Voor USRowing staat komend weekeinde de wereldbekerwedstrijd in het Bulgaarse Plovdiv op het programma, twee weken later gevolgd door Luzern. Het lijkt een vertrouwd ritme voor een topcoach als Josy Verdonkschot. Toch is zijn dagelijkse werkelijkheid inmiddels totaal anders dan de jaren waarin hij de Nederlandse vrouwenequipe naar olympisch succes leidde. Sinds 2022 werkt Verdonkschot aan de wederopbouw van het Amerikaanse toproeien.
Voor hem zijn de World Cups meer dan een meetmoment. Ze vormen een tussenstation in een veel groter project: het hervormen van het Amerikaanse roeisysteem. Sinds zijn vertrek naar de Verenigde Staten probeert de voormalige succescoach van de Nederlandse bond een structuur op te bouwen die de VS weer duurzaam naar de wereldtop moet brengen. De eerste resultaten zijn zichtbaar – van nul olympische medailles in Tokio naar twee in Parijs, waaronder het eerste olympische USA-goud in de mannenvierzonder.
Maar volgens Verdonkschot begint het echte werk nu pas. Zijn opdracht is bijna groter dan het winnen van medailles: het hervormen van een roeisysteem. Een systeem dat op papier gigantisch is, maar in de praktijk vol beperkingen zit.
Problematiek
Waar Nederland beschikt over een centraal georganiseerd topsportsysteem, is het in de Verenigde Staten versnipperd. Universiteiten vormen de ruggengraat van de sport, maar juist daar ligt volgens Verdonkschot ook een groot deel van de problematiek.
Amerikaanse studenten roeien voornamelijk in grote boten. De acht is koning. Selecties, wedstrijden, kampioenschappen en scholarships draaien vrijwel volledig om prestaties in de grootste nummers. Voor individuele ontwikkeling in skiffs of twee-zonders is weinig ruimte. Dat heeft gevolgen. Wanneer talentvolle studenten afstuderen en zich melden voor het nationale team, hebben velen nog nooit serieus in een kleine boot geroeid.
Speed Orders
“Eigenlijk moet je ze dan nog leren roeien”, zegt Verdonkschot met een glimlach. Juist daarom probeert hij de cultuur te veranderen. Niet door universiteiten frontaal aan te vallen, maar door langzaam nieuwe prikkels in te bouwen.
Iedere roeier die voor een nationale selectie in aanmerking wil komen, moet tegenwoordig verschijnen op zogenaamde Speed Orders in skiffs of twee-zonders. Ook bij de jeugd- en onder-23 selecties vormen kleine boten het uitgangspunt van de beoordeling.
Het doel is helder: roeiers moeten niet alleen sterk zijn, maar ook zelfstandig kunnen presteren. Die aanpak lijkt vanzelfsprekend voor Nederlanders die al vroeg leren skiffen en in kleine nummers uitkomen. In Amerika is het een cultuuromslag.
Klein
Voor Nederlandse talenten die de overstap naar Amerikaanse universiteiten maken, ontstaat daardoor een interessante situatie. Zij arriveren vaak met een technische basis die veel van hun Amerikaanse ploeggenoten missen.
Verdonkschot ziet dat verschil dagelijks. Nederlandse roeiers hebben doorgaans al jaren ervaring in kleine boten en begrijpen hoe ze individueel snelheid moeten maken. Daardoor kunnen ze zich makkelijker aanpassen en vaak sneller doorontwikkelen.
Verschillen
Niet alleen goede Nederlandse roeiers maken de overstap over de oceaan om één of meer jaren in de VS het roeien met studeren te combineren. “Bij de mannen bestaan de topachten soms voor 95 procent uit buitenlanders. Ook in de vrouwenacht van Texas zit maar één Amerikaanse roeister. “Het systeem gaat vooral om oogsten voor de universiteit en niet om opleiden.” Dit maakt het selecteren voor roeiers voor het nationaal Amerikaanse team extra ingewikkeld voor Verdonkschot.
Toch verschilt de kwaliteit van opleiding sterk per universiteit. Volgens Verdonkschot behoren instellingen als Texas tot de uitzonderingen waar techniekontwikkeling en kleine boten nog nadrukkelijk aandacht krijgen.
Texas
Dat is precies waarom hij positief over de omgeving is waarin Nederlanders zoals Marg van der Wal en Elisabeth Boone zijn terechtgekomen. Dit oranje duo won vorig jaar in de tweezonder bij de WK-onder23 de wereldtitel. Niet alleen vanwege de resultaten, maar vooral vanwege de manier waarop er gewerkt wordt. “Dave O’Neill is een goede coach”, zegt hij over de hoofdtrainer van Texas. “Daar wordt niet alleen maar geramd. Ze besteden echt aandacht aan technische ontwikkeling.”
Tegelijkertijd blijft de discussie bestaan of een Amerikaanse route wel ideaal is voor Nederlandse talenten die uiteindelijk TeamNL willen halen. Verdonkschot is kritisch. “Mijn advies is nog steeds: als je echt onderdeel wilt zijn van TeamNL, dan kun je beter in Nederland roeien. Ik was destijds ook blij dat Karolien Florijn uiteindelijk koos om in Nederland te blijven”.
Miljoenen
Naast cultuurverschillen speelt geld een enorme rol. Waar Nederlandse roeiers kunnen terugvallen op een relatief sterk gefinancierd topsportsysteem, moeten Amerikaanse talenten vaak zelf grote delen van hun ontwikkeling bekostigen. Een selectiekamp voor een jeugd- of onder-23team kost duizenden dollars. Deelname aan een wereldkampioenschap nog eens duizenden meer.
Daarbovenop komen studieschulden, hoge woonlasten en de enorme afstanden binnen het land. Wanneer Verdonkschot een trainingskamp organiseert, vliegen atleten soms zes uur om op dezelfde locatie te komen. Trainingscentra opbouwen in Princeton of Sarasota vraagt investeringen van miljoenen dollars. Zelfs het gebruik van een roeibaan of krachttrainingsruimte brengt kosten met zich mee die in Europa vaak ondenkbaar zijn.
Recruiten
Misschien vat één observatie van Verdonkschot het verschil tussen het Nederlandse en Amerikaanse systeem nog wel het beste samen. Volgens hem draait veel van het Amerikaanse universiteitsroeien tegenwoordig om recruitment. Het binnenhalen van de beste roeiers. Vaak uit het buitenland.
Nederland daarentegen blijft investeren in opleiding. Of zoals hij het zelf formuleert: “Het studentenroeien is in de USA niet zozeer wie de beste coach is, maar wie de beste recruiter is. Het is oogsten en niet zaaien.” Voor Verdonkschot ligt daar precies de uitdaging. Niet alleen sneller varen dan de concurrentie, maar een cultuur bouwen waarin Amerikaanse roeiers opnieuw leren zaaien. De eerste resultaten zijn zichtbaar. De echte oogst moet in Los Angeles komen.
