Drie jaar een excellente vier, nooit een medaille gemist en nu eindelijk met goud bekroond, met als extra prijs de verovering van de World Cup in de finale. Nederlands vlaggenschip roeide een koninklijke race naar een royale beloning. ‘Zo’, zei slag Gijs Vermeulen, ‘dit is één van de drie. Nu nog de wereldtitel en olympisch goud.’ Tweevoudig wereldkampioen Groot-Brittannië én wereldbekerwinnaar alsmede de laatste kwelgeest Nieuw-Zeeland kregen er op het Godenmeer genaamd Rotsee van langs. Geert Cirkel, Matthijs Vellenga, Jan Willem Gabriels en Gijs Vermeulen waren grimmig van zins te profiteren van de relatieve zwakte bij de Britten, bij wie Alex Patridge was vervangen door Tom James, en de nederlaag op de Bosbaan te revancheren. Na een mindere start dan gewenst lukte alles: de versnelling onderweg, de overname van de kop op de Britse vier en de eindsprint tegen de Kiwi’s.
‘Schitterend dat we het hier hebben gedaan’, juichte Vermeulen. ‘Briljant’, vond Geert Cirkel, ‘ik voel mij de rijkste man op aarde. Wij wisten dat we een goede kans hadden. Wij waren heel goed, we zijn al drie jaar goed, hebben in elke wedstrijd op het hoogste niveau een medaille gepakt. Elke keer maakten we ook progressie. Nu hebben we goud. Van hier af gaan we weer verder. Naar de WK, daar hebben we weer een kans, want ik weet dat de rek nog niet uit onze ploeg is.’
In tegenstelling tot de onthutsende race op de Bosbaan ging er in Luzern niets mis in de eindsprint. ‘We hebben hier rücksichtsloser gesprint’, vertelde Matthijs Vellenga, ‘Amsterdam was een fout slot. Wij Nederlanders willen altijd mooi roeien, maar het is een illusie daar mee te kunnen triomferen. Je moet geven wat je hebt en dat hebben we gedaan.’
Sjoerd Hamburger eindigde in zijn eerste wereldbekerfinale op de Rotsee op de vijfde plaats. De skiffeur voldeed aan de door hemzelf gestelde eis, de Zweed Lassi Karonen verslaan. Hij deed het met 0,22 seconde verschil. De Nieuw-Zeelander Mahe Drysdale, de Brit Alan Campbell, de Tsjech Ondrej Synek en de Noor Olaf Tufte in deze volgorde gefinisht achtte hij vooraf een maatje te groot. Hamburger kon zich met een tevreden gevoel gaan voorbereiden op de olympische kwalificatie bij de wereldtitelstrijd in München. Elke plaats beter dan 12e brengt hem naar Peking voor de Olympische Spelen 2008.
De nieuwe vier-zonder lichtgewicht behaalde in een samenstelling die amper een week oud was brons op bij het erevlot in de Rotsee. Gerard van der Linden , Ivo Snijders, Roeland Lievens en Paul Drewes gaven minder dan een seconde toe op de winnende Britse vier en werd in de eindsprint met 0,02 seconde van het zilver afgehouden. ‘Best goed voor een ploeg die pas een week bij elkaar in de boot zit’, legde slag Paul Drewes uit. Hij had in Amsterdam ook brons gewonnen, in de B-vier. Hij en Roeland Lievens promoveerden tussen de beide World Cup Regatta’s in naar de A-ploeg. ‘Ik veronderstel dat wij in deze samenstelling naar de WK gaan. Er is nog verbetering mogelijk. Rond de 1000 meter hebben we een extra push gegeven en zijn daarna als een malloot naar de finish gaan raggen. Ik wist echt niet meer wat ik aan het doen was, ik zat achterstevoren in de boot. Als we meer samen roeien zullen we groeien naar een hoger niveau. Maar als we weer gaan seatracen neem ik een week vakantie. Ik heb dit jaar bewezen dat ik hard kan roeien. Ik elke race pakte ik wel een medaille.’
Zes ploegen hebben bij de World Cup Finals in Luzern voldaan aan de olympische eisen die door het Nederlandse Olympische Comité (NOC*NSF) waren gesteld. Een plaats bij de eerste zes bevechten, c.q. de eerste vijf (achten). Skiffeur Sjoerd Hamburger, de vier-zonder-stuurman en de lichte vier voldeden al door zich te plaatsen voor de finales op hun onderdeel. Nienke Kingma en Helen Tanger veroverden hun olympische nominatie door de B-finale te winnen. Daarmee legden beide dames beslag op de zevende plaats in het eindklassement. Omdat twee tweeën uit Roemenië in de finale uitkwamen, schoven Kingma en Tanger op de geschoonde lijst naar de zesde positie.
Olympische kwalificaties kunnen over zes weken worden bevochten tijdens de WK in München. De limieten zijn daar minder zwaar dan voor de Rotsee waren gesteld door de NOC*NSF. Voor de kleine nummers liggen in München elf plaatsen voor de Olympische Spelen in Peking klaar. Voor de achten zijn dat er maar vijf. Beide Nederlandse achten bevredigden NOC*NSF door binnen de topvijf te finishen. De vrouwen deden het met brons in de World Cup, de mannen precies met de vijfde plaats.
Beide achten moeten nog een stap maken om in München de kwalificatie binnen te halen. De vrouwen, die in Amsterdam glorieus wonnen, maakten in Luzern vergeefs jacht op de gele hesjes van het wereldbekerklassement. ‘Wij moesten Duitsland voorblijven om de World Cup te kunnen winnen’, zei een licht teleurgestelde Jacobine Veenhoven met de bronzen medaille om de hals. ‘Toch hebben we onze beste race gevaren. Dat was weer verheugend.’
De beste race, goed voor brons achter USA en Duitsland, werd door Femke Dekker ‘leerzaam en zwaar’ genoemd. ‘Wij moesten met lef weg om er vanaf het begin bij te liggen. We hebben bewezen dat wij dat kunnen. Maar het was erg zwaar.’
Kunnen de vrouwen in München wellicht meestrijden om de WK-medailles, voor de mannen is het verschil met de beste ploegen van het koningsnummer nog groter. Oranje finishte bijna 7 seconden achter de winnende formatie van Canada, 4,5 seconden achter de zilveren ploeg van Duitsland en 3,5 achter de bronzen acht van Rusland.
De acht pakte wel een drietal punten voor Nederland dat in het totaalklassement van de World Cup, met alleen de olympische nummers, op de zevende plaats beslag legde met 66 punten. Groot-Brittannië zegevierde met 161 punten voor Duitsland met 112, China met 101, Frankrijk met 80, Nieuw-Zeeland met 78 en Tsjechië met 68.



