Stuurman van de Holland Acht

Archief

Het is een schitterende zondagochtend, een dag na de vooral regenachtige Asopos-najaarswedstrijden. Toen wilden de goden nog duidelijk maken dat roeien niet alleen rozengeur en zonneschijn is. Vandaag niet. De Bosbaan is weer gevrijwaard van de talloze C4-tjes die een dag eerder het water onveilig maakten en er varen weer skiffjes, tweetjes en viertjes met rood-wit-blauwe bladen. Het Amsterdamse bos is nu niet meer het terrein van roeiende studenten, maar van hardlopers, wandelaars en hun honden en verdwaalde dagjesmensen. En van een drietal kleinere mannen. Jeroen Duyster en Merijn van Oijen zijn weer terug op het oude nest en nemen samen met Peter Wiersum plaats in het Bosbaan-restaurant om hun verhaal te doen over het sturen van een roeiboot. De algemene conclusie? De rol van een stuur wordt vaak onderschat. Eerste deel van een tweeluik over sturen aan de top op NLroei.

Het moet een gek gezicht zijn voor de serveersters in het restaurant. Twee mannen met oranje jassen, drie man van wat kleiner postuur en een opengeklapte zilveren Macbook. Op het scherm van de laptop is het lachende gezicht te zien van Niels van den Bovenkamp. Bij hem werd een tweetal maanden geleden lymfeklierkanker geconstateerd en door een nieuwe chemokuur kon de voormalig stuurman van Aegir de reis naar Amsterdam niet aan. De behandeling, zo legt Van Den Bovenkamp uit, slaat gelukkig wel aan en hij voorziet er in januari weer helemaal bovenop te zijn. Duyster kijkt met bewondering naar het scherm. “De techniek staat voor niks”, glimlacht de stuurman van de Holland Acht in 1996.
Het viertal stuurlieden is op uitnodiging van schrijver dezes naar Amsterdam gekomen. Om te praten over sturen, roeien, coaches, de roeibond en nog veel meer. Maar vooral het sturen en de rol van de stuurman staan centraal in het groepsgesprek. Duyster, Van Oijen, Van Den Bovenkamp en Wiersum zijn bepalende gezichten in het sturen van het koningsnummer van de roeisport, de mannen-acht. Uiteraard ontbreekt er nog iemand: Chun-Wei Cheung. De stuurman van Nereus overleed helaas eind 2006 aan een zeldzame vorm van leverkanker, maar hoorde door zijn zilveren medaille van de Olympische Spelen van 2004 zonder twijfel in het rijtje uitgenodigden thuis.
Jeroen Duyster mag met recht de nestor worden genoemd van de groep. Toen hij in 1985 aankwam op Laga – Wiersum: “Toen was ik maar net geboren!” – had hij nog geen idee wat sturen precies inhield. Via een vriendje kwam hij toch in de boot terecht. Na een aantal jaar, begin jaren ’90, hield Duyster het weer voor gezien wat betreft het sturen en maakte hij zich op voor een nieuw hoofdstuk in zijn leven. Toen werd hij plotseling gevraagd om nog een keer de stuurtouwtjes in handen te nemen. “Bij de eerste versie van de universiteits-achten, om precies te zijn”, vertelt Duyster. “Naar aanleiding van die wedstrijd werd ik eind 1992 door Niels van der Zwan gevraagd om een keer te sturen bij een nieuw project. Ik had eigenlijk niet verwacht dat ik er heel lang mee bezig zou zijn, vier keer hooguit. Het werd uiteindelijk vier jaar.” Van Oijen moet lachen en zegt knipogend naar Wiersum, die aan de overkant van de tafel zit: “Ja, door een Proteëer zat er uiteindelijk een Lagaaier in de Holland Acht!” Het resultaat van de vier jaar stuurmanschap van Duyster mag er natuurlijk zijn: goud in de mannen-acht tijdens de Olympische Spelen van Atlanta, 1996. “Tijdens het wegroeien van het erevlot in Atlanta wist ik al dat dit een van de laatste keren was dat ik in de roeiboot zou zitten”, vertelt Duyster. “Ik heb sindsdien nog maar twee of drie keer in de boot gezeten.”
Van Den Bovenkamp haakt via de Skype-verbinding in op het gesprek en vraagt waarom Duyster besloot er mee op te houden. “Je moet een doel hebben”, antwoordt deze. Over dit onderwerp volgt een lange discussie, die niet de eerste zal zijn van de ontmoeting. De kopjes koffie vliegen heen en weer en de serveersters van het Bosbaan-restaurant, niet de vrolijksten in het land, kijken bij het opnemen en brengen van de bestellingen met interesse naar het gezicht op de laptop. “De hele tijd naar de Bosbaan is gewoon niet leuk, tenzij je een hoger doel nastreeft”, beaamt Van Oijen de woorden van Duyster. Zelf kwam de stuurman van Orca in 1993 in de roeiwereld terecht. Hij kent Duyster al sinds het WK van 1994, toen beiden een kamer deelden in het hotel in Indianapolis. Vanaf 1996, toen Duyster gestopt was, nam Van Oijen de stuurpositie in de – toen nieuw geformeerde – Holland Acht over. “Bij mij was de situatie wel wat anders. Jeroen was in het project ‘Holland Acht’ eigenlijk de enige stuurman, en over zijn positie was weinig discussie mogelijk. Kris Korzeniowski [de Nederlandse bondscoach in de periode 1996-2000, red.] gaf in zijn selecties veel mensen een kans, ook stuurlieden. Dat betekende dat er in de winter best wel wat gewisseld werd. Op een gegeven moment is de knoop toen vanuit de roeiers doorgehakt en kreeg ik de touwtjes definitief in handen.”

