‘Sportclubs glijden af’, riepen veel media gisteren. Volgens de Stichting Waarborgfonds Sportverenigingen (SWS), die de jaarstukken van ruim 1.200 sportorganisaties heeft bekeken, “is waakzaamheid geboden om te voorkomen dat verenigingen niet langer aan de betalingsverplichtingen kunnen voldoen.” Uit de cijfers van de SWS blijkt namelijk dat nog maar 50% van de sportverenigingen over gezonde kasboeken beschikt. Vier jaar geleden was dat nog 63%, en die afname baart de stichting zorgen. Grote vraag is natuurlijk: hebben roeiverenigingen hier ook last van of vallen in die hoek niet zoveel klappen? NLroei nam de proef op de som en belde een aantal verenigingen op.
Bij de burgers van Willem 3, ondervinden ze ogenschijnlijk nauwelijks problemen tijdens deze voortdurende financiële crisis. Wat heet: de blauwwitte vereniging aan de Amstel wil zelfs gaan uitbreiden. In oktober 2012 zijn de plannen aan de ledenvergadering voorgelegd, en die stemde in om voor € 450.000 extra loodsruimte, ergometerruimte en krachttrainingsruimte te creëren. Mocht er ruimte zijn in de plannen, dan komt er zelfs een lift in het gebouw om de gang naar de borrelzaal te vergemakkelijken voor de mensen die slecht ter been zijn.
“We hebben wel wat te maken met vergrijzing,” lacht penningmeester Kristiaan Wolf van Willem 3, “en doordat mensen van 65 en ouder korting krijgen levert dat iets minder op. Maar financieel gaat het prima. Het aantal leden loopt misschien iets terug maar over het algemeen hebben we nauwelijks uitval. Er gaan per jaar misschien 150 mensen weg en er komen er ongeveer 150 weer bij. Qua junioren hebben we juist een enorme groei meegemaakt de laatste jaren. We hadden er eerst dertig, en nu zitten we op 120. De geplande loodsuitbreiding hangt ook daarmee samen: we moeten onze boten ook op betere bereikbare plekken kunnen leggen. Zowel voor de junioren, de ouden van dagen, als de aangepaste roeiers die we graag willen blijven faciliteren op Willem 3.”
Is het elitaire karakter van de sport dan toch een groot voordeel? Hoog opgeleid, grotendeels afkomstig uit de (gegoede) middenklasse, dus bestand tegen een stootje? Die vlieger gaat in ieder geval op voor de burgerroeiverenigingen, die niet of nauwelijks te maken hebben met topsportbegrotingen en de noodzaak van sponsoring. De doelgroep van de burgerroeiverenigingen – de door de ouders gesubsidieerde junior, de hard werkende man en vrouw en de gepensioneerde levensgeniet(st)er – heeft over het algemeen redelijk wat geld te makken. Geen wonder dus dat een gemiddelde burgerroeivereniging als Willem 3 niet al te veel impact ondervindt van de crisis.
In vergelijking zouden studentenvereningen minder in de luwte kunnen liggen – vanwege hun penibele financiële situatie met de (jaarlijkse) aankoop van duur materiaal, trainingskampen voor wedstrijdroeiers, het eventueel inhuren van profcoaches en de doelgroep die elke maand reikhalzend uitkijkt naar studiefinanciering en daarom niet uitpakt op de borrelavonden. Probeer dan maar eens quitte te draaien aan het einde van het jaar zonder al te veel te leunen op universitaire subsidies, sponsoren en je oud-leden. En ja, NLroei concludeerde de afgelopen twee jaar (2011, 2012) weliswaar dat studentenverenigingen te maken hadden met een groei in aanmeldingen en ledenaantallen, maar dat wil nog niks zeggen over de omzet, het sluitend krijgen van de begroting of het gemak waarmee sponsors zich aan verenigingen (willen) binden.
