Op de eerste soepel lopende racedag is het duidelijk waarom de wereldkampioenschappen roeien op het Karapiro-meer in Nieuw-Zeeland worden gehouden. Een lekker windje mee, prachtig zonnetje en een soepele organisatie. Om Beijing-toestanden te voorkomen wordt er bij de start zelfs driftig gecontroleerd op wier. Voor de Nederlanders verliepen de voorwedstrijden bij vlagen wat stroef. Alleen de lichte damesdubbeltwee met Rianne Sigmond en Maaike Head, voor wie als enigen de herkansing al op het programma stond, kwamen net tekort voor de halve finale. Teleurgesteld dobberden de Skadi-dames na de finish op de golven van de kamprechtersboot, terwijl naast hen de Spaanse twee euforisch de handen in de lucht gooide.
Dat Head en Sigmond in de C-finale moeten roeien is een teleurstelling. Niet alleen voor de dames zelf, die op meer gehoopt hadden, maar ook voor het Nederlandse lichte damesroeien. De mantel van Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen is een zware last, en Head en Sigmond steken op dit moment met kop en schouders boven de rest van licht damesroeiend Nederland uit. Of er een andere dubbel mogelijk is valt dus te bezien.
Head en Sigmond kennen dit jaar een aflopend seizoen. Beide dames waren superieur op het NK, in de dubbel roeiden ze samen naar een vierde plek op de eerste wereldbeker in Bled, maar vervolgens zakten ze steeds verder weg. Een achtste plek in Luzern, een negende op het EK en nu hoogstens een dertiende plaats na de C-finale van aanstaande vrijdag. Aan inzet zal het niet direct liggen: de Skadi-roeisters startten voortvarend en namen het initiatief vanaf het begin van de race in eigen hand. Wat dat betreft leek het een kopie te gaan worden van de herkansing die de dames een jaar geleden op het WK in Poznan voeren. Toen voeren Head en Sigmond naar de eerste plek; dit keer kwamen Australië, China en Spanje langzaam maar zeker dichterbij. Op 500 meter voor het einde van de race was duidelijk dat het Nederlandse duo veel moeite had om de concurrentie van zich af te schudden. Op de streep was het uiteindelijke verschil slechts een aantal tienden van een seconde. Weinig, maar wel genoeg.
Extra zuur was het wellicht voor Sigmond dat haar vriendje Jaap Schouten in de lichte mannen skiff met speels gemak naar de voor de halve finale kwalificerende derde plek roeide in zijn voorwedstrijd. Het verschil bestaat er natuurlijk wel in dat Schouten in de niet-Olympische discipline LM1x roeit, terwijl Sigmond en Head in het moordende LW2x-veld varen. Schoutens optreden deed evenwel vermoeden dat er nog wel een aantal versnellingen niet aangesproken waren in zijn race. Regerend wereldkampioen Duncan Grant wilde zich voor eigen publiek laten gelden en nam vanaf de start het heft in handen. De Engelsman Peter Chambers ging in de achtervolging en Schouten leek alleen de Oostenrijker Alexander Rath, die vierde werd, in de gaten te houden. Zeker naar het einde toe liet de Nederlander het gas steeds meer los. De skiffeur van het Leidse Njord is ervaren en weet dat elk beetje energie meegenomen is in de strijd om de finaleplekken (donderdag) en de medailles (zaterdag).
De enige andere eenling in Nieuw-Zeeland, Roel Braas, voer een vlakke race, maar kwam geen moment in de buurt van de leiders. Dat de Okeanied het zou afleggen tegen regerend wereldkampioen Mahe Drysdale lag in de lijn der verwachtingen, iets wat ook Braas zich realiseerde. Hij richtte zich op het beperken van de schade. Dat lukte eigenlijk naar alle redelijkheid: de achterstand die Braas in de eerste kilometer had opgelopen werd in de tweede helft van de wedstrijd nauwelijks groter. Met een meer vlammende start kan Braas misschien meer potten breken, en dat is ook nodig om in de herkansing een halve finaleplek af te dwingen.
