Het was een discussie die wel vaker langs de kant van de Bosbaan wordt gevoerd. In hoeverre was er tijdens de Koninklijke Holland Beker nou sprake van baanvoordeel? Het hele weekend, maar met name zondag, roeiden ploegen in baan 6 en 7 hard. Maar van welk verschil moeten we ongeveer uitgaan? Het is bijna onmogelijk deze vraag te beantwoorden, maar het gevolg is wel dat het voor roeiers en (bonds)coaches lastig was uitslagen te interpreteren. Was het bijvoorbeeld niet beter geweest als de organisatie de banen had verschoven?
Baanvoordeel is natuurlijk een probleem waarmee de Bosbaan vaker te kampen heeft. Maar zeker als er belangrijke titels te vergeven zijn of uitzendingen verdiend kunnen worden, is het van belang dat daar adequaat mee wordt omgegaan. Afgelopen weekend was het zo dat behoorlijk wat ploegen die op zaterdag hard roeiden in baan 7 een dag later in baan 1 een stuk minder voor de dag kwamen, en omgekeerd. Bij verscheidene ploegen bedroeg dit verschil zelfs meer dan tien seconden. Zo was de lichte vrouwen dubbeltwee van Orca (José van Paassen en Marleen van Roessel) zaterdag in baan 6 nog goed voor een uitstekende tijd van 7.00.04 (waarbij ook equipeleden Lisa Wörner en Mirte Kraaijkamp werden verslagen), terwijl ze zondag in baan 2 niet verder kwamen dan een laatste plaats in 7.17.14. De mannen twee-zonder van Dudok van Heel verloor zaterdag in baan 2 van een ouderejaars twee van Okeanos, maar roeide zondag in baan 7 maar liefst twaalf seconden sneller dan een dag eerder en zaten daarmee slechts vier tellen achter Mitchel Steenman en Rogier Blink. Ook de verschillende races in de acht gaven wisselende uitslagen. Het ene moment had de SB-acht nog enigszins moeite met de junioren en het andere moment roeiden ze in baan 7 naar een wereldtijd en versloegen ze bijna de Holland Acht. De FISU-acht won zaterdag in baan 7 van de lichte acht, maar was zondag ineens dertien seconden langzamer in baan 1 (de lichte acht voor haar snelle tijd overigens zeer knap in baan 3).
Bondscoach Diederik Simon was het hele weekend in de weer met flesjes, die hij in verschillende banen in het water gooide om zo de stroming te meten. Hij meende daaruit op te kunnen maken dat het verschil tussen baan 7 en 2 ongeveer tien meter bedroeg. Hoewel deze procedure natuurlijk weinig wetenschappelijk is, lijkt het met bovengenoemde uitslagen toch gerechtvaardigd de vraag te stellen of het verschuiven van banen eerlijkere wedstrijden had opgeleverd? De organisatie had niet voor niets bij de lotingsvergadering duidelijk naar voren gebracht dat de Holland Beker als test-event zou worden gebruikt voor het WK. Niemand zal toch willen dat hét moment van de vaderlandse roeisport wordt ontsierd door enorme baanverschillen. Dus juist nu leek het een ideale mogelijkheid om te kijken wat er logistiek zou gebeuren als halverwege de races de baanindeling gewijzigd wordt. Zeker omdat de organisatie er nu nota bene alles aan had gedaan om bij discutabele situaties adequaat in te kunnen grijpen. “Er was een compleet fairnessteam aanwezig die het hele weekend heeft gemonitord. En er is bijvoorbeeld meerdere malen per dag contact geweest met weerman die ook bij WK wordt ingehuurd” aldus wedstrijdleider Rolf Denissen. Ook is er afgelopen jaar een tool ontwikkeld via time-team (het tijdwaarnemingssysteem, red.) dat statistisch bij kan houden hoe de resultaten zich verhouden tot de banen waar in gewonnen of verloren wordt. “Dat is nog vrij nieuw, maar wel uniek. Alleen werkt het nog niet optimaal. Bij wedstrijden met minder dan zes inschrijvingen wordt baan 7 bijvoorbeeld niet gebruikt, waardoor die races niet mee worden gerekend” aldus Denissen.
Bondscoach vrouwen en tevens deskundige op dit gebied, Josy Verdonkschot, meende dat vooral baan 7 eruit moest worden gehaald. Het tegenargument van de organisatie was dat het nadeel aan de andere kant misschien nog wel groter was. Verdonkschot: “Dat kan op zich wel kloppen maar in mijn ogen is dat minder relevant. In ieder geval bij wedstrijden met voorwedstrijden en/of halve finales ligt in baan 2 een ploeg die zich als laatste heeft geplaatst. Dan is het minder erg dat diegene nadeel heeft. Het is oneerlijker dat een ploeg in baan 7, die zich ook als laatste heeft geplaatst, oneigenlijk veel voordeel heeft.”
Navraag bij de organisatie leert dat op zondagmiddag wel degelijk is overwogen om de banen te wijzigen. Rond 15.00u kreeg wedstrijdleider Rolf Denissen het bericht dat hij hiervoor alles is staat van gereedheid moest brengen. Uiteindelijk werd alsnog besloten niets te doen. Henk-Jan Zwolle die namens de WK-organisatie een belangrijke adviserende rol had en bij wereldroeibond FISA in de Fairness Committee zit, laat weten dat dit met name kwam vanwege de logistiek. “Als je de banen naar het midden verschuift, zorgt dat bij op- en uitroeiende de nodige veiligheidsproblemen. Zeker met dicht op elkaar zittende starts kan dat risico’s met zich mee brengen. Als de baanverschillen erg groot zouden zijn geweest hadden we het zeker aangepast. Maar we hadden de overtuiging dat het niet zo erg was dat de medaillekandidaten in de problemen zouden komen.”
Daarnaast was het probleem dat de Holland Beker een heel ander soort wedstrijd is als een WK, waarbij bijvoorbeeld ook besloten kan worden wedstrijden te verplaatsen van middag naar ochtend. Ondanks dat er niet geschoven is met banen meent Zwolle dat men alsnog veel heeft gehad aan dit weekend. “We hebben wel degelijk veel geoefend, met name in het monitoren en inspelen op de weersituaties. Alleen kunnen we de Holland Beker natuurlijk niet alleen maar gebruiken als test-event. De organisatie zit ook anders in elkaar. Bij de FISA is het de Executive Committee die belangrijke beslissingen neemt maar in Nederland hebben de kamprechters meer macht. En dit is natuurlijk ook hun wedstrijd.”
Het zijn op zich logische argumenten die Zwolle aanvoert. De vraag is echter wat er dan wél allemaal had moeten gebeuren qua uitslagen voordat er was ingegrepen? Want laten we wel wezen: als het nu nog niet duidelijk genoeg was, wanneer is het dat dan wel? Een blik op het verleden bij belangrijke toernooien leert dat men steevast te laat overgaat tot veranderen van de procedure. Denk bijvoorbeeld aan de Olympische Spelen van Londen in 2012. Zwolle geeft aan dat het voor het WK anders zal zijn. “We komen voor het WK met een beter voorspellingssysteem voor het beoordelen van baanverschillen. Dat komt daarna beschikbaar voor de nationale wedstrijden, waarna we ook de juiste beslissingsprocedures kunnen ontwerpen en ingrijpen voordat problemen ontstaan.”
Dat klinkt natuurlijk prachtig, al zullen we moeten afwachten of dit ook daadwerkelijk zal gebeuren. Uiteindelijk zal de FISA in deze kwestie namelijk een flinke stem hebben. En zullen de ‘gewone’ (inter)nationale wedstrijden in Nederland voortaan ook echt iets doen met het nieuwe systeem? Dan zullen er toch echt dingen anders moeten. Om te beginnen zouden eventuele logistieke problemen vooraf beter in kaart kunnen worden gebracht. Rondom de vlotten was nu bijvoorbeeld nergens een uitleg te vinden van oproeiregels bij een gewijzigde situatie. Hoe informeer je dan snel alle roeiers en coaches? Hier beter op voorbereid te zijn, verlaagt hopelijk bij organisaties de grens tot sneller ingrijpen. Daarnaast zou het goed zijn als de organisatoren, die begrijpelijkerwijs niet zitten te wachten op een tijdrovende klus die hun evenement enigszins in de war schopt, eerder hun schroom moeten laten varen. “Ik zeg in dit soort situaties dat je bij twijfel altijd moet wijzigen. Want wie schaad je ermee als je het eerlijker maakt?” aldus Verdonkschot.
Evenement: Aegon Koninklijke Holland Beker
Datum: 28 t/m 29 juni 2014
Locatie: Bosbaan




