Iets meer dan vijftig jaar geleden werd de beste roeier aller tijden geboren in het Engelse plaatsje Marlow. Sir Steve Redgrave, die afgelopen vrijdag Abraham zag, wordt wereldwijd gezien als een groot sportman. In zijn carrière heeft hij vijf keer olympisch goud en één keer olympisch brons gewonnen. NLroei kiest in deel twee van de Olympische Special voor een van die magnifieke wedstrijden, voor de favoriete medaille van Redgrave zelf. Iedereen denkt dan aan die vijfde en laatste plak. De comeback, na de legendarische woorden: “If anybody sees me near a boat again, they have my permission to shoot me.” De speciaal gebouwde boot voor het kwartet Pinsent, Foster, Redgrave en Cracknell die op Penrith Lake in Australië de Italianen net voor bleef. Maar die race laten we vandaag links liggen. We kiezen voor de wedstrijd waarmee het allemaal begon.
Redgrave begint met roeien als jochie van 14 jaar oud. Hij is lang voor zijn leeftijd, maar niet bijzonder breed gebouwd. De jonge Steve is sportief aangelegd, ook al leeft hij op dat moment meer voor voetbal, cricket en rugby dan voor iets anders. Door een fanatieke leraar op zijn middelbare school wordt hij gepolst of hij niet interesse heeft in roeien. De sport lonkt niet automatisch voor de nog recalcitrante scholier, maar de belofte dat hij tijdens schooltijd mag gaan trainen klinkt goed. Niet in de schoolbanken, maar buiten, in het zonnetje op het water liggen? Daar heeft de jonge Steve wel oren naar.
Redgrave maakt met zijn ploeg van Great Marlow School, tot dat moment nog een vrij onbeduidende school in het zuiden van Engeland, furore in het Engelse schoolroeisysteem. Ze winnen bijna alles wat er te winnen valt. Vooral dankzij hun vermogen, overigens; technisch gezien laat de ploeg nog veel te wensen over. De Britse juniorenbondscoaches zien wel brood in de jonge Steve. Een topper in wording, zo constateren zij, en ze proberen hem los te weken van zijn vier-met. Ze hadden er echter niet op gerekend dat Redgrave waardes als vriendschap en saamhorigheid hoog in het vaandel heeft gestaan. Samen werken naar één doel, bij elkaar blijven. Dat is wat Redgrave wil. Niet die willekeur van een roeibond die zeker op dat moment nog geen duidelijk selectiebeleid heeft.
De Britse bondscoaches verbijten zich. Niet geheel onterecht: Redgrave is het grootste roeitalent dat zich sinds jaren heeft voorgedaan. Een fysiek wonderkind. Mentaal erg sterk, tot het nukkige aan toe. Hij roeit zichzelf zonder wezenlijke ervaring in de skiff naar een uitzending voor de WK voor Junioren in Moskou in 1979. Eenmaal in Rusland staan zijn gedachten niet in het teken van de wedstrijden, maar liggen ze bij zijn jeugdvriend en ploeggenoot Robert Hadley die vlak voor zijn vertrek plotseling is overleden. Het roeien op Marlow zal nooit meer hetzelfde zijn en Steve, aangeslagen als hij is, komt niet verder dan de C-finale.
Redgrave gaat in eerste instantie verder met scullen. Hij wil in 1980, als achttienjarige, naar de Spelen in een dubbelvier met drie andere jonge roeiers. Maar de Engelse roeibond wil daar niks van weten. “Laat ze maar lekker naar de wereldkampioenschappen voor junioren gaan,” klinkt uit monde van de hoge heren. “Zij krijgen hun kans nog wel.” Er gaat een streep door de uitzending, en de dubbelvier valt uit elkaar. Het is tekenend voor het Britse roeien in die tijd. Er is geen hechte band tussen verschillende ploegen, het woord beleid staat niet in het Britse woordenboek. En de prestaties blijven ook uit. De totale oogst in 1980 is een zilveren en twee bronzen medailles. Niet best, voor Britse begrippen. De twee wereldkampioenschappen die volgen zijn niet veel beter, met 1982 als absoluut dieptepunt. De dubbelvier, met Redgrave in de gelederen, is met een vijfde plaats een van de best presterende ploegen.
