Tamme dag eindigt alsnog met goud

Archief

Het wil nog niet echt lukken in Luzern. De olympische equipe van Nederland – min de drie ploegen die het OKT succesvol volbrachten – levert nog weinig vuurwerk af. Symptomatisch voor vandaag was het optreden van de Holland Acht. In de herkansing met Australië, Groot-Brittannië, Polen en Oekraïne haalden de Nederlandse mannen weliswaar de finale, maar meer dan een vierde plek zat er niet in. De roeiers oogden dan ook teleurgesteld. Weer niet. En in hun hoofden zag je voorzichtig vraagtekens opborrelen. Wanneer lukt het eindelijk wel?

De eer werd in zekere zin gered door de lichte twee-zonder met Arnoud Greidanus en Joris Pijs. Met een agressieve race rekende het duo af met China, Australië, Denemarken en hun landgenoten Joeri Bruschinski en Björn van den Ende. De Franse ploeg met Jean-Christophe Bette en Fabien Tilliet moest na 250 meter al afhaken. “Ik had het idee dat ze een snoek sloegen en dat ze daarna lieten lopen,” vertelde Pijs. “Toen ik dat zag wist ik wel dat we gelijk het gas erop moesten gooien.”

De Nederlandse twee schoot daarop naar de eerste positie, maar kon de Chinese boot niet direct afschudden. In de laatste paar honderd meter was het voor de toeschouwers daarom goed spannend. Gelukkig hielden Pijs en Greidanus genoeg over op de finish. Ze roeiden zelfs een officieus nieuw Nederlands record: 6:29,92. Precies acht honderdsten van een seconde sneller dan de tijd die ze in Belgrado al op de klokken hadden gezet. “Ik hoop dat we naar aanleiding van dit resultaat wel naar het WK mogen,” blikte Pijs vooruit. “Maar eerst gaan we vanavond even goed eten.”

De andere Nederlandse ploegen kwamen er eigenlijk maar beperkt aan te pas. De mannen twee-zonder met Meindert Klem en Nanne Sluis presteerde goed door vijftienhonderd meter lang aansluiting te hebben met topploegen als Canada, Italië en Groot-Brittannië. meter. “Het lukte alleen niet om makkelijk te roeien,” vertelde Klem. ” Technisch kwamen we de laatste vijfhonderd meter nog te kort. Toen we in de ballen terecht kwamen was het gewoon over. We zijn toen niet meer gaan sprinten.” Dat de ploeg op koers lag voor een toptijd deerde hen niet. Het ging, zo vonden ze, om het resultaat. Dat vertelde hen dat ze de A-finale hadden misgelopen.

Ook de mannen vier-zonder moest die zure conclusie trekken na de herkansing. Het enige verschil tussen de twee-zonder en de vier-zonder boten was dat Mechiel Versluis, Ruben Knab, Kaj Hendriks en Boaz Meylink mijlenver achter de rest van de ploegen aan kwamen varen in de herkansing. Voor de roeiers was dat een flinke domper. “We weten zelf ook niet precies waar het aan ligt,” vertelde Hendriks. “We hebben de laatste tijd juist het idee dat we vooruit zijn gegaan, maar het kwam er absoluut niet uit. De eerste vijfhonderd meter gingen goed, maar daarna ging het alleen maar minder. Morgen moeten we een stuk beter.”

De beide achten slaagden er gelukkig wel in om de finale te bereiken. De damesacht vocht lang een gevecht uit met Australië en besliste de strijd uiteindelijk in het eigen voordeel. Engeland en Duitsland lagen op verdere achterstand en speelden geen rol van betekenis. De eindtijd van de vrouwen was echter niet bijzonder scherp: 6:05,44. Stiekem is dat ook wat de vrouwenacht ontbeert: scherpte. Hoewel de Spelen nog slechts twee maanden weg zijn ogen de dames van Susannah Chayes wat gelaten, weinig agressief. Voor een ploeg die openlijk heeft aangegeven te willen wedijveren met Amerika en Canada spat er nog weinig gedrevenheid vanaf.

Tegelijkertijd moet gezegd worden dat Luzern een vreemd toernooi is, met opmerkelijke resultaten waar nog weinig uit valt op te maken. Zo viel de Nieuw-Zeelandse mannen dubbeltwee, regerend en tweevoudig wereldkampioen, in negatieve zin op door de finale mis te lopen. Lassi Karonen en Olaf Tufte, toch niet de minste skiffeurs, varen eveneens ver achteraan. De lichte vier-zonder van Australië, vorig jaar nog de beste tijdens het wereldkampioenschap in Bled, redde het in een spannende halve finale ook al niet. Veel landen en ploegen zijn met andere woorden nog niet op hun best op de Rotsee. Sommigen trainen zelfs over het toernooi heen.

“Je kan er op dit moment gewoon heel weinig van zeggen,” vond Diederik Simon. “We worden hier vierde op iets meer dan een seconde van de Australische acht. Misschien kunnen ze wel harder dan wat ze nu laten zien. Misschien ook wel niet. Morgen weten we pas meer.” Dat klopt. De finales van morgen brengen pas echt duidelijkheid. De beide achten kunnen nog voor medailles zorgen. Maar op basis van de voorwedstrijden en de herkansingen is dat niet vanzelfsprekend. De Nederlandse acht vaart weliswaar anderhalve seconde achter Australië, maar verliest ook van Groot-Brittannië én Polen. Het verschil maakt dan weinig uit.

Dus blijf je achter met een vreemde smaak in je mond. Als men in Londen wil winnen – of in ieder geval mee wil doen voor de winst – dan was het niet verkeerd om in Luzern alvast vooraan te varen. Iets meer domineren. De tijd van hoopvol zijn, van ‘het gaat de goede kant op’, of ‘er zit veel meer in’ is voorbij. Wil je in Londen vooraan varen zul je dat hier al moeten laten zien. De Nederlandse achten weten dus wat ze te wachten staat.

Evenement: World Rowing Cup II
Datum: 25 t/m 27 mei 2012
Locatie: Luzern (SUI)