Het aantal ploegen van de Nederlandse roei-equipe dat meedoet aan de Holland Beker is vrijwel altijd groot. Er heerst een soort stilzwijgende afspraak dat, ook al zit het qua topinschrijvingen niet mee voor de organisatie van de Holland Beker, ploegen als de Holland Acht en de nationale vrouwenacht wel even hun show komen opvoeren. Maar anno 2011 was er in veel velden geen sprake van een plichtmatige twee kilometer ter voorbereiding op de wereldbekerwedstrijden in Luzern. Door het uitzonderlijk hoge aantal internationale topploegen dat naar Amsterdam was gekomen moesten bijna alle Nederlandse boten de tanden op elkaar zetten om te laten zien waar ze van gemaakt zijn. Met het tandvlees van de A-equipe lijkt het wel goed te zitten.
Van de drie prioriteitsboten – de Holland Acht, vrouwenacht en lichte vier-zonder – verschenen er twee aan de start. De lichte vier heeft al het hele jaar te kampen met blessures. Waar eerst Roeland Lievens het zorgenkindje was staat nu Tim Heijbrock met een polskwetsuur aan de kant. Het is de zoveelste tegenslag voor bondscoach John Faulkner, die zich door de problemen genoodzaakt ziet om veel te schuiven en te wisselen met zijn reserveploegen. Zelfs zoveel dat nu ook Vidar-roeier Joeri Bruschinski bij de selectie is gehaald. “We hebben in eerste instantie gewoon geprobeerd hoe de combinatie Joeri en Arnoud (Greidanus, red.) zou werken, maar het pakt prima uit”, vertelde Faulkner, verwijzend naar de goede race die het duo voer op zaterdag. In Luzern zullen de roeiers van Vidar en Proteus-Eretes elkaar evenwel niet in de boot zien. Greidanus vervangt in Zwitserland namelijk de geblesseerde Heijbrock in de lichte vier.
Door de blessure van vaste kracht Heijbrock waren Vincent en Tycho Muda genoodzaakt om te starten in de twee-zonder. Dat de tweeling al een tijdje niet meer samen in een klein nummer heeft geraced werd duidelijk uit hun varen in de finale van de mannen twee-zonder. “Het was meer rammen dan roeien”, hijgde Vincent Muda naderhand. “Technisch gezien viel er nog wel wat te verbeteren.” De broertjes finishten ondanks hun volgens eigen zeggen slordige roeien op een knappe tweede plaats. En passant verbeterden ze bovendien hun eigen persoonlijk record met een aantal tienden – een schamele vier seconden boven het wereldrecord in de lichte twee, overigens. De Canadezen Scott Frandsen en Dave Calder waren net als tijdens de eerste dag van de Holland Beker ongenaakbaar. De zware Nederlandse twee-zonder met Rogier Blink en Nanne Sluis eindigde vlak voor de Australische twee-zonder op de derde plek.
Een derde plaats was ook tweemaal weggelegd voor de lichte dames dubbeltwee. Maaike Head en Rianne Sigmond startten voor de gelegenheid zwaar en troffen daarin tot tweemaal toe hun grootste rivalen: de regerend wereldkampioenen (Canada) én de winnaars van het zilver vorig jaar in Nieuw-Zeeland (Groot-Brittannië). Met ook een sterke Amerikaanse ploeg op het Amstelveense water was de strijd in de dames dubbeltwee open klasse nagenoeg een wereldbekerfinale. Head en Sigmond lieten zien dat ze in dit stadium van het seizoen zeker met de top van de wereld mee kunnen komen. Op zondag waren de Rotterdamse roeisters de wereldkampioenen Tracy Cameron en Lindsay Jennerich zelfs te snel af.
De Canadezen werden überhaupt veelvuldig door de Nederlandse nationale ploegen naar een tweede plaats verwezen. Ook de zware mannen vier-zonder met Jozef Klaassen, Kaj Hendriks, Ruben Knab en Meindert Klem won in een zeer sterk optreden van de vier Canadese collega’s. De Nederlandse vrouwenacht zette de ingeslagen zegereeks voort door op beide dagen vakkundig af te rekenen met de Canadese vrouwenacht. De roeisters van coach Susannah Chayes ogen vrolijk onder het succes, zelfverzekerd. Een homogene groep die op weg is naar één doel: goud. De grote vraag is eigenlijk of er na Luzern nog iets gaat veranderen. Femke Dekker is de enige roeister die nog een kans maakt op een plekje in de acht, mits ze die mogelijkheid met beide handen aanpakt en zichzelf nadrukkelijk bewijst. “Er moet gegronde reden voor zijn om wijzigingen in de acht aan te brengen”, vertelde René Mijnders, technisch directeur van de roeibond. “We bieden Femke een podium om haar vorm weer terug te vinden en het is aan haar om te laten zien dat ze in de acht hoort.”
De Holland Acht, tenslotte, had het van alle ploegen wel het makkelijkst. De ploeg, die niet langer door Diederik Simon wordt voorgeslagen maar door de uit Amerika teruggekeerde Olivier Siegelaar, had geen Canadese acht als tegestand. In plaats daarvan kwam de voornaamste concurrentie van een lichte Deense ploeg die vrijwel vanzelfsprekend niet kon opboksen tegen het geweld van Neerlands’ sterksten. Opvallend was de aanwezigheid van Tim van den Ende op de stuurpositie. Waar Peter Wiersum de afgelopen jaren een vaste plek leek te hebben gekregen als stuurman van de Holland Acht wordt er nu wat geëxperimenteerd. De roeiers noch Van den Ende zelf lieten wat los over de gang van zaken, maar de blikken waren veelzeggend. In het jaar voorafgaand aan de Spelen worden de messen al geslepen. Nu al moet langzaam duidelijk worden wie er volgend jaar voor de medailles moeten gaan strijden.
De Holland Beker was op die manier voor de equipeploegen meer dan gewoon een optreden. Er was meer aan de hand dan alleen een presentatie van de rood-wit-blauwe roeipakjes. Er was strijd. Bloed, zweet en tranen. Holle, moegestreden gezichten. Maar ook toewijding en focus. Tijdens de 125e verjaardag van de Holland Beker kon het toegestroomde publiek een glimp ontdekken van de langzaam toenemende spanning aan de top van de nationale roeiwereld.





