Tijdens de laatste World Cup van het jaar, traditioneel gehouden in Luzern, wist de Nederlandse équipe een prachtig resultaat neer te zetten. Voor het eerst sinds Eeke van Nes en Pieta van Dishoeck wist een Nederlandse ploeg een wereldbekercyclus naar zijn hand te zetten. Met het goud in de lichte dames dubbeltwee zorgden Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk voor een mooie prestatie, in een toernooi waar ook andere nationale ploegen van zich deden spreken.
Het augustus nummer van het blad Roeien valt één dezer dagen bij de abonnees in de bus. Dit verslag van de wereldbeker in Luzern, geschreven door Coen Eggenkamp, is één van de artikelen.
Verder in het augustus nummer van het blad Roeien:
|
Goud en hoogtestage voor lichte dames
Met het goud voor Van Eupen en Van der Kolk werd maar weer eens bevestigd dat internationale successen vaak pas worden behaald na jarenlange intensieve trainingsarbeid en wedstrijden op het hoogste niveau. Het Nereus-tweetal roeide reeds in 2000 op de Spelen van Sydney in de finale, maar eindigde daar nog ver van een medaille. Ook in de jaren erna lukte het, soms in andere samenstellingen, niet het erepodium te bereiken. En toen Van Eupen en Van der Kolk dit voorjaar weer met elkaar in de boot gingen zitten, kwam het harde roeien ook niet vanzelf. Vaak genoeg moest er aan de boot gesleuteld worden om tot een ideale afstelling te komen, waar beide – als tegenpolen bekend staande – dames genoegen mee konden nemen. De World Cups in Milaan en München werden daarentegen meteen goed gevaren. Vlak achter de Duitsers werd tweemaal naar zilver geroeid. De Australische wereldkampioenen Causby en Halliday kwamen echter pas in Luzern voor het eerst aan de start. Helaas waren het nu de Duitse dames die niet aan de start verschenen. Halverwege het toernooi moesten zij zich terugtrekken wegens een rugblessure, waardoor de echte krachtmeting tussen de drie grootmachten zal moeten uitblijven tot de WK in Milaan.
In de finale waren de Aussies sneller weg, maar zij moesten in de laatste 500 meter de Hollandse dames, die over een verwoestend eindschot beschikten, het nakijken geven. De vreugde en ontlading was bij beide dames groot en de innige felicitaties naar elkaar toe veelzeggend. Met de zege, die ook baanrecord betekende, werd namelijk ook meteen de World Cup als geheel winnend afgesloten, iets wat sinds Eeke van Nes en Pieta van Dischoeck in 1998 niet meer door een Nederlandse ploeg was gelukt. Bondscoach Josy Verdonkschot was met de overwinning uiteraard zeer verheugd, maar blijft op zoek naar perfectie. De Nereiden bleven ook na de wedstrijden in Luzern en gingen daar in de omgeving op hoogtestage. Verdonkschot: “Dit fenomeen is iets waarmee in Nederland bijna nog nooit is geëxperimenteerd. En dit is nog de enige kans die we hebben. Volgend jaar bij de Spelen willen we niet het risico lopen dat het mislukt. Kijk maar naar de Oostenrijkers in 2000. Die hadden het ook gedaan, maar blijkbaar net verkeerd, waardoor ze op de Spelen niet vooruit te branden waren. Dat willen we natuurlijk voorkomen en als we de WK ermee verpesten, dan is dat maar zo. Zo lang we ons maar kwalificeren voor de Spelen vind ik het niet zo erg dat we nu wat uitproberen. Misschien hebben we er uiteindelijk profijt van.”
Mannen dubbelvier
Na een bekritiseerde selectieperiode voer het nieuwe ‘vlaggeschip’, zoals de dubbelvier in de Nederlandse media veelvuldig genoemd wordt, naar een bronzen medaille op de World Cup in Milaan, slechts 0,04 sec. achter olympisch kampioen Italië. De aanloopperiode naar Luzern verliep ook bij hen niet geheel vlekkeloos. De trainingen gingen maar matig en ook bij deze ploeg gingen vele uren verloren aan de afstelling van hun nieuwe schip.
