Het water van de Malaya Neva kabbelt rustig voort. Het is een graad of dertien, windstil en het zonnetje schijnt. Ideaal weer om te roeien. Maar de roeiverenigingen in Sint Petersburg zijn weinig uitnodigend. Het terrein voor de botenloodsen van Dynamo, de vervallen roeivereniging in het zuiden van het Krestovskiy-eiland, bestaat uit verweerde betonplaten. Er zitten gaten in het beton en de moerassige ondergrond waar de havenstad op gebouwd is blijkt weinig stabiel. Her en der zijn de platen scheefgezakt. Ook het houten vlonder is niet wat het ooit geweest moet zijn. Diverse planken ontbreken, en het is maar de vraag of de gang naar het water zonder kleerscheuren afgelegd kan worden. Nee, de nobele roeisport is in Rusland vergane glorie. En er moet nog veel gebeuren wil dat veranderen.
Sint Petersburg telt een zestal roeiverenigingen, allemaal gesitueerd op het Krestovskiy-eiland ten noordwesten van het centrum van de stad. Het is een sport-walhalla in het begin van de twintigste eeuw, een plaats waar de intelligentsia van de Russische handelsstad samenkwam om te tennissen, kleiduiven te schieten, te zeilen, polo te spelen en natuurlijk te roeien. Bijna alle roeiverenigingen stammen nog uit de tijd van het tsaristische Rusland. Na de verwoestende Tweede Wereldoorlog zijn ze opnieuw gebouwd met de weinige middelen die men toen had. Het zijn statige gebouwen met hoge gevels, brede gangen en oude trappenhuizen. In de tijd van de Sovjetunie werden ze gebruikt om roeitalenten te smeden, roeiers die furore maakten in de jaren ’50, ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Maar met de teloorgang van het communistische rijk raakten ook de roeiverenigingen in verval. De grote botenhuizen langs de Neva zijn daar een stille getuige van.
Het is daarom des te vreemder dat er temidden van deze troosteloze roeipaleizen één gloednieuw pand staat. Niet alleen valt het nieuwe gebouw op in contrast met de oude verenigingen in de nabije omgeving, ook de architecturale stijl is anders. Als je niet beter zou weten zou je denken dat je plotseling in Groot-Brittannië zou zijn beland; de witte gevel met houten balken heeft wat weg van een Engels landhuisje. Alleen dan net wat kitscheriger en protseriger, zoals het een goed Russisch gebouw betaamt. Buiten staat een botenwagen met nieuwe Empachers. Binnen is het een en al moderniteit. Een grote televisie aan de muur, een zaal met een twintigtal gloednieuwe Concept-2 ergometers en als je de trap op gaat een lange gang met slaapkamers. Daar logeren de grote roeitalenten van Sint Petersburg. Er is ook een keuken waar een kokkin dagelijks voor de hongerige roeiers eten klaarmaakt. Het contrast met de roeiburen kan niet groter. Daar is roeien een vrij povere bezigheid.
De ‘English Rowing Club’ van Sint Petersburg is dus een vreemde eend in de bijt. De club werd al in 1864 opgericht en dank zijn naam aan het feit dat de roeisport vanuit Engeland naar Sint Petersburg kwam. De vereniging overleefde de Tweede Wereldoorlog niet, maar werd vorig jaar als moderne roeivereniging in ere hersteld om het 150-jarig bestaan van het Russische roeien te vieren. Vanuit externe wege – waarschijnlijk via staatsoliebedrijf Gazprom, dat zich sinds kort heeft opgeworpen als suikeroom van het Russische roeien – wordt veel geld in de vereniging gepompt. Het Russische roeien moet weer zo groot worden als weleer. Grandeur moet de vereniging uitstralen, net als het Engelse voorbeeld Leander.
Maar een echt Leander is de roeivereniging niet. Nog verre van. Daarvoor zijn de muren net iets te veel van bordkarton. Daarvoor is het trainingsregime nog iets te onbegrijpelijk en is er nog te weinig structuur. Met geld is met andere woorden niet alles te koop. Geen traditie, geen ervaring, geen fundament in ieder geval. Misschien dat de vereniging nog een aantal jaar moet groeien en kan er in de toekomst iets moois ontstaan. Helaas worden Russische roebels maar al te vaak rondgestrooid zonder dat er direct rendement is. Voor de Olympische Winterspelen van Sotsji in 2014 is al veertig miljard euro uitgegeven, vier keer meer dan vooraf was geraamd. En dan moeten de gouden medailles nog komen.
Ook de English Rowing Club droomt van gouden medailles. Van grote successen op wereldbekers, WK’s en Olympische Spelen. Maar de weg is nog lang, en er moet nog veel gebeuren wil de jongste roeivereniging aan de Neva niet stilletjes teloorgaan. Net als de roeiverenigingen naast haar is ze dan over een twee decennia een vervallen kolos. Een plek van spinnenwebben en verroeste deurklinken waar een verdwaalde Russische roeier zijn afgedankte skiff in het water legt om eenzaam een stukje te varen. Zijn bejaarde coach kijkt vanaf de kant toe, heft zijn glaasje wodka en mompelt, al denkend aan lang vervlogen tijden: “Na zdarovje“. Proost.