De zware mannen vier-zonder met Mitchel Steenman, Olaf van Andel, Robert Lücken en Mechiel Versluis wist eveneens van tevoren dat er gevochten zou worden tegen de bierkaai. Met Groot-Brittannië en Frankrijk in hun voorwedstrijd waar alleen de winnaar door zou gaan was het vrijwel onmogelijk om in één keer een finaleplek af te dwingen. Vroeg in de race kwam de vier op achterstand ten opzichte van de Engelsen en de Fransen, maar halverwege schoof het Nederlandse kwartet plotseling naar voren richting de derde plaats. In de eindsprint kwam de rest van het veld echter weer opzetten en verloren de Nederlanders weer wat terrein op de leidende Britten en de achtervolgende Fransen. Het boegballetje van de vier-zonder van oranje kwam uiteindelijk als zesde over de streep, met minder dan een seconde achterstand op Spanje en Canada. Of het optreden van de Nederlanders voldoende gewicht in de schaal legt voor een plek in de A-finale is moeilijk te zeggen. Alleen de Duitsers, die in de andere voorwedstrijd met een gebroken stuurvoetenboard te kampen hadden, voeren namelijk langzamer. Alle andere ploegen in de M4- waren sneller dan de Hollandse 5:59.44.
Ook de tijd van de lichte vier-zonder was sneller dan die van hun zware Nederlandse equivalenten. Toegegeven, de weersomstandigheden op Karapiro wisselen nog wel eens. De ene race heeft een nagenoeg vlakke spiegel onder zich, de andere wedstrijd heeft twee kilometer lang golven en deining. De 5:57:07 van Tycho Muda, Vincent Muda, Tim Heijbrock en Roeland Lievens is nog steeds een prima tijd. De lichte roeiers bleven bovendien Frankrijk voor en finishten maar net achter de sterke Britse boot. Ook in de andere voorwedstrijden had de ploeg daarmee vooraan meegedaan. Alleen in de eerste heat, waarin China verrassend genoeg regerend wereldkampioen Duitsland verschalkte, hadden het Nederlandse kwartet zich met deze tijd niet gekwalificeerd. Bondscoach John Faulkner was dan ook opgetogen. Weet je dat je kan wedden op deze wedstrijd? Maar mijn jongens staan er niet tussen, en Oostenrijk wel, zei de Engelsman met een dikke knipoog over de kansen van zijn ploeg.
Het optreden van de vrouwen twee-zonder met Wianka van Dorp en Olivia van Rooijen biedt heel wat minder perspectief dan de lichte vier. Het duo, dat vorig jaar brons won op het WK onder 23 en vervolgens op het WK naar een tiende plaats roeide, eindigde ver achter het veld in hun voorwedstrijd. Dat Van Dorp en Van Rooijen niet zouden kunnen opboksen tegen krachtpatsers als Juliette Haigh & Rebecca Scown (Nieuw-Zeeland) en Eric Cafaro en Zsuzsanna Francia (Amerika) was vooraf al te voorspellen. Dat de Nederlandse twee-zonder al na 500 meter de handdoek met een ferme worp in de ring moest gooien niet. Coach Steffen de Vries kon zich op de kant niet herinneren dat hij Van Dorp en Van Rooijen het water op had gestuurd met de opdracht om de benen stil te houden bij achterstand.
De boot die wel een soortgelijke opdracht mee had gekregen was de dames vier-zonder. Femke Dekker, Nienke Kingma, Carline Bouw en Chantal Achterberg moesten pro forma een wedstrijd varen voor de baanindeling. De roeisters uit de dames-acht deden iets minder dan 1000 meter hun best, waarna ze uitzakten naar een rustig tempo om de race uit te peddelen. Halverwege de wedstrijd lagen de Nederlandse vrouwen overigens eerste, een seconde voor op de net iets harder gestarte Australiërs.
Op de kant stond ondertussen de rest van de dames-acht toe te kijken hoe hun ploeggenoten het er van af brachten. De race van de vrouwen vier-zonder sond echter in het teken van de voorwedstrijd van de acht, morgen rond de klok van half elf. Kirsten Wielaard, die als benjamin van de ploeg voor het eerst een senioren-WK meemaakt, gaf aan erg veel zin te hebben in die wedstrijd. Het gaat erg goed. Met Susannah erbij hebben we als team ook erg veel vertrouwen. Het werkt gewoon erg goed met haar erbij. Soortgelijke geluiden klinken ook uit de hoek van de Holland Acht. Morgen is de dag van de waarheid voor de Nederlandse achten. Dan zullen ze in hun voorwedstrijden moeten bewijzen dat het met de vorm goed zit.





