Schuine wind en baanvoordeel, maar ook commotie over het wegen van boten en de uitsluiting van Kaj Hendriks en Govert Viergever. Dat was in een notendop het verhaal van de nationale kampioenschappen in kleine boten. Het leidde helaas allemaal flink af van waar het eigenlijk om moest gaan: mooie races met uitstekende nationale kampioenen.
Want ondanks dat niet alles vlekkeloos verliep was het zondag in elk geval vrij eerlijk op de Bosbaan. Mooie finales waren het gevolg. Amber van Zomeren verraste de gehele nationale equipe bij de lichte vrouwen en met Conno Kuyt en een nieuwe twee van Gyas (Vincent de Vegt en Just van der Endt) kende de lichte mannen ook verrassende winnaars. Meest interessant was echter de mannen twee-zonder. Het was even afwachten te zien hoe de boordselectie uit de winter was gekomen omdat vooralsnog geen ergometertesten of gezamenlijk roeiwedstrijden waren gestart. De conclusie dat het overgrote deel uitstekend voor de dag kwam, al viel een enkele twee tegen (Röell/Siegelaar en Van Luijk/De Groot). Zo legden Robert Lücken en Dirk Uittenbogaard in de eindsprint de al aangewezen twee-zonder van Mitchel Steenman en Rogier Blink het vuur aan de schenen en werd nipt tweede. Laatstgenoemde ploeg kon met hun tijd overigens ook zeer tevreden zijn. Maar ook achter de toptweetjes was het leuk vermaak. Zo was het opvallend dat ook de zogenaamde B-groep goede prestaties liet zien. Waar in het verleden dit soort jongens er vaak maar een beetje bij hingen en ten onder gingen in de grote groep, zetten zowel Tone Wieten en Peter van Schie (5e) als Vincent van der Want en Harold Langen (7e) mooie races neer. Deze vier kwamen ook al bovendrijven bij de pair-matrix enkele weken terug. Tussen dit geweld verrasten ook Jasper Tissen en Vincent Klaassen met een vierde plaats. Ondanks hun uitstekende prestatie zullen ze vooralsnog niet worden toegevoegd aan de selectie. “Het is mooi te zien dat er ook jongens buiten onze groep zich goed ontwikkelen. Ze zouden in aanmerking kunnen komen voor een reserverol maar daar hebben we ook al andere jongens voor die ongeveer hetzelfde niveau hebben. Maar ik zal ze zeker blijven volgen” zei hoofdcoach Mark Emke over hen.
Eigenlijk zou laatstgenoemde twee helemaal niet in de finale moeten starten. De combinatie van Kaj Hendriks en Govert Viergever roeide naar een tweede plek in de halve finale, maar bij de weging na afloop bleek dat de boot één ons te licht was. Uitsluiting was het gevolg. Over deze botenweging was al redelijk wat te doen. Vrijdag waren er technische problemen waardoor niet gewogen kon worden en de opstelling voldeed duidelijk niet aan de FISA-regels. Die bepalen dat de weging in een afgesloten ruimte moet plaatsvinden (zodat de wind geen rol kan spelen), op een vlakke ondergrond en dat het apparaat moet zijn aangesloten op een printer. Ook konden er vraagtekens gesteld worden bij de manier van ijken. Viergever was dan ook furieus. “We hebben de boot zowel op vrijdagavond als op zaterdag gewogen en beide keren was hij precies op gewicht. Nu schoot hij ineens op het laatste moment naar één ons te weinig. We hebben van meer ploegen gehoord dat de boot zaterdag ineens lichter was. Ik heb later de fabrikant gebeld met een foto van de opstelling en die vertelde ook dat op deze manier de weging onnauwkeurig was.” Hoofd van de Jury, Remco Nabuurs, bestrijdt dat. “Het ijken is zorgvuldig genoeg gedaan en gebeurt meerdere malen per dag en de weegschalen stonden waterpas. Even was er discussie of wel met het juiste gewicht was geijkt maar dat bleek achteraf niet het geval. Daarnaast hadden we natuurlijk liever een afgesloten tent gehad maar die kon de bond niet leveren. Ik ben er echter van overtuigd dat de wind in dit geval geen enkele rol speelde en dat de weging dus nauwkeurig is verlopen. Al die FISA-eisen staan overigens niet in het KNRB-reglement, dus formeel klopte alles sowieso.”
