De gok van René Mijnders

Archief

Aan het einde van de wereldbekerwedstrijden in Luzern staat er onderaan de Nederlandse rekening één in hanenpoten gekrabbelde opmerking. ‘Geacht oranje, u bent er nog lang niet. Was getekend: de rest van de roeiwereld.’ De bronzen medaille van de vrouwenacht was een schrale troost voor de magere prestaties over de breedte. “We moeten nog veel huiswerk doen,” vond René Mijnders na afloop. Het probleem is dat, als Nederland een keer een acht wil halen voor het proefwerk ‘Roeien voor Gevorderden’, het huiswerk wel eens af mag zijn. Anders blijft die gewenste ambitie om bij de vijf beste roeilanden te behoren structureel buiten beeld.

Annemiek de Haan, slagvrouwe van de vrouwenacht, kon er een half uur na de uitreiking van de medailles nog steeds niet over uit. “Nooit geweten dat er blinde kamprechters zijn,” zei ze vol ongeloof op het botenterrein. “Het licht stond gewoon nog op rood maar de Canadezen gingen er al vandoor. Ik stak mijn hand nog op, maar er werd niet op gereageerd door de kamprechters. Dan baal je dat je de eerste haal mist, maar gelukkig waren we scherp genoeg om het de eerste twintig halen recht te trekken. Ik vind het een mooie truc, daar niet van, maar het was natuurlijk gewoon vals.”

Na de valse start van Canada vloog Nederland in de achtervolging. Geheel volgens plan maakte de ploeg de eerste kilometer hard. Na vijfhonderd meter lag de vrouwenacht van Susannah Chayes zelfs voor op Canada en Amerika, maar helaas kon die snelheid niet vast worden gehouden. Canada en Amerika schoven halverwege weg, maakten er nog een enorm spannende eindsprint van, en Nederland moest genoegen nemen met de derde plek. “Maar het was niet de bedoeling dat we hier op onze top zouden zijn,” vertelde Claudia Belderbos. “We wilden Olivia en Wianka de kans gegeven om zich goed op het OKT voor te bereiden en hebben daarom weinig in de acht gezeten. Dat merk je dan wel tijdens zo’n toernooi – je mist de handigheid.”

Ook de Holland Acht miste souplesse. En dat terwijl de ploeg wel naar het toernooi in Luzern toe had getraind. De Nederlandse mannen, varend in de nieuwe oranje boot, kwamen er eigenlijk geen moment aan te pas. De acht van coach Antonio Maurogiovanni kenden een slechte start en de ploeg moest lijdzaam toezien hoe Duitsland, Groot-Brittannië en in mindere mate ook Canada er gelijk na de start vandoor gingen. Ook Polen en Australië leken in eerste instantie een brug te ver, maar in de tweede kilometer stelde de Nederlanders gelukkig orde op zaken waardoor de achterstand op het winnende Duitsland uiteindelijk tot vier seconden beperkt bleef.

Maar vier seconden is veel in achtenland. De race was verre van goed; technisch gezien loopt de ploeg achter ten opzichte van de concurrentie. Matthijs Vellenga, roeier uit de Holland Acht, baalde dan ook hartgrondig. “Vrijdag was natuurlijk gewoon drie keer niks, en in de herkansing en vandaag ging het al wel beter, maar we zijn er nog lang niet. Ik voel wel dat er nog heel veel in zit: als we naar behoren varen gaan we zo twee seconden sneller. Ik heb er alle vertrouwen in dat we een kans maken. Maar hoe langer we wachten, hoe moeilijker het voor ons wordt. Elke dag dat we wachten wordt de kans kleiner dat we slagen in onze opzet.” Volgens de tweevoudig olympiër is de Holland Acht nog te weinig een team. De roeiers zelf willen met andere woorden nog te veel verschillende kanten op, en ook met de coaching mist de nodige klik.

In de woorden van Vellenga schuilt een diepere betekenis. Alles wijst erop dat de roeiers van de Holland Acht op zoek zijn naar nieuwe input. Een ander geluid. Ze zeggen het niet direct hardop, maar ze geloven niet meer in de aanpak van Antonio Maurogiovanni. De harde en op krachttraining gefocuste begeleiding van de nukkige Italiaan heeft hen weliswaar sterker gemaakt, maar het wil qua roeien nog niet echt vlotten. Er was een goed begin in Belgrado, met een bronzen medaille, maar op dat spreekwoordelijke halve werk blijft de Holland Acht nu plakken. De acht mist de handigheid om vermogen om te zetten in bootverplaatsing. Er moet dus technisch geschaafd worden. En laat de KNRB nu net iemand in dienst hebben die bekend staat om zijn timmermansoog en heldere input wat betreft roeitechniek: René Mijnders.

Eén en één lijkt in dit verhaal twee. De vraag is alleen wat Mijnders doet. Gokt hij erop dat de moeizame relatie tussen de zware roeiers en Maurogiovanni alsnog zijn vruchten gaat afwerpen, of neemt hij zelf het heft in handen? De technisch directeur hult zich nog in nevelen, maar geeft wel toe dat hij de afgelopen tijd al een aantal keer met de megafoon in de hand heeft gestaan. Het enige probleem voor Mijnders is dat hij niet zeker weet of zijn invloed wél het gewenste effect gaat hebben. Voor hetzelfde geld is ook de magie van Mijnders uitgewerkt.

Wat er ook gebeurt: het is dus een gok. Maar in dit olympische roei-jaar worden overal risico’s genomen. De Nieuw-Zeelanders hebben een flink risico genomen door geen snelheidswerk te doen voorafgaand aan Luzern. De lichte vier-zonder en de zware dubbelvier van Australië zijn door hun trainingskeuzes ver verwijderd van de vorm waarmee ze vorig jaar wereldkampioen werden. De Amerikaanse mannenacht laat zich niet meer zien in Europa en hoopt een onderlinge sparsessie met de overige achten niet nodig te hebben. Iedereen gokt. Maar Mijnders is sowieso verantwoordelijk – als technisch directeur van de roeibond en ook als hij gaat coachen. Wat dat betreft is de conclusie vrij eenvoudig.

Evenement: World Rowing Cup II
Datum: 25 t/m 27 mei 2012
Locatie: Luzern (SUI)