In de geschiedenis van de Olympische Spelen zijn er veel legendarische races gevaren. Wedstrijden die beroemd zijn, die door iedereen wel eens zijn bekeken. In een serie van zes olympische specials kiest NLroei vanaf nu elke maand een bijzondere race uit het archief en vertelt het verhaal achter de wedstrijd. Wat ging er aan deze prestatie vooraf? Wat weet het publiek nog niet over deze legendarische wedstrijd en de betrokken roei(st)ers? Vandaag de eerste aflevering: de Franse twee-zonder in Sydney, 2000. Jean Christophe Rolland and Michel Andrieux, voor velen een inspiratie sinds hun kamikazesprint halverwege de wedstrijd. De race van de Franse roeiers staat sinds 2000 voor het hebben van lef, voor het hard durven maken van de wedstrijd op het moment dat niemand het nog durft. En anders dan mensen misschien denken kwam het succes van Andrieux en Rolland niet plotseling, maar was het ruim elf jaar in de maak.
Michel Andrieux en Jean Christophe Rolland zijn beiden jonge twintigers als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. In de lente van 1989 worden de roeiers bij toeval aan elkaar gekoppeld. Rolland, het zeer succesvolle juniorentalent uit Lyon, en Andrieux, een roeier uit Bordeaux die al een jaartje ouder is maar nog op weinig successen kan bogen. Het duo blijkt goed uit de voeten te kunnen in de twee-zonder: alle andere Franse roeiers worden tijdens onderlinge races verslagen. Maar als ploeg krijgt het tweetal nog geen kans.
Pas in 1991 starten Andrieux en Rolland als duo internationale wedstrijden. Ze worden tijdens hun eerste WK in de twee-zonder gelijk vijfde. Een jaar later, tijdens de Olympische Spelen van Barcelona, schuiven ze zelfs een plaatsje op naar boven. In een demonstratierace van de Britse roeiers Matthew Pinsent en Steve Redgrave, die overtuigend winnen, komt de Franse boot drie seconden te kort voor het podium. Voor Franse begrippen een prestatie van formaat; het roeien in Frankrijk stelt op dat moment nauwelijks wat voor. In het seniorencircuit wordt een finaleplaats op internationale toernooien gevierd als een overwinning. En een echte prestatie krijgt dan nog meer cachet: als Rolland en Andrieux in 1994 samen met Daniel Fauche en Philippe Lot de wereldtitel in de vier-zonder winnen staat roeiland Frankrijk op zijn kop. Voor het eerst sinds tijden klinkt voor mannenroeiers weer eens de Marseillaise tijdens een wereldkampioenschap.
Het is het begin van een bewonderenswaardige reeks. Tussen 1993 en 2000 staat het duo Jean Christophe Rolland en Michel Andrieux jaar in, jaar uit op de erepodia van wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. Ze lopen in 1994 net de wereldtitel mis in de twee-zonder als een ontketende Italiaanse ploeg ze in de laatste meters voorbij steekt. De voorlopige kroon op het werk is de bronzen plak in Atlanta, in een wedstrijd waar ze hun meerdere moeten erkennen in de wederom zegevierende Britten Redgrave en Pinsent en de Australiërs Robert Scott en David Weightman. Het is een mijlpaal voor het Franse roeien, de allereerste medaille sinds de Spelen van 1964 in Tokyo.
Het olympische brons maakt Rolland en Andrieux hongerig. Ze willen meer. Een wereldtitel in de vier-zonder hebben ze al op zak. Nu moet de twee-zonder nog een keer op nummer één eindigen. En wat is een beter moment dan de wereldkampioenschappen in eigen land, op Lac d’Aiguebelette? Met een magistrale laatste vijfhonderd meter verslaan ze de snel gestarte Canadese ploeg en behalen ze de medaille waar de duizenden Franse supporters op hoopten: goud. Zowel Andrieux als Rolland besluit het daarna voor gezien te houden; beiden willen stoppen op hun hoogtepunt, en beter dan goud winnen in eigen land kan eigenlijk niet. Of toch?
Als Rolland in 1998 tijdens zijn huwelijksreis in Canada langs het meer van St. Catherines loopt besef hij zich dat hij verbonden is met de roeisport. Hier wil hij volgend jaar weer roeien, zich meten met de besten van de aarde. En niet zomaar met iemand: hij wil weer met Andrieux in de boot zitten. Hij belt zijn oude maatje op en vraagt hem weer in te stappen. Samen met hun ervaren coach Dominique Basset willen ze nog één keer alles op alles zetten. Een laatste poging om olympische roem te vergaren. Makkelijk zal het niet worden: beide roeiers zijn de dertig al gepasseerd, hebben een gezin en hebben ook een maatschappelijke carrière opgebouwd. Twee seizoenen lang presteert de Franse twee wisselvallig. Maar toch weten ze zich te kwalificeren voor de finale van de Olympische Spelen en liggen ze op die bewuste 23 september op Penrith Lake te wachten tot het rode licht op groen springt.
De start van Andrieux en Rolland is weinig bijzonder te noemen. De Britten daarentegen, zijn er gelijk vandoor en houden tot halverwege de leiding, op de voet gevolgd door de Joegoslaven en de Amerikanen. Het Franse duo volgt op gepaste afstand samen met het favoriete Australië. Er hangt iets in de lucht. “You sense something’s about to happen”, zegt commentator Garry Herbert, en op dat moment besluiten Andrieux en Rolland te gaan. De Fransen weten dat de andere ploegen zouden wachten met hun eindsprint tot de laatste vijfhonderd meter. Maar zover willen ze het niet laten komen. Met één call van Andrieux gooien ze het tempo omhoog tot 44 halen per minuut en roeien in twintig seconden het hele veld voorbij. De woorden die de boegroeier naar verluidt gebruikt? De namen van hun beider kinderen. Met hen als motivatie roeit het duo bijna duizend meter lang in een verschroeiend ritme, terwijl de andere ploegen verwoed proberen dichterbij te komen. “They’ve caught the whole field napping!” roept Herbert vanuit zijn commentaarpositie.
Andrieux en Rolland hebben de laatste honderd meter niks over. Zodra ze over de streep komen slaan ze bijna om, zo weinig controle hebben ze meer in hun lichaam. Maar hun gok heeft uitbetaald. Eindelijk goud. Eindelijk hebben ze alles bereikt dat ze kunnen bereiken en kunnen ze met een gerust hart de riemen in de wilgen hangen.



