De inschrijvingen van de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen spreken duidelijke taal: er gaan twee Nederlandse zware twee-zonders naar Belgrado. En de namen van Robert Lücken en Vincent van der Want ontbreken. “Zij zitten in de wachtkamer,” geeft technisch directeur René Mijnders aan. “De procedure was dat de snelste twee tweetjes van het NK naar de eerste World Cup zouden gaan. De snelste ploeg daar is in principe de twee-zonder voor de Spelen. Mits de prestatie navenant is.”
Afgelopen zondag streden de duo’s Derk Noordhuis/David Kuiper, Nanne Sluis/Meindert Klem en Robert Lücken/Vincent van der Want met elkaar om de nationale titel én een uitzending richting de eerste wereldbekerwedstrijd. Niemand van hen kwam als eerste over de streep in de A-finale, maar Noordhuis/Kuiper en Sluis/Klem finishten wel bij de eerste drie. Nereïden Robert Lücken en Vincent van der Want moesten genoegen nemen met plek vijf, liefst zeven seconden achter het NK-podium. Daarmee leek het doek te zijn gevallen voor de Amsterdammers. Belgrado konden ze op hun buik schrijven. En Londen eigenlijk ook wel.
Of toch niet? Technisch directeur en bondscoaches houden een slag om de arm. Met de opmerking dat de prestatie tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd “navenant” moet zijn laat Mijnders zich nog genoeg ruimte om in te grijpen. Niet alleen als beide Nederlandse twee-zonders te weinig voor elkaar onder doen in Belgrado – en er dus niet met zekerheid valt te zeggen wie de snelste twee is – maar ook als de prestatie in het veld niet goed genoeg is. “Het is voor de twee-zonder wel de bedoeling dat ze tijdens de Olympische Spelen finale varen,” vertelt Mijnders. “Als het niveau van de snelste ploeg in Belgrado niet voldoende is moeten we kijken hoe we dat kunnen verbeteren. Wat voor mij een goede prestatie is? Dat is op dit moment nog niet te zeggen.”
De noodzaak van een goede prestatie geldt overigens niet alleen voor de twee-zonder, maar ook voor de vier en de acht. Mijnders haast zich te zeggen dat de eerste wereldbekerwedstrijd voor alle zware boten een testcase zal zijn. Idealiter hoeven technische directeur en zijn bondscoaches niet in te grijpen, maar het doel, zo lijkt Mijnders te willen zeggen, heiligt de middelen. Komende zomer moet de acht goud winnen en moeten de vier en de twee de finale halen. Met minder dan dat neemt hij geen genoegen.
En dus hangt het zwaard van Damocles nog altijd boven de hoofden van Robert Lücken en Vincent van der Want. Of beter gezegd: gloort er nog wat hoop. Definitief uitgeselecteerd zijn ze nog niet; Mijnders noemt het nadrukkelijk ‘de wachtkamer’. Maar tegelijkertijd was de prestatie tijdens het NK voor de technisch directeur veelzeggend. Weer of geen weer, presteren moet altijd. Dat de golven op de Bosbaan hoog waren en het hard waaide deed aan het resultaat op de Hollandia niks af. “We gaan niet alleen maar kijken naar de resultaten op vlak water en zonnige omstandigheden,” aldus Mijnders.
Voor Noordhuis/Kuiper en Sluis/Klem zal het nog niet eenvoudig zijn om tot een finaleplek te komen. In Belgrado doen, inclusief de Nederlandse boten, liefst 25 twee-zonders mee. De wereldkampioenen uit Nieuw-Zeeland zijn nog niet naar Europa afgereisd, maar wel aanwezig zijn sterke ploegen uit Frankrijk, Engeland, Duitsland en Griekenland. Het wordt hoe dan ook geen eenvoudige opdracht. Wat dat betreft zitten ook zij in hetzelfde kamertje als Lücken en Van der Want: het is immers afwachten geblazen of een van de beide oranje tweetjes tot de nu nog mysterieuze gewenste prestatie komt.