De keuze voor een stuur is altijd een ingewikkelde beslissing, waar veel persoonlijke meningen in komen kijken. Niels van den Bovenkamp weet daar alles van. Hij begon als jeugdroeier bij Vada, werd destijds door studenten van Argo op de stuurpositie gezet, en rolde toen – via een carrière als roeier in een lichte acht (twee blikken) en een bestuursjaar – weer terug in een rol als stuurman. In 2003 volgde het avontuur ‘Groningen Acht’, de voorloper van de acht die in Athene zilver zou winnen. Van den Bovenkamp was in de ‘Groningen Acht’ zeker van zijn plaats als stuur, maar toen de acht opengebroken werd voor coryfeeën als Bartman en Simon veranderde dat. “Het werd een open selectie tussen mij en Cheung. In de tijd van de Groningen Acht had ik nog het voordeel, na de terugkomst van de coryfeeën neigden meer roeiers naar Cheung.” Animositeit was er volgens Van Den Bovenkamp nooit tussen hem en stuurman van Nereus. “Aan die beslissing was voor mij niks te doen. Wel was het zo dat ik na het overlijden van Cheung voelde dat het voor mij niet klaar was. Het jaar 2007 heb ik toen gezien als revanche; ik kon laten zien dat ik een goede stuur was.”
De vier stuurlieden zijn het er over eens dat de keuze voor een stuur subjectief is. Je kunt als stuurman je concurrenten niet uitschakelen en je kunt jezelf als nieuwkomer ook moeilijk omhoog werken als er al een ervaren stuur in een bondsboot zit. De keuze voor de een of de ander hangt namelijk voornamelijk af van je sociale vaardigheden en je ligging in de groep. En je vakmanschap natuurlijk. “De grote bocht? Daar is geen perfect recept voor”, lacht Duyster. Van Oijen: “Ik heb het wel gemeten een keer, wat het verschil was tussen de ene manier en de andere.” Duyster: “Maar dat zegt helemaal niks op het eindresultaat!” Op het scherm moet Van Den Bovenkamp hard lachen. Wiersum doet ondertussen ook een duit in het zakje en vergelijkt het sturen van een acht met de ideale lijn die een Formule-1 wagen moet rijden. De andere drie stuurmannen gaan hierin mee en de technische stuurpraat is voor een leek bijna niet te volgen. Maar wat heeft de stuur nu voor meerwaarde? Duyster: “De roeiers varen veel meer de haal van de stuur dan van de coach, simpelweg omdat de stuur zich met vrijwel elke haal bemoeit. De invloed van de coach is natuurlijk overduidelijk aanwezig, maar een stuur heeft misschien wel een nog grotere invloed op het haalbeeld.” Wiersum en Van Den Bovenkamp beargumenteren dat een stuur vooral een ploeg kan breken en als taak heeft om ze op 100 % van hun kunnen te laten varen. Duyster en Van Oijen zijn meer van mening dat een stuurman of –vrouw een ploeg ook boven zich uit kan laten stijgen. Na tien minuten discussie volgt echter een compromis: een stuurman moet een ploeg op niveau laten presteren, maar kan beslissingen forceren en daarom een beter resultaat behalen dan vooraf ingeschat. Een open deur misschien, maar dat zijn de meeste analyses. Het is een conclusie die zo in een coach-handleiding zou kunnen.

