Qua kleuren verandert er weinig. Het grijs-rood van Orca en het hemelsblauw-wit-oranje van Proteus keren ook na de Olympische Spelen terug in de dames dubbeltwee. Maar de roeisters aan boord zijn wel nieuw: na Inge Janssen en Ellen Hogerwerf, de dames dubbeltwee van de afgelopen Olympische Spelen, opteren Claudia Belderbos en Chantal Achterberg nu samen voor een avontuur in het scullen. Bijgestaan door niemand minder dan Nico Rienks willen ze kijken hoe ver ze kunnen komen in de wereld van het scullen. “Het idee om samen een poging te wagen bestond al een tijdje,” vertelt Belderbos. “We waren wel toe aan iets nieuws na vier jaar roeien in een acht.”
De wegen van Belderbos en Achterberg gaan ver terug. Op dertienjarige leeftijd zwommen ze al wedstrijdjes tegen elkaar. Vervolgens kruisten hun wegen elkaar opnieuw in het nationale vrouwenroeien. Begin dit jaar zaten ze voor het eerst getweeën in een bootje op een internationale wedstrijd. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Belgrado startte het duo in de twee-zonder, met een vierde plek tot gevolg. Het duo finishte net achter twee Amerikaanse tweetjes en de Britse dames die afgelopen zomer nog goed waren voor olympisch goud. Lang niet slecht en je zou zeggen dat het uitnodigt tot meer. Belderbos en Achterberg zouden niet de eersten zijn die door voorzichtig succes, zoals een vierde plaats tijdens een wereldbekerwedstrijd, een carrière in de twee-zonder zouden nastreven. Maar dat boottype heeft niet hun voorkeur. “We denken dat we lengte tekort komen in de twee-zonder,” vinden ze beiden.
Qua postuur zijn de dames inderdaad niet de grootsten. Zet olympische grootheden als de Britse Katherine Grainger, de Australische Kim Crow of de Deense skiffeuze Fie Udby Erichsen naast de Nederlandse dames en het verschil is duidelijk. Kijkend naar de dubbeltwee zijn er echter niet alleen verschillen te zien, maar ook gelijkenissen. Belderbos en Achterberg enerzijds, en de winnaressen van het brons dit jaar, de Poolse dames Magdalena Fularczyk en Julia Michalska, ontlopen elkaar niet gek veel qua lengte. Twee vrouwen van rond de 1 meter 75 lang die toch op het podium terecht kwamen tijdens de Olympische Spelen. “We hebben ook zeker naar hen gekeken toen we over dit project nadachten,” knikt Achterberg. “Het is mogelijk. Maar voorlopig zijn we niet echt bezig met het leveren van topprestaties. We zullen onszelf eerst moeten bewijzen voordat we aan dat soort dingen kunnen denken. We moeten ook een stuk sterker worden.”
Iemand die hen daarbij gaat helpen is Nico Rienks. Belderbos en Achterberg raakten na de Spelen met de tweevoudig olympisch kampioen aan de praat en al gauw besloot Rienks dat hij hen wel wilde helpen. “Hij vertelde dat hij wel een dag per week vrij wilde maken,” legt Belderbos uit. “Om ons te coachen, of om trainingsschema’s te schrijven. Maar volgens mij wordt hij steeds enthousiaster. Als hij een training meegefietst heeft stuurt hij dezelfde avond vaak nog een lijst met verbeterpuntjes en hij stelde pas geleden nog voor dat hij die dag vrij op kon opdelen in dagdelen. Laatst hadden we om acht uur ’s ochtends afgesproken op de Bosbaan, en wij twee zouden om zeven uur de boot opriggeren. Toen we net iets na zevenen aankwamen stond Nico er al. Hij was bang voor een file, zei hij. Volgens mij was hij stiekem een klein beetje bang dat wij als vrouwen de boot niet goed zouden afstellen, haha.”
De anekdote is symbolisch voor de luchtigheid van de samenwerking. Na een jaar van verplichte trainingskampen en veel rigide structuren nemen Belderbos en Achterberg nu bewust wat meer vrijheid voor zichzelf. Even de voet van het gaspedaal af. “Het is ook verfrissend, we waren toe aan een andere insteek,” maakt het tweetal duidelijk. Maar wie gelijk denkt aan louter spelevaren en na een baantje heen en weer lekker weer terug de warmte in voor een kop chocolademelk heeft het mis. “Als Nico ons krachttrainingsschema’s geeft en zegt dat we – zoals mannen lekker kunnen rommelen met gewichten – aan het einde nog maar wat extra oefeningen moeten doen, dan willen wij weten welke oefeningen hij wil zien,” lacht Belderbos. “We blijven vrouwen, die willen toch graag duidelijkheid.”
Maar bovenal staat plezier centraal. En in dat verhaal is ruimte voor uiteenlopende meningen. Bijvoorbeeld over de wereldbekerwedstrijd in Sydney van eind maart 2013. “Alle medaillewinnaars van de Spelen zijn uitgenodigd, maar aangezien Annemiek en Roline sowieso gestopt zijn is de acht niet compleet,” vertelt Belderbos. “Halverwege december wordt volgens mij de knoop definitief doorgehakt of de KNRB wil gaan. Maar ik zit eigenlijk niet zo te wachten op die lange vliegreis. Ik blijf liever thuis.” Achterberg is juist dolenthousiast over een Australisch avontuur. “Ik zou het wel mooi vinden. Roeien in de acht, de dubbeltwee, de skiff. Misschien een weekje extra blijven en Sydney bekijken. Dat is toch super?”
En zo lopen de meningen vrolijk uiteen, zoals dat wel vaker is in een dubbeltwee. Rechts- of linksom, slag of boeg, of je met één riem nu lekkerder roeit op bakboord of stuurboord. Discussies zullen er zeker komen, zo weten ze allebei. Niet in de laatste over wie komend jaar de Nederlandse titel in de skiff voor zichzelf gaat opeisen. Als de vraag gesteld wordt kijken Belderbos en Achterberg elkaar vanuit hun ooghoeken aan alvorens ze in de lach schieten. Er bestaat waarschijnlijk geen eenduidige respons op die vraag. Achterberg wil na plekken drie en twee graag kampioen worden, Belderbos zou een derde skifftitel meer dan prima vinden. De enige manier om achter het antwoord te komen is hard trainen en elkaar proberen af te troeven. Bijkomend voordeel is dat de dubbeltwee er ook harder van zal gaan.



