Instaptweetjes bepalen NK Groot

Archief

Veel opzienbarende dingen vielen er bij de nationale kampioenschappen voor grote boten niet te zien. Zo pakten op de Bosbaan bijna alle bondsboten hun titels op verwachte wijze. Jammer was het dat de zware mannen net dit weekend al vertrokken voor hun hoogtestage in Oostenrijk, zodat ze niet meer in Nederland tijdens een wedstrijd te aanschouwen zijn. Meest interessant waren de races om de titel in de dubbeltwee. Zowel bij de mannen als bij de vrouwen lag er een boeiend veld aan de start en gingen instapboten er onverwacht met de winst vandoor.

De gedoodverfde favorieten bij de vrouwen, Olivia van Rooijen en Ellen Hogerwerf, trachtten een zure week waarin ze te horen kregen niet verder te mogen in de twee-zonder van zich af te roeien. Een nationale titel zou in elk geval wat plezier in het roeien geven dachten ze. Ze kwamen van een koude kermis thuis. De Rotterdammers Marieke Keijser en Annick Taselaar roeiden in een fabelachtige race naar de overwinning en verschalkten de bondsvrouwen met gemak. “We hadden dit nooit verwacht” stamelde Taselaar na afloop. Het scheelde zelfs niet veel of het duo was niet eens aan de start gekomen. “We hadden dit jaar voor de grap in Gent gestart en toen ging het verrassend goed. Maar daarna heeft Marieke zich enkel op de skiff gericht en eigenlijk wilde haar bondscoach ook niet dat de junioren dit weekend zouden starten. Maar toen we van de week de inschrijvingen zagen, wilden we toch per sé meedoen. In zo’n veld lig je niet vaak.” Zowel donderdag als zaterdagavond werd nog een baantje geroeid, maar van een echt goede voorbereiding was duidelijk geen sprake. “Ik dacht dat dat ons de kop zou kosten, want van onze kracht moeten we het natuurlijk ook niet hebben” lachte Taselaar. Zelf rekende ze dan ook eerder op een gevecht met de lichte vrouwen Amber van Zomeren en Ilse Paulis, die ook in het zware veld van start gingen. “Ik had verwacht dat Olivia en Ellen een stuk sneller zouden zijn dan wij, maar datzelfde dacht ik van Roos en Laila (de U23-dubbel, red).”

Zowel Van Rooijen en Hogerwerf als Van Zomeren en Paulis gingen weliswaar furieus van start, na 500 meter kwam de boot van De Maas al opzetten. “Het voelde toen al zo gemakkelijk. Het liep super goed en ik kon voelen dat bij anderen de snelheid later lag” aldus Taselaar. Halverwege de race nam het duo met een sublieme timing en techniek de leiding over om die niet meer uit handen te geven. “Even was ik nog bang dat Olivia en Ellen op brute kracht nog een enorme eindsprint zouden hebben, maar gelukkig gebeurde dat niet.” De zilveren dames uit de twee-zonder hadden de tweede 1000 meter zichtbaar moeite met de andere motoriek voor bij het scullen. De tijd van 6.56.53 van de winnaars was ook nog eens razendsnel. En dat voor een koppel met een lichtgewicht junior (Keijser) en een voormalig lichtgewicht roeister die niet meer in de picture is bij de bond (Taselaar). Dat laatste frustreert de roeister die in 2011 en 2012 nog vijfde werd in de lichte skiff bij het WK onder 23 jaar in zekere mate, maar veel kan ze er niet aan doen. “De jaren die ik heb licht geroeid waren behoorlijk pittig en ik ging van het afvallen niet harder roeien. En als ik het bij zwaar zou willen proberen, zou dat vooral een lange termijn kwestie zijn. Inmiddels ben ik aan het werk in het ziekenhuis en moet ik straks co-schappen lopen, waardoor het eigenlijk geen optie meer is.” Licht roeien met Marieke als partner zou voor haar de enige optie zijn om nog serieus voor het hoogste niveau te gaan. “Maar dan zouden we echt plannen voor Rio moeten hebben en dat lijkt nu gewoon niet realistisch.”

Ook bij de mannen was een instapploeg de snelste. Niet Stef Broenink roeide samen met Ruben Knab naar de nationale titel, maar Floris Röling: een andere Leidenaar uit de Oude Vier van Njord. De pas derdejaars roeier kreeg van de week een buitenkansje toen bleek dat zijn verenigingsgenoot dit weekend een familiedag bleek te hebben. “Donderdag zijn we een stukje gaan varen en dat bleek zo lekker te gaan dat ik wel vermoedde dat we misschien voor de titel zouden kunnen gaan” vertelde Knab na afloop. Dat hij met Röling een roeier aan boord had die überhaupt nog maar zelden in een dubbeltwee had gezeten, maakte volgens hem niet uit. “Het is ongekend hoe makkelijk hij het roeien oppakt. Hij heeft er echt gevoel voor. Daarnaast barst hij van de ambitie.” Dat laatste kwam duidelijk naar voren toen Röling zelf om commentaar werd gevraagd. “Ja het ging erg goed. Wat mij betreft ga ik met Ruben door” sprak hij vol bravoure over de rappe tijd van 6.19.41 waarmee de U23-dubbel van Amos Keijser en Abe Wiersma op ruime afstand werd gezet. Hij vond het duidelijk maar niets dat zijn verenigingsgenoot had afgezegd voor een familieweekend. “Ja deze jongen gaat er volledig voor, dat moet wel worden gezegd” aldus Knab, die zelf nog niet is gaan twijfelen over zijn toekomst met krachtpatser Broenink. Het tweetal mocht van de bond weliswaar niet naar het EK in Poznan, maar kreeg wel de toezegging te mogen starten bij de laatste Wereldbeker in Luzern. Röling maakt het seizoen dan vermoedelijk af in de skiff.

In de andere velden was het vooral een vier-zonder uit de U23 vrouwen acht die indruk maakte. De tijd van 6.36.37 die Karien Robbers, Bente van der Laan, Maxime Lubbers en Jocelyn Spruit op de klokken zette, is vermoedelijk niet eerder door een SB-boot gevaren en het kwartet eindigde ook maar op slechts vier seconden van de bovenkant uit de zilveren EK-acht (Van Dorp, Belderbos, Jorritsma, Souwer). Maar ook in de acht lieten de vrouwen goede dingen zien. De trainingstijden zijn naar verluid uitstekend en gister roeiden ze naar een tijd die slechts een kleine acht seconden langzamer was dan de SA-boot. Bij de mannen won een gelegenheidscombinatie met daarin ook de nieuwbakken twee-zonder van Mitchel Steenman en Roel Braas. De goed roeiende Henley-acht van Nereus eindigde op ruim vier seconden en ook de Junioren Holland Acht kwam met een nieuwe opstelling uitstekend voor de dag door daar weer 3,5 seconden achter te finishen.