafixing’ een internationaal fenomeen is. Zelfs op onze eigen bodem worden wedstrijden op de kant al verdeeld in plaats van op het water. Het beste voorbeeld is nog wel de lustrumwedstrijden van Nereus in 2005. In een knock-out-toernooi varen ploegen boord aan boord tegen elkaar op de Amstel, met de finish vlak voor het bruisende verenigingsgebouw aan de Amsteldijk. Tussen alle relatiedubbeltwees en feestnummers is de skiff het absolute hoofdnummer. De nacht is al lang en breed gevallen als twee overgebleven gladiatoren het in de schijnwerpers tegen elkaar opnemen: Mahe Drysdale versus Jurrien Rom Colthoff.
Voor het affiche is het natuurlijk goed als Drysdale wint. Hij is net voor het eerst wereldkampioen geworden in Gifu en zijn aanwezigheid in Amsterdam is bijzonder. Maar Rom Colthoff is een behendige oud-jeugroeier die wel weet hoe je 250 meter hard moet roeien in de skiff. Laatstgenoemde neemt in de finale dankzij een goede start brutaal de leiding en lijkt af te stevenen op de eeuwige roem. Maar dan stopt de Utrechter nog voor de streep met roeien. Drysdale steekt hem voorbij en wint de wedstrijd. Achteraf zal Rom Colthoff verklaren dat hij dacht de finish al bereikt te hebben, maar de werkelijke reden lijkt met de wijsheid van vandaag overduidelijk: regattafixing.
Dankzij de beerput die nu open gaat vallen opeens allerlei puzzelstukjes op hun plaats. Al die vreemde roeigebeurtenissen zijn nu opeens te verklaren. Skadi dat vijf keer achtereen de Varsity wint? Afgesproken werk; een goedmakertje van de KNSRB richting de jongste van de zeven corpora. Dirk Lippits die tijdens de Randstad Regatta in 2003 omsloeg in de skiff en even later toch winnend over de streep kwam? Kan gewoon niet anders dan een vooropgezette actie zijn geweest waardoor Lippits zijn volgende trainingskamp kon bekostigen. Sevilla 2003, mede mogelijk gemaakt door de gulle bijdrage van een aantal dubieuze lieden uit het voormalig oostblok. Zeg nou eerlijk: wie zou dat nou weigeren? Op het juiste moment een snoek slaan of een balletje pakken en je bent € 10.000,- rijker. Je zou toch dom zijn om dat af te slaan?
Voordat iedereen denkt dat er bij Rom Colthoff, Skadi en Lippits inderdaad omkoping in het spel was: bovenstaande wedstrijden waren geen doorgestoken kaart. Daar gaan we als goedgelovig publiek althans vanuit. Maar het verdelen van wedstrijden komt in het roeien wel degelijk voor. De olympisch skiffkampioen van 1956, 1960 en 1964, Vjatsjeslav Ivanov, schreef er in zijn in 2010 naar het Nederlands vertaalde memoires heel open over.“Straks begint de race, maar iedereen weet dat jij gaat winnen,” had regerend olympisch skiffkampioen Joeri Tjoekalov tegen de 18-jarige Ivanov gezegd. Het is een half uur voor de start van de finale van het Sovjet-kampioenschap in 1956. “Sasha Berkoetov en ik moeten nog roeien in de dubbeltwee, dus moeten we er voor zorgen dat we het deze skiff-finale niet al te zwaar krijgen. Laten we het daarom vlotjes afwikkelen. Eerst zal ik er vandoor gaan, halverwege haal jij me in en Sasha wordt derde.”
Zo gezegd, zo gedaan. De race zou uiteindelijk wat minder vanzelfsprekend verlopen, maar de uitslag was wel degelijke degene die van tevoren was afgesproken: Ivanov eerste, Tjoekalov tweede en Berkoetov derde. Regattafixing in optima forma. Het bestond in de jaren ’50, en het zal dus nu ook wel bestaan. Handjeklap aan de vooravond van de finale van de lichte beginnelingen skiff op de ZRB, met een belchinees op de tribune en de mafia die de wedstrijd nauwlettend in de gaten houdt. Het klinkt te bizar om waar te zijn. Maar als je kunt wedden op het aantal gele kaarten in een voetbalwedstrijd in de Jupiler League, waarom zou je dan niet ook geld in kunnen zetten op het aantal snoeken in Tilburg?