“Eigenlijk hebben we niet zo veel te klagen,” reageert Menzo Appeldoorn, penningmeester van de Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus als hem gevraagd wordt over de financiële situatie op zijn vereniging. “We mogen ons gelukkig prijzen met een betrokken sponsor, Kempen & Co, dus de komende jaren maak ik me eerlijk gezegd niet bijzonder veel zorgen. Ook qua contributies en barinkomsten zien we geen dalende lijn. Integendeel: de omzet uit die hoeken stijgt zelfs licht. Wat dat betreft voelen we nog niet zo veel van de crisis en hoeven we de broekriem niet aan te halen.”
Nereus heeft geluk. Lang niet elke studentenvereniging heeft zo’n sponsor. Maar nog een aantal telefoontjes naar diverse studentenverenigingen in Nederland bevestigen evenwel het algemene beeld dat door Nereus wordt geschetst. Niet iedereen heeft hetzelfde verhaal – bij de een moet er meer beknibbeld worden dan bij de ander – maar over het algemeen is er geen paniek. “Qua sponsorsituatie kan het beter,” vertelt Joni Kort, commissaris PR en sponsoring van Gyas. “Ik heb er niet een heel goed beeld van, maar mijn gevoel zegt dat het een aantal jaar geleden makkelijker was om geïnteresseerde bedrijven te vinden dan nu. Ze zijn niet zo makkelijk meer in het geven van geld, er moet minimaal een tegenprestatie zijn. Maar sponsoren zijn op dit moment niet essentieel voor het soepel draaiend houden van onze vereniging. Het zou mooi zijn als ploegkleding gesponsord is in plaats van dat roeiers en roeisters dat zelf moeten betalen. Of dat er een boot voor ons wordt gekocht in plaats van dat we dat zelf doen. Maar qua baromzet en ledenaantallen gaat het juist vooruit.”
In Eindhoven maken ze zich eveneens weinig zorgen. “Jullie schreven eerder op NLroei al dat studentenverenigingen in de lift zaten”, reageert Joerik de Ruijter, penningmeester van Thêta. “Daar trekken wij ons voordeel van. Meer contributie, en onze baromzet gaat ook omhoog.” Bij Euros en Saurus beamen ze dit verhaal. “Het is een kwestie van creatief zijn,” vertelt Amée Leferink, penningmeester van Saurus. “We hebben het zeker niet ruim en merken wel dat het financieel minder gaat, maar door her en der kritisch te kijken kom je wel rond. Waar kan je op bezuinigen en waar kan je meer op verdienen? De situatie zou pas echt kritiek worden als de begroting over tienduizenden euro’s verlies zou spreken terwijl we niks bijzonders gepland hebben. Dat is absoluut niet het geval: het gaat prima.”
Ook in de stad van de economie, Rotterdam, is er niks zorgwekkends aan de hand. “Twee jaar geleden zijn we onze hoofdsponsor, Deloitte, kwijtgeraakt,” vertelt Pim Gebuis, president van Skadi, “en dat merk je wel in de begroting. We hebben nu minder ruimte voor extra’s. Sportfondsen vangen wel wat op, maar niet alles. Dit jaar draaien we volgens mij een klein verlies. Maar onze ledenaantallen zijn groter dan ooit en dat verwachten we ook wel te zien in de baromzet.”
Voorlopig lijkt ‘het roeien’ in Nederland dus weinig last te ondervinden van de crisis. Maar alles staat of valt natuurlijk bij de afhankelijkheid van subsidies en ingecalculeerde steun van buitenaf. Als een studentenroeivereniging teveel leunt op de euro’s van een universiteit of een lokaal sportfonds, dan kan het nog wel eens penibel worden. Voorlopig roeien we echter gewoon door. Tegen de stroom, die de andere sportclubs wel in hun greep heeft en elke eurocent doet omdraaien, in.
Herken je de financiële situatie van jouw vereniging in dit verhaal of juist helemaal niet? Vertel het in een reactie!