Het stoppen van Niels van den Bovenkamp na de wereldkampioenschappen in 2007 maakte de weg vrij voor Wiersum. Oorspronkelijk had de stuurman van Proteus zijn zinnen gezet op de Olympische Spelen van Londen, maar hij mocht tien dagen voor het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT) in Poznan zijn opwachting maken in de zoveelste incarnatie van de Holland Acht doordat Hergen Meijer, die de plaats van Van Den Bovenkamp in had genomen, wegviel. “Dat was wel een rare situatie”, vertelt Wiersum. “Ik werd er bijgehaald, Olivier en Meindert kwamen in de acht en Dave werd gevraagd te coachen. Het succes dat we toen haalden door het OKT winnend af te sluiten was wel echt een van de mooiste momenten in mijn stuurcarrière.”
Met uitzondering van Van Den Bovenkamp noemen de andere stuurmannen geen specifieke momenten die bij hen naar voren komen als gevraagd wordt naar hun beste stuurherinneringen. Natuurlijk, de geijkte races als het goud in Atlanta (Duyster) en het wereldrecord in St. Catherines ’99 (Van Oijen). Maar voor de rest zijn het kleine dingen. Een klik met een ploeg, een gewonnen race, of gewoon een inhaalactie. Van Den Bovenkamp noemt de Randstad van 2003, toen hij met de Groningen Acht de favoriete Nereus-combinatie wist te verslaan. “Dat was zo’n ontzettend mooi moment.”

We bestellen nog een kop koffie en sluiten de laptop aan op het stroomnet om te voorkomen dat Van Den Bovenkamp wegvalt. Ondertussen ontstaat een gesprek over de coaching van stuurlieden. Duyster is van mening dat dit veel te weinig gebeurt. “Een wezenlijk onderdeel van de ploeg, de stuurman, wordt door een coach veel te vaak niet genoeg begeleid. Iedere roeier krijgt verbeterpuntjes, maar de stuur moet vaak maar gewoon rechtdoor sturen en de oefeningen doorgeven. Dat verbaast me echt.” Van Oijen beaamt dit. “Als je jezelf als coach met details bezighoudt als afstellingen, trainingsschema’s en dergelijke, en je coacht je stuur niet echt, dan is dat een beetje vreemd.” De Orcaan ging zelf, als hij door Korzeniowski tijdelijk aan de kant was gezet, op zoek naar verbeterpunten. Bij eerstejaars in Utrecht, bij Leander, waar hij een maand bivakkeerde om te kijken hoe buitenlanders dat deden. Alles om maar terug te keren op de stuurplek. “Je moet als stuur echt een duizendpoot zijn”, zegt Van Den Bovenkamp. “Je moet bepaalde dingen wel zeggen en andere niet, je moet onderdeel zijn van de ploeg en toch weer erboven staan.” Wiersum heeft het idee dat de begeleiding van stuurlieden de afgelopen jaren flink is verbeterd. Duyster en Van Oijen hopen dat van harte, maar lijken er een hard hoofd in te hebben. Er kan en moet nog een hoop veranderen.
“Wat is eigenlijk je doel in het sturen?” vraagt Duyster aan Wiersum als laatstgenoemde het heeft over het bereiken van de Olympische Spelen. ‘Dat heb je al gedaan’, lijkt de stuurman van ’96 te willen zeggen met zijn vraag. “Ik wil nog hoger eindigen dan jij”, antwoordt Wiersum uiteindelijk. “Nog meer dan goud?” vraagt Duyster. Oh nee, dat kan niet. Tot Van Oijen even later terecht knipoogt: “Trouwens, Jeroen, hij heeft je al verbeterd qua prestaties. Peter is wereldkampioen geworden, jij niet.”