De eerste finaledag van de wereldbeker bracht Nederland geen medailles, maar wel een heleboel finaleplaatsen. Het Hollandse roeien scoort wel vaker goed op de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen, maar meestal zijn de velden wat magerder bezet dan nu. Veel landen achten het noodzakelijk om vroeg in het olympische kwalificatieseizoen hun neus te laten zien in München. Wat dat betreft valt er voor de Nederlandse ploegen weinig te klagen: met uitzondering van de mannen vier-zonder, de mannen twee-zonder (van Andel en Noordhuis) en de dames skiff kwalificeerden alle ploegen in de olympische bootklassen zich voor de finale. Het meest opvallende aan de Nederlandse races? Rood-wit-blauw kan plotseling starten. En hoe.
Met name het optreden van de lichte vier-zonder was een blijde verrassing. Hield bondscoach John Faulkner op de eerste dag van de wedstrijden in München nog een slag om de arm, na de halve finale kon hij niet anders dan een grote glimlach tevoorschijn toveren. “Fastest start”, grijnsde de Brit van oor tot oor. Inderdaad. Tycho Muda, Vincent Muda, Joris Pijs en Tim Heijbrock explodeerden van de startvlotten, grepen brutaal de leiding in hun halve finale en moesten in het tweede deel van de race alleen de sterke Deense ploeg langszij laten. De Duitsers, vaak goed voor een podiumplek op wereldbekerwedstrijden en WK’s bleven tijdens de thuiswedstrijd met lege handen achter.
“Ik ben blij dat we goed uit onze mentale dip zijn opgekrabbeld”, zei Vincent Muda enigszins opgelucht na de race. “We hadden wat tegenslagen, blessures, maar gelukkig zijn we een hecht team. We hebben ook met Joris als invaller laten zien dat we hard kunnen varen.” De helft van de slagentweeling gaf verder aan dat de ploeg in de tweede helft van de race niet alles op alles had gezet om de eerste plaats vast te houden. “Tim [Heijbrock] voelde heel goed aan dat het harde werken negatieve invloed had op de gelijkheid. We hebben toen bewust gefocust op samen blijven werken.” Heijbrock haakt in: “Maar het was wel zwaar. Normaal gesproken kost het toch minder energie om de finale te bereiken.”
De voorsprong van de lichte ploeg op de nummer vier was evenwel afdoende om het tweede deel van de race niet vol door te trekken. En, zoals zowel Muda als Heijbrock na de race aangaven, het draait niet om winst in de halve finale. Morgen, als de medailles verdeeld worden, wil de ploeg er staan. Het lichte kwartet weet dat het spannend zal worden om de medailles, hoe veelbelovend het resultaat – de snelle start voorop – van vandaag ook was.
Ook Claudia Belderbos en Carline Bouw maakten indruk met hun snelle opening. “Eerlijk gezegd schrok ik wel even”, vertelde Bouw op het botenterrein. “We moeten nu nog even ons hoofd erbij houden en niet schrikken van een voorsprong. Nu waren we na onze start iets te veel van ons stuk gebracht. Daardoor zakten we langzaam terug.” In de halve finale van de vrouwen twee-zonder finishten Bouw en Belderbos uiteindelijk als derde, achter hun collega’s Nienke Kingma en Chantal Achterberg en de Amerikaanse twee-zonder Zsuszanna Francia en Meghan Musnicki. De derde Nederlandse twee-zonder trok zich uit voorzorg terug uit de halve eindstrijd. Annemiek de Haan had, doordat ze plotseling op bakboord roeit in plaats van haar stuurboord slagplek in de acht, wat pijntjes in haar ribben. Om (succes in) de acht niet in gevaar te brengen streed de derde Nederlandse twee daarom niet mee om de finaleplekken.
De snelle starts van zowel de lichte mannen als de dames twee met Belderbos en Bouw lijken een bevestiging van de focus van de KNRB. De afgelopen seizoenen werd structureel de nadruk gelegd op vermogen: sterke mannen en vrouwen kunnen een boot immers sneller op gang krijgen dan minder sterke. Ondanks die insteek bleven de Nederlandse ploegen op de afgelopen wereldbekerwedstrijden en WK’s veelvuldig achter de feiten aanlopen. In de eerste vijfhonderd meter van de race keken de nationale ploegen vaak tegen een achterstand aan die soms, maar lang niet altijd, aan het einde van de wedstrijd werd ingelopen. Nu lijkt daar voorzichtig verandering in te komen. Als de ploegen morgen, wanneer het om de knikkers gaat, vanaf haal één het initiatief kunnen nemen is de helft van de stappen richting (olympisch) succes gezet.
De uitslagen van de Nederlandse ploegen zijn terug te vinden op de website van Worldrowing. De eerste ploeg die op zondag aan de bak moet is de mannen vier-zonder. Zij varen om 9:24 de B-finale tegen Roemenië, Spanje, Servië, China 1 en Tsjechië.




