Het door velen als favoriet bestempelde Cambridge stelde tijdens de Boat Race van 2011 teleur. De enige opsteker voor de fans: volgend jaar is er weer een kans. Voor de rest viel er voor de ‘light blues’ weinig eer te behalen uit de jaarlijkse ontmoeting tussen beide Engelse topuniversiteiten. Oxford nam al vroeg in de wedstrijd het initiatief, kon de beslissende bootlengte voorsprong in tegenstelling tot vorig jaar wel forceren, en voer het laatste deel van de race soeverein voor de concurrent uit. Voorgeslagen door de stoïcijns roeiende slagman Simon Hislop oogden de ‘dark blues’ zelfverzekerd, alsof ze nimmer onder de indruk waren geweest van hun aartsvijand. Het uiteindelijke gat tussen Oxford en Cambridge bedroeg 14 seconden, groot genoeg voor coach Steve Trapmore om eens goed na te denken over trainingsschema’s, selecties en de keuze voor het materiaal.
Tijdens de voorbereiding was Olympisch kampioen Trapmore, die in de Britse acht goud won in Sydney, 2000, nog vol zelfvertrouwen geweest over zijn voorkeur voor het merk boot. Hij verdedigde zijn keuze voor het Canadese Hudson door aan te geven dat de witte acht tijdens vergelijkend warenonderzoek als beste uit de test was gekomen. “Ik denk dat het roeien in een Hudson de kansen op succes alleen maar zullen doen toenemen,” zo beweerde Trapmore. Helaas voor Cambridge kreeg hij daarin ongelijk. Zijn tot het laatste moment hard werkende ploeg oogde machteloos in de Hudson, alsof de lichtblauw getinte bladen bij elke haal door stroop aan het ploegen waren in plaats van door water. Oxford, daarentegen, oogde solide. De acht van coach Sean Bowden bleek uiterst efficiënt op de golven van de Thames. Met het genoemde succes tot resutaat.
De donkerblauw geklede roeiers waren op de finish door dolle heen. Vooral Moritz Hafner, met 80 kilo de lichtste roeier in de Boat Race van 2011, kon zijn blijdschap niet bedwingen en besloot om door de boot te klauteren, op zijn weg alle roeiers één voor één feliciterend. Hafner, een geboren Zwitser die nu voor Duitsland roeit, was dit jaar een opvallendheid. De afgelopen edities bestonden de ploegen van zowel Oxford als Cambridge vaak uit buitenlandse roeiers. Dit jaar was het merendeel van de deelnemers Brits, op een enkele Canadees, Australiër, Amerikaan of – in het geval van Hafner – Duitser na. Kritische tongen riepen de afgelopen paar jaar al dat de traditionele Engelse wedstrijd teveel een speelbal werd van buitenlanders. Dat beide achten dit jaar voor een groot deel bevolkt werden door Britten zal de puristen goed hebben gedaan.
Sjoerd Hamburger, vorig jaar nog president van de Oxford Universite Boat club (OUBC), moest de race vanuit de trainingskamplocatie in het Italiaanse Sabaudia volgen. Vanuit het Mediterraanse roeicentrum toonde hij zich extreem opgewekt. Het verlies in 2010 smaakte de roeier van Orca dan ook bitter, en de afgetekende winst van dit jaar – plus de zege van reserveboot Isis (Oxford) ten koste van Goldie (Cambridge) – was een mooie opsteker.
In de tussenstand leidt Cambridge ondanks het gevoelige verlies met 80 overwinningen tegen 76 voor Oxford. Zet laatstgenoemde universiteit de huidige lijn voort – Oxford won de afgelopen tien jaar zeven ontmoetingen – dan zou het wel eens heel interessant kunnen worden. Sinds 1928 heeft Oxford namelijk niet voorgestaan in de totaalstand. Cambridge heeft nu een jaar om de wonden te likken en met een nieuw plan en een nieuwe groep te komen. Moeilijk wordt dat sowieso: in 2012 zal de aandacht van de toproeiers vanzelfsprekend bij Londen liggen. Maar of gekozen wordt voor de Boat Race of de Olympische Spelen valt te bezien.