Met een goede herkansing, maar met twee matige andere wedstrijden werd de finale gehaald. De Polen, winnaar van beide andere World Cups, trokken zich echter – net als bijna de gehele Poolse equipe – om onduidelijke reden vlak voor het toernooi terug. Zo ging de ploeg de finale in van een veld waar vele uitslagen mogelijk waren. Lang werd op een bronzen positie geroeid, maar in de eindsprint werden de goed startende Russen nog van het zilver afgehouden. Goud ging naar de ervaren Duitsers. Was in Milaan alleen Gerritjan Eggenkamp, nieuwkomer in de boot, nog zeer opgetogen over het behaalde resultaat, aan de Rotsee bleken ook de anderen zielsgelukkig. Eggenkamp: “Toen ik voor de wedstrijd uitzette bij het vlot, bedacht ik me dat ik hier negen jaar geleden voor het eerst roeide, dat ik hier in al die jaren geen enkele keer de finale wist te halen en dat dit dan de race moest zijn, waarin ik een medaille moest kunnen pakken. Op de 1500 meter was ik helemaal kapot, maar ik wist dat we de Russen in de eindsprint konden hebben, dus moest er maar weer een schepje bovenop. En met de wetenschap dat je hier op het erepodium kan staan lukte dat wel”. Slagroeier Michiel Bartman, die maar weer eens bevestigde dat hij beschikt over de speciale gave er te staan op de momenten dat het moet, keek meteen vooruit richting WK: “De Duitsers zijn een wisselvallige ploeg, die moeten we best kunnen hebben.”
Lichte vier-zonder nieuwe medaillekandidaat
Een opmerkelijke prestatie leverde de net geformeerde lichte vier-zonder op de World Cup in München. De lichte dubbeltwee van Ivo Snijders en Gerard van der Linden was na Milaan samengevoegd met de lichte twee-zonder van Joeri de Groot en Karel Dormans, en dat bleek geen verkeerde keuze. In de finale wist de ploeg tot 0,3 sec. de ongenaakbaar geachte Deense wereldkampioenen te naderen. Ook in Luzern roeide de Nereus/Thêtacombinatie een paar goede wedstrijden. In de finale lag de ploeg bij de start echter net niet recht in de baan en was een rommelige eerste kilometer het gevolg. Desondanks lagen de lichtgewichten halverwege nog op een derde positie. Een aanval van de Canadezen konden zij echter niet pareren. De drie ploegen voor hen (Italië, Canada en Denemarken) gleden ongeveer gelijktijdig over de finish, de Nederlanders lagen daar ongeveer één bootlengte achter op een verdienstelijke vierde stek. Progressie lijkt nog mogelijk, waardoor er spontaan een nieuwe Nederlandse medaillekandidaat bij is gekomen.
‘Groningen acht’ blijft verbazen
Aan het sprookje van de ‘Groningen acht’, zoals deze acht, vernoemd naar sponsoren uit de noordelijke regio, wordt genoemd, komt maar geen einde. Op de Nationale Kampioenschappen wist dit nieuwe project voor 2008 van Mark Emke, Niels van Steenis en Ingrid Munneke- Dusseldorp, verrassend een ‘toppers instapacht’ te verslaan. Op de Koninklijke werd een zeer snelle tijd (5.29.33) gevaren. De vraag was alleen of de acht met ‘subtoppers’ en ‘afgedankten’ (Nico Mensingh van Charante, Tjerk Gualtherie van Weezel, René ten Thije, Jan Willem Gabriëls, Frank Munneke, Geert Jan Derksen, Daniël Mensch, Henk-Jan Braggaar en stuurman Niels van de Bovenkamp) ook op een internationaal toernooi als Luzern goed uit de verf zou kunnen komen. In de heats zorgde het octet al voor een verrassing door de Engelse acht te verslaan. Via een gunstig gelote halve finale werd plotsklaps de finale gehaald; een prestatie die velen niet hadden verwacht. En ook daar bleef de verrassing niet uit, toen de ploeg, die lang op een vijfde stek lag, ineens in de eindspurt ook de Italianen passeerde. Een vierde plaats voor een acht met marginale ervaring en vermogen. Na Luzern is nog bekeken of de boot versterkt kon worden, maar besloten werd toch met deze samenstelling naar het trainingskamp in München af te reizen.
Mannen skiff en dubbeltwee
Dirk Lippits wist wat hem in de voorwedstrijd te doen stond: winnen van zijn Australische opponent Duncan Free. Dan zou hij, via een gunstige halve finale, een zeer reële kans hebben om in de finale te komen. Helaas lukte het net niet en pakte ook de halve finale niet goed uit. De Eindhovense skiffeur drong lang aan, maar liet in de laatste honderden meters de tegenstanders gaan en zakte uit. Voor de B-finale kwam hij zondagochtend niet opdraven: “Ik was al niet fit toen ik hier heen ging en toen ik ‘s ochtends nog een baantje had gevaren, zakte ik na afloop helemaal in. Dan heeft het geen zin om alsnog aan de start te verschijnen”, verklaarde hij zijn afwezigheid. De druk zal voor de WK zwaar op zijn schouders liggen, te meer daar hij het hele seizoen liet weten, dat de WK pas het echt belangrijke meetmoment zou worden en dat hij alleen daar echt fit zou moeten zijn. De dubbeltwee van Gijs Vermeulen en Matthijs Vellenga wist eerder te verrassen met een vierde plaats op de World Cup in Milaan. De toen pas net geformeerde twee voer toen echter in een veld waar vele landen afwezig waren. In Luzern roeide de Amsterdamse dubbel zeer wisselvallig. Na een goede race in de halve finale werd de eindstrijd op slechts 0,3 sec. gemist. In de B-finale leken ze echter op te zijn. Gedesillusioneerd kwamen ze als laatste over de streep. Even werd er nog gespeculeerd over een eventuele versterking voor de acht, maar de CTR rekende hen af op hun goede wedstrijden in Luzern en Milaan. “Ik vind dat je zo’n ploeg moet afrekenen op hun goede races in een toernooi. De herkansing en halve finale waren goed genoeg, lijkt mij”, voorspelde bondscoach Jan Klerks hun startbewijs voor de WK in Milaan.