Er wordt besloten om helemaal opnieuw te beginnen. Boordroeien, daar moeten de Britten zich op richten. Alleen als de roeiers zich daar op richten kan er volgens de Amateur Rowing Association worden gebouwd worden aan succes. Redgrave aarzelt. Hij gaat liever zijn eigen weg, wil zich meten met de groten in de skiff en botst nadrukkelijk met zowel zijn ploeggenoten als de Britse roeibond. De vier-met, waarvoor hij in aanmerking komt, ziet hij niet direct zitten. Tegelijkertijd weet hij dat de boot goede kansen heeft; in 1983 varen ze in Luzern met 6:07 een wereldrecord. En de grote concurrentie, afkomstig uit de oostbloklanden, laat in 1984 verstek gaan. De ploeg kán winnen, maar dan moet het bonte gezelschap wel samenwerken. En dat is veel gevraagd: slagman Redgrave is koppig, zit met zijn hoofd bij de skiff. Andy Holmes is een stille roeier die uit frustratie met het beleid niet meer in de nationale acht wilde roeien. Richard Budgett, afgestudeerd arts, is toevallig opgeduikeld omdat hij de selectie van de Boat Race niet haalde. En de boegroeier, de ervaren, 27-jaar oude Martin Cross, is een praatgrage, sociaal behepte manipulator. Blijft over de stuurman: Adrian Ellison, radioloog van beroep.
De ploeg bereidt zich op de Spelen van 1984 voor in naburige San Diego. Omdat de roeiwedstrijden vanwege de smog in Los Angeles om 7:00 ’s ochtends beginnen leggen ze zichzelf een nieuw tijdschema op. Opstaan midden in de nacht, om 03:45, om er voor te zorgen dat het lichaam is opgewarmd en klaar is om te racen als de zon eenmaal opkomt. De voorwedstrijd gaat goed. Gemakkelijk wordt er zelfs gewonnen. Zeven dag lang wacht de ploeg op de finale. En dan, die bewuste 5 augustus, ligt de ploeg bij de start. Naast Nieuw-Zeeland, Canada, de Verenigde Staten, West-Duitsland en Italië. Een voor een worden de landen opgenoemd terwijl aan de finish de mist langzaam over het meer trekt. “Attention… êtes-vous prêts? Partez!”
Het succes van de vier-met betekent een renaissance binnen het Britse roeien. Het is de eerste gouden roeimedaille voor Groot-Brittannië sinds de Spelen van Londen in 1948. Opeens wordt duidelijk dat er meer mogelijk is. Redgrave en de zijnen geven de sport weer een impuls. Het roeien krijgt meer aanzien in het land waar het ooit geboren is. Het zware mannenroeien leeft nadrukkelijk op, krijgt door de vele gouden olympische medailles en wereldtitels die zouden volgen veel status. Tegelijkertijd duurt het bij de lichte roeiers en bij de dames tot ongeveer de millenniumwisseling eer de Britten inzien dat ook in die disciplines successen te behalen zijn.
Redgrave zelf hangt op dat moment zijn riemen aan de wilgen, ook al twijfelt hij er nog even, heel even over om in 2004 een comeback te maken. De deur staat altijd open, zo maakt zijn oud-coach Jürgen Grobler hem duidelijk. Maar hij doet het toch niet. En da’s maar goed ook. Five is a lot already. Six would be overdoing it. De rest van de ploeg van 1984 is dan al lang gestopt met roeien. Budgett nam afscheid na zijn gouden medaille. Cross, verslaafd aan de sport, ging tot 1991 door en is tot de dag van vandaag zowel televisie- en radiocommentator bij het roeien als leraar. Hij pakt samen met Ellison twee jaar na de winst op Lake Casitas nog een gouden medaille tijdens de Commonwealth Games. En Holmes? Die was de enige die nogmaals olympisch kampioen werd. Samen met Redgrave won hij goud in de twee-zonder in 1988. Hij stopte niet gek lang daarna met roeien en kwam pas in 2007 weer terug bij de sport waar hij ooit groot in was geworden. Met noodlottige gevolgen. Tijdens een roeitocht in het westen van Engeland, in de herfst van 2010, loopt hij een bacteriële infectie op waaraan hij helaas overlijdt.




