Eerstejaars: licht Laga verslaat in het zuiden Nereus over 1000 meter

TxMiller Eerstejaarsklassement

Afgelopen weekeinde reisden de eerstejaarsboten plus bemanning af naar Tilburg voor de Zuidelijke Regatta. Dat is een bekende wedstrijd onder een nieuwe naam. Door het knock-outsysteem wijkt deze regatta sterk af van de rest van het kortebaanseizoen. Eén-op-één tegen je directe tegenstander varen kan een raceplan veranderen.

Opvallend genoeg lagen in alle A-finales van de eerstejaarsachten dezelfde twee verenigingen aan de start: Nereus en Laga. Die rivaliteit kent een lange geschiedenis. Hoewel de Amsterdammers met ruime voorsprong de meeste klassementsoverwinningen hebben behaald, eindigden de roeiers uit Delft opvallend vaak als tweede. Ook dit jaar lijkt die strijd weer volledig te woeden.

Bij de zware mannen is het al sinds de winterwedstrijd een nek-aan-nekrace. Alles ligt nog open, en even leek het erop dat de klassementsleider zou wisselen. De winnaar van de finale zou immers direct de leiding overnemen. Uiteindelijk verdedigden de zware mannen van de Amsteldijk hun koppositie succesvol en wonnen ze de finale. Met een voorsprong van drie punten staan ze nu bovenaan.

2.58
Bij de lichte mannen was het in eerste instantie minder spannend door het ruime puntenverschil. De Nereïden hadden een sterke reeks neergezet met vier overwinningen op rij, maar moesten zondag hun meerdere erkennen in de Delftenaren. Waar de zware mannen van beide verenigingen aan elkaar gewaagd waren, lag die concurrentie bij de lichte roeiers eerder minder voor de hand. Toch maken de Lagaaiers inmiddels een opvallende opmars. Aan het begin van het seizoen was dat wel anders. “Bij de Head was het gat met Nereus zó groot, bijna 40 seconden,” vertelt de Delfse slagman Huib Horsthuis. “We konden ons bijna niet voorstellen dat er nog boten met de top mee konden doen.”

Dankzij de overwinning van zondag pakten de Delftenaren een gedeelde tweede plaats in het klassement. Met de wegstreepregel wordt het verschil met Nereus zelfs nog kleiner. Willem Bellaart, coach van het bordeauxrode kamp, vindt het vooral mooi dat de strijd spannender wordt. “Die gasten uit Delft zetten bovendien echt een toptijd neer,” stelt hij. “2:58! Er is echt hard geroeid.”

Vrouwelijke invaller
Voor de acht van Bellaart, die door de verbouwing van de Bosbaan voorlopig op de Amstel traint, was het weekeinde vooral een leermoment. In aanloop naar de regatta was niet iedereen fit en werd er noodgedwongen gekeken naar een invaller. “Het idee was toen om een reserve uit de eerstejaars vrouwenacht in te schrijven,” vertelt hij. Volgens Bellaart had dat geen verschil moeten maken, maar daar dacht de KNRB anders over. “We hebben met elk coachkader gecheckt of het oké was, maar de bond besloot uiteindelijk dat we met een man moesten starten.”

Uiteindelijk werd de acht aangevuld met een geblesseerde roeier, maar volgens Bellaart lag het puntenverlies daar niet aan. “We roeiden in voorwedstrijden gewoon goed, maar Laga was in de eindstrijd gewoon nog beter.”

Boord-aan-boord
De Nereïden wisten dat de duizend meter verraderlijk kon zijn. “Die Delftenaren zijn zeer explosieve roeiers.” Korte afstanden liggen hen goed, en bovendien vraagt het knock-outformat om een andere aanpak. Bellaart: “Mijn Nereus-ploeg had ook nog nooit tijdens een race naast een andere ploeg geroeid,” vult hij aan. “Maar in de finale gebeurde dat ineens wel, en wisten ze niet hoe te reageren.”

Volgens Lagaaier Horsthuis is boord-aan-boord roeien inderdaad een vak apart. Als slagman merkt hij daar zelf weinig van. “Ik zie zelden een stukje van de ploeg die naast ons ligt.” Ook tijdens de eerste helft van de finale, toen Nereus nog leidde, was dat het geval. “Als je dan na 500 meter nog steeds niet het puntje van de tegenstander ziet, weet je wel dat je veel extra moet geven.”

Strijdlust
Dat maakt dit bordeauxrode/scharlakenrode onderonsje zo bijzonder. Het dwingt beide ploegen tot een niveau waar geen coach tegenop kan, zelfs niet de meest fanatieke. Ondanks de nederlaag heeft Bellaart dan ook vertrouwen in zijn ploeg. “Die jongens trainen gewoon keihard en zijn door deze competitie er extra op gebrand een rappe tijd neer te zetten.”

Rivaliteit blijkt zo voor beide ploegen een motor tot verbetering. Het is te hopen dat die strijdlust deze zomer verder oplaait en dat de twee verenigingen elkaar in de grote velden tot recordtijden stuwen. “Ik voel aan alles dat er heel snelle tijden aan gaan komen”, aldus Bellaart.