Ook het feit dat de ploeg meteen werd uitgesloten leidde tot nodige ergernis. Volgende de FISA-reglementen wordt een ploeg namelijk niet uitgesloten, maar teruggezet naar de laatste plaats in de race zodat nog verder kan worden deelgenomen aan het toernooi. Ook dat is in de Nederlandse reglementen anders. Het zorgde voor de nodige onbegrip bij roeiers en coaches. “Niemand was erbij gebaat dat deze ploeg werd uitgesloten. Dan zeggen ze wel dat dingen in de toekomst wellicht worden aangepast, maar daar hebben we nu niets aan. Laat ze dan gewoon starten” aldus Emke. De frustratie liep zelfs zo hoog op dat een groot deel van de zware mannen equipe zelfs twijfelde over deelname aan de finale. Viergever: “We hebben het even gehad over de mogelijkheid om de finales gewoon zelf op maandag te doen, maar daar was de technische leiding uiteindelijk niet zo enthousiast over.”
Dit alles roept de vraag op waarom de roeibond überhaupt boten wil wegen zolang nog niet aan alle FISA-regels voldaan kan worden en het nog niet mogelijk is alles een dag voor de wedstrijd gereed te hebben. Nu heeft het er wat van weg alsof de roeibond zich graag meten aan internationale standaarden terwijl het de mogelijkheden en/of de knowhow (nog) mist. Verantwoordelijk bestuurslid IJsbrand Haagsma: “Het idee van wegen komt voort uit het feit dat we concluderen dat jonge coaches bij internationale toernooien vaak pas voor het eerst het wegen van boten meemaken. Dat is in het recente verleden een paar keer mis gegaan en dat willen we voorkomen.” Hij vindt niet dat het wegen onprofessioneel is verlopen. “In Hamburg bij de Junioren WK stonden de weegschalen bijvoorbeeld ook gewoon in het gras.” Daarnaast vindt het bestuurslid niet dat per se alle regels van de FISA overgenomen moeten nemen. “Het FISA-boek is heel dik en lastig leesbaar en je moet niet alles willen regelen. Vandaar dat we met de Kamprechterscommissie hebben besproken wat essentieel is en wat niet. Dat is overigens gewoon door de Ledenvergadering gegaan en ook de tosportsectie had er op kunnen reageren.” Haagsma vindt wel dat de regel over uitsluiting aangepast kan worden. “Dat was ook een voorstel van de Kamprechterscommissie en ik moet eerlijk zeggen dat ik er toen ook niet echt goed over heb nagedacht.”
Nog los van het verhaal over het boten wegen, speelde ook de wind dit jaar weer een grote rol. Rogier Blink schreef hier gister al over op NLroei. Zeker het toernooi bij de vrouwen skiff had hier last van omdat tijdens de voorwedstrijden en de halve finales de wind behoorlijk schuin op de baan stond. Het gekke was dat de organisatie besloot de winnaars van voorgaande races wel in het midden te leggen, maar de rest random te verdelen over de baan. Iets wat wederom volgens het Nederlandse reglement wel mogelijk is maar volgens de FISA niet. Ook leek te loting niet random gedaan te worden, maar volgens een vast patroon. Om alle discussie met betrekking tot de wind voor te zijn zou naar Engels voorbeeld sowieso time-trails als eerste race een goede uitkomst zijn. Dan hebben de goede ploegen later in elk geval geen nadeel meer. Nu zorgde het uitblijven van ingrijpen voor verrassende uitslagen, al is het de wel de vraag of roeisters als Nicole Beukers, Chantal Achterberg en Carline Bouw ondanks het nadeel niet aan hun stand verplicht zijn alsnog de finale te halen. “Nicole was niet assertief genoeg in de voorwedstrijd tegen Lisa (Scheenaard, red.). Van Carline wisten we dat ze niet voldoende hersteld was van afgelopen trainingsweken en dat rust misschien de beste optie was. Maar eigenlijk vind ik dat als je niet ziek of geblesseerd bent je gewoon moet starten” aldus hoofdcoach Josy Verdonkschot. Achterberg en Beukers roeiden in de B-finale overigens naar uitstekende tijden (respectievelijk tweede en derde tijd in totaal). Dat de aangewezen twee-zonder van Olivia van Rooijen en Ellen Hogerwerf maar nipt de twee van Aletta Jorritsma en Sophie Souwer achter zich kon houden, stoorde hem ook niet enorm. “Ik denk dat ze net een paar seconden te langzaam hebben geroeid, maar het doet me ook deugd dat de tweetjes voor de acht goede zaken deden.” Tevens had hij lof voor de U23-twee van Proteus (Marlies van der Lugt en Janneke Voordouw) die de bondsploegen dicht op de hielen zat. “Het leuke van dit toernooi is dat de kans biedt aan mensen buiten de equipe om zich te laten zien. Wij trainen er weliswaar overheen, maar dan nog zijn we goed ijkpunt. Roos de Jong, Laila Youssiffou en Marieke Keijser hebben zich bijvoorbeeld ook goed gemanifesteerd.”



