De medailleraces konden niet beter beginnen voor Nederland. Eerst goud voor Marit van Eupen. Direct daarna brons voor Jaap Schouten. Het was meteen een prachtige Rotsee Regatta in Luzern. Juichen en zingen voor Oranje, ook al was het nog zo warm, een graad of dertig. De handen gingen ook op elkaar voor zilver van de vier met stuurman van Christof Coenders, Reinder Lubbers, Sander Smulders en Rogier Blink en stuurman Hergen Meijer. In een veld van drie eindigden de reserves voor de acht op de tweede plaats achter Duitsland en vóór Italië. Zilver was ook weggelegd voor de lichtgewicht vrouwendubbelvier met Eeke Thomee, Annelies Labots, Katrien Hautvast en Kirsten van der Kolk, twee seconden na de Britse dames. Na Marit van Eupen nog een succes voor ex-bondscoach Josy Verdonkschot die het ploegje in korte tijd op stoom kreeg. De ene medaille werkte de andere in de hand. De lichte acht, ontwikkelingsploeg, haalde aan het eind van een buitengewoon lange dag de bronzen medaille op, derde achter Duitsland en Italië. Pieter Bottema, Michiel Jonkman, Jolmer van der Sluis, Reinoud de Groot, Rutger Bruil, Evert Leemreis, Dennis Beemsterboer, Maarten Tromp en stuurman Peter Wiersum gingen in euforie hun blik ophalen en lieten zich op het vlot fotograferen met coach Rob Jonkman. Op het water gingen de handen al de lucht in. Oranje-oogst: vijf medailles in de niet-olympische disciplines.
Om een bepaalde reden waren de finales van de niet-olympische disciplines uitgeschreven voor de avond van de tweede wedstrijddag en niet, zoals gewoonlijk, op de ochtend van de slotdag. Ter hoogte van het finishgebeuren was een tent opgesteld waar vips en gasten wijn en bier dronken bij een barbecue. Een bandje speelde vrolijke noten, maar er moesten ter extra vermaak bij schranspartij en drinkgelag ook wat belangrijke wedstrijden bij.
In feite waren de twee medailles voor de vrouwelijke routinier uit Amsterdam en het ontluikende talent uit Leiden geen verrassing. Drie weken geleden hadden ze op de Bosbaan dezelfde blikken opgehaald. Marit van Eupen lijkt op 37-jarige leeftijd regelrecht op een derde wereldtitel in de skiff lichtgewicht af te stevenen. Nederlands beste roeister rijgt de gouden blikken als een ketting aaneen. Op de Rotsee heerste zij over de Française Benedicte Dorfman en de Deense Maria Pertl. ‘Dit was mijn race, met veel macht. Prima. Ik ben op de goede weg naar de WK in München.’ Voorzichtig als altijd wenste zij niet vooruitlopen op de wereldtitelstrijd. ‘Je weet het maar nooit. Het is zaak de concentratie te behouden. Het veld zie ik breder worden. Misschien komt er nog een Chinese opdagen, een Cubaanse of een Amerikaanse. Maar het zou schitterend zijn aan mijn twee wereldtitels een derde toe te voegen.’
Jaap Schouten moest andermaal de twee Nieuw-Zeelanders Duncan Grant en Storm Uru voorrang verlenen. Honderd meter voor de finish lag hij nog in vierde positie achter de Italiaan Lorenzo Bertini. Zijn eindsprint was beter. Met de beste tijd over het laatste kwart verschalkte hij de Italiaan met 0,21 seconde. Schouten was zo kapot dat hij de speaker de uitslag niet hoorde afroepen. ‘Derde? Ikke?’, vroeg hij fans op de kant met de verhitte voeten in het water ter afkoeling. ‘Deze race was minder dan mijn halve finale vanochtend, maar mijn eindsprint verliep beter. Onervarenheid, denk ik. Bij de start ben ik door twee horzels gestoken, ik kon mij moeilijk concentreren. Voor de WK heb ik nog twee plekjes te gaan. Als topsporter streef ik het hoogste na. Het is moeilijk om met brons tevreden te zijn. Maar Marit zei dat ik hiervan moest genieten, want het is wel een medaille.’
Het Britse medialeger voelde het al een beetje aankomen, maar het was toch een verrassing. De Britse vier, wereldkampioen in 2005 en 2006, leed in Luzern de eerste nederlaag. Het gebeurde in de halve finale van de Rotsee Regatta. Sinds hun samenstelling, na Athene 2004, verloren Steve Williams, Peter Reed, Alex Partridge en Andrew Triggs Hodge geen enkele van hun dertig wedstrijden. Nieuw-Zeeland, winnaar in Amsterdam, was een seconde sneller. Excuus voor de wereldkampoenen: Partridge kon niet meedoen wegens een knieblessure. Tom James uit het vierde echelon van coach Jurgen Grobler bleek niet de meest adequate vervanger. In de vergeefse jacht op de snellere Nieuw-Zeelanders waren de gehandicapte Britten wel 2,5 seconde sneller dan de winnende Oranje-vier in de andere halve finale. Conclusies konden hieraan niet worden verbonden. De race van Nederland leverde een oppermachtige overwinning op tegen Italië, Griekenland, Frankrijk, Slovenië en Australië. Het vlaggenschip van Nederland verzekerde zich, net als eerder op de dag skiffeur Sjoerd Hamburger, van deelname aan de Olympische Spelen van Peking met dien verstande dat de kwalificatie moet worden bevochten bij de WK in München en de ploeg volgend jaar aan de opdracht tot vormbehoud voldoet.
De lichte vier voldeed eveneens aan de olympische norm. Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Roeland Lievens en Paul Drewes plaatsten zich eveneens voor de finale door als tweede te eindigen achter Frankrijk met 1,08 seconde verschil. Het kwartet lag tot de sprint op de derde plaats en wist op de laatste 500 meter Italië nog te pakken. Opvallend was de uitschakeling van Denemarken op de vierde plaats. Denemarken domineerde vele jaren deze discipline.
Met de derde positie van de mannenacht (David Kuiper, Peter Vos, Dino Mensch, Roel Haen, Simon Glazenborg, Diederik Simon, Gerritjan Eggenkamp, Mitchel Steenman, stm. Niels van den Bovenkamp) kwam het aantal finaleplaatsen voor Nederland in de Rotsee Regatta op tien, waarvan zes bevochten in voorwedstrijden en halve finales. Op een getal van zestien ingeschreven ploegen, waarvan er vijftien in actie kwamen, een ongekend hoog aantal. De acht plaatste zich voor de eindstrijd in een race met winst voor Canada met ruim verschil voor Groot-Brittannië. Thuisploeg Zwitserland greep naast de finale, net als Nederland drie weken geleden op de Bosbaan was overkomen. De deelname van de acht aan de finale betekende nog geen olympische nominatie. Voor de achten is namelijk minimaal de vijfde plaats vereist. Oranje zal zondag tenminste één land achter zich moeten houden. Als het niet Canada of Groot-Brittannië is, dan wel Duitsland, Rusland of Australië.
De titel van Marit van Eupen en de medailles van Jaap Schouten alsmede in twee niet-olympische vieren waren mooi meegenomen, maar belangrijker waren de drie olympische kwalificaties volgens de strenge eisen van NOC*NSF.




