![]() NED M1X, Sjoerd Hamburger |
De golven klotsten tegen de wal bij het startvlot en transformeerden het water daar tot een kolkende massa. Skiffeur Sjoerd Hamburger noemde het een oceaan met enorme diepten. Onbegonnen werk kritiseerde Ivo Snijders van de lichte vier de ongelijke omstandigheden en voegde daar een krachtterm aan toe. Gijs Vermeulen sprak gespierde taal toen hij zei: ‘Keer op keer worden grote kampioenschappen op een k..baan als deze gehouden. Dit is geen reclame voor de roeisport.’ Het waren inderdaad nogal belachelijke wedstrijden op de dag van de voorbeslissingen in World Cup I te München. De hoofdprijzen vielen constant op de banen 6 en 5. De wind wakkerde in de loop van de dag aan naar stormachtig, blies weer vaak schuin over de baan en bevoordeelde de ploegen die hadden gewonnen in de voorwedstrijden met een gunstige indeling. Oranjes vlaggenschip Holland Vier behoorde daartoe en stoomde middels de tweede plaats achter de herrezen Britse Four naar de finale en stelde daarmee deelname aan de Olympische Spelen in Peking zeker. Want voor NOC*NSF werd vormbehoud getoond.
Nederland kwam tot vijf promoties naar de finales van zondag, waarvan vier in de olympische disciplines: vrouwen acht, twee-zonder-stuurvrouw, lichte dubbeltwee vrouwen en de genoemde vier-zonder-stuurman. In het bijprogramma van de World Cup betwisten Jaap Schouten en Tim Heijbrock de finale skiff lichtgewicht. Niet alles was reden tot grote tevredenheid. Twee olympische kwalificanten kwamen nog niet toe aan het tonen van het geëiste vormbehoud.
Sjoerd Hamburger trof bij de loting de zwaarst mogelijke van de drie halve finales waarvan alleen de snelste twee door zouden gaan. De Friese Orcaan eindigde als derde na de Tsjech Ondrej Synek en de Duitser Marcel Hacker. Voor hem restte de B-finale waarin hij door eerste of tweede te worden NOC*NSF nog tevreden kan stellen, zodat hij zich helemaal op Peking kan richten. Meervoudig medaillewinnaar in WK’s, Iztok Cop uit Slovenië, is een van zijn tegenstanders. ‘Ik had domme pech in de loting. Het wordt nu zwaar, maar mijn roeien was okay. Technisch heel degelijk.
De lichte vier-zonder moest de halve finale varen op de boei van de onmogelijkheden en haalde het als vanzelfsprekend niet, want op die baan boekte geen enkele ploeg een goed resultaat. Ivo Snijders zei: ‘We hebben nog wel gekeken of er toch iets mogelijk was. We zijn er vol voor gegaan. Het ging echter helemaal nergens over. Ik zit nu volledig kapot en we hebben niks.’
De Holland Acht trof het ook niet in de herkansingsrace. In het zog van Australië roeide de formatie van de coach Jan Klerks en Titus Weijschede op een keurige tweede plaats. Toen kwam de immense tribune van de O.S. 1972 in zicht en sprintte Frankrijk de Nederlandse ploeg binnendoor voorbij. Klerks: ‘Ik voelde een windvlaag in mijn gezicht en toen ik weer keek zag ik de Fransen langs schuiven.’ Beide coaches vonden na afloop wel dat de roeiers die uit de helse omstandigheden kwamen en het uit alle macht toch hadden geprobeerd, een compliment verdienden. In Poznan moeten we het voor de olympische kwalificatie opnemen tegen Frankrijk, Zwitserland, Kroatië en Italië. We denken toch dat het wel gaat lukken.’
Voor Sanne Beukers en Meindert Klem/Olivier Siegelaar, die op het hoogste niveau debuteerden in de skiff en dubbeltwee was de halve finale te machtig. De skiffeuse eindigde als vijfde, de twee als zesde. Roeister en roeiers spraken de hoop uit nieuwe kansen in Luzern te krijgen.
De Holland Vier verzekerde zich als eerste Nederlandse boot van definitieve olympische deelname. In de halve finale eindigden Matthijs Vellenga, Geert Cirkel, Jan-Willem Gabriels en Gijs Vermeulen 4,8 seconde achter de Britten. ‘Dat de Britten een visitekaartje zouden afgeven, hadden wij wel verwacht’, zei Vellenga, ‘maar dat ze het zó zouden doen…’ Coach Mark Emke laakte het water met schuimkoppen: ‘Het was alleen maar hard beuken. Toch kwamen we bovendrijven. Prima zo. Maar we hebben het niet helemaal goed gedaan, er waren een paar foutjes die de Britten niet maakten. Wij moeten nog ietsje beter worden in dit soort weer.’ Geert Cirkel was positiever. ‘Leo, we gaan naar Peking’, juichte hij met de boot op de schouders op weg naar de loods.’ Even later stelde hij, tot over de knieën in het water staand voor de cooling down: ‘Niets is vanzelfsprekend. We hebben het vormbehoud getoond en zijn klaar. Nu kunnen we ontspannen naar Luzern toe. Ik heb overigens nooit een toernooi meegemaakt met zulke langzame races.’
![]() NED LW2X, Marit van Eupen (sl) en Kirsten van der Kolk |
Voor Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen kwam in de halve finales de bevestiging dat zij als dubbeltwee weer tot de wereldtop behoren. Zij plaatsten zich als tweede achter het Griekse duo Chrysi Biskitzi/Alexandra Tsiavou voor de finale en stelden hun kandidatuur voor een medaille. De uitzending naar het olympisch kwalificatietoernooi kan door dit resultaat geen probleem meer zijn.
![]() NED W8+ |
Bondscoach René Mijnders had het erg druk met de boordselectie vrouwen, maar beleefde toch een ontspannen dag. Eerst zag hij dat Sarah Siegelaar en Annemiek de Haan als nummer twee doorgingen naar de fnale van de twee-zonder. Zij werden alleen voorbij gestoken door de Amerikaansen Eleonor Logan en Caroline Lind. De twee gaven niet hun uiterste, omdat zij amper 2,5 uur later nog de acht naar de finale moesten leiden. Dat deden zij, op een minder ongunstige boei, met een prachtige overwinning op Duitsland en Nieuw-Zeeland. Mijnders complimenteerde De Haan/Siegelaar met: ‘Zij händlen het heel goed.’ De acht had zijn inziens goed en gemakkelijk geroeid. ‘Onze opdracht was om op het moeilijke water de riemen langer in het water te houden, langere halen te maken’, zei boeg Femke Dekker, ‘de uitvoering was belangrijk en heeft uitstekend uitgepakt.’
Foto’s