Dames dubbeltwee en dubbelvier
Ook de dubbeltwee bij de dames, Femke Dekker en Froukje Wegman, hebben groen licht gekregen voor de WK. Het duo bereikte dan wel niet de finale, er lijken toch genoeg mogelijkheden te liggen. “Ik weet zeker dat we harder kunnen. We hebben ook misschien iets te lang hard doorgetraind, waardoor we hier niet superfit waren”, aldus een positieve Wegman. Gezien de relatief langzame laatste 500 meter tijdens de race in Luzern zou dit een reel excuus kunnen zijn. Nu Dekker en Wegman in de dubbeltwee mogen, zal ook de dubbelvier mogen starten in Milaan. Opmerkelijk detail is dat alle dames uit deze vier, Marlies Smulders, Melina Bus, Nienke Hommes en Hurnet Dekkers, van de Amsterdamse Studenten roeivereniging Skøll komen. De vier kwam in Luzern als vijfde over de streep in een veld met negen ploegen, maar lag wel erg ver achter de medaillewinnaars (zes seconden). Daarbij ligt het in de verwachting dat er tijdens de WK in dit veld nog een paar ploegen bij zullen komen.
Tweemaal zilver voor niet-olympische nummers
Verrassend was de zilveren plak in het eerste nummer van de dag, de dames vier-zonder. De ploeg was in de selectieweek samengesteld en was slechts één week bij elkaar. Sarah Siegelaar, Laura Posthuma, Annemarieke van Rumpt en Helen Tanger kwamen zeer goed voor de dag, want in het kielzog van de snelste Australische dames vier roeiden de onervaren roeisters in een zinderende eindsprint naar zilver, slechts 0,07 sec. voor de Duitse vier. Ook de tijd van dit ‘development project’ van Duncan Holland mocht er wezen: met niet bijzonder snel weer 6.33.99 min. Mogelijk komen de Australische dames niet eens in actie op de WK, aangezien zij ook in de acht zullen uitkomen. Wel zullen er waarschijnlijk nog andere (sterke) landen bijkomen.
![]() Tijd voor goud. Medaille na medaille wordt door de lichte vrouwen dubbelvier verovert. Maar een overwinning ontbreekt. Brengen nieuwkomers Anne van Drumpt en Danielle Broekhuizen het schip verder? |
De lichte dames dubbelvier hoopte stiekem op een gouden plak, wat gezien de resultaten van de voorwedstrijden ook best mogelijk had kunnen zijn. De Australische wereldkampioenen en wereldrecordhouders moesten dan wel verslagen worden. Op de Koninklijke hadden de ‘orange-butterflies’, zoals bondscoach Verdonkschot zijn dames noemt, in het zware veld al onder het wereldrecord geroeid en in de selectieweek was de boot nog versterkt met het jeugdige talent Anne van Drumpt, ten koste van Maud Klinkers, die nu in de skiff opereerde. De lichte vrouwen waren goed weg, maar konden halverwege geen antwoord geven op een beslissende tussensprint van de Australische wereldkampioenen. Zilver was het resultaat, waar niet iedereen even blij mee was: “Het was gewoon een heel slechte race, in trainingen ging het veel beter. Tuurlijk is een zilveren medaille heel erg mooi, maar niet op de manier waarop we dat hebben bereikt. Het ging gewoon niet”, sprak een teleurgestelde Van Drumpt na afloop. Ook een kleine teleurstelling moest de lichte mannen dubbelvier met Wolter Blankert, Tristan Kramers, Dylan van der Linde en Marten Bosma verwerken. Na een aantal matige races kwam het viertal niet verder dan een vierde stek, achter de Italianen, Duiters en Australiërs. De ploeg die in bijna dezelfde samenstelling brons pakte vorig jaar op de WK legde het vooral af in het middenstuk.
‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.
Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]
Foto’s










