Het is ‘vol aan’ in Luzern

Archief

Toen de Nederlandse mannen twee-zonder vlak na de herkansing richting het erevlot dobberde voor een flesje water, hing Sjoerd Hamburger even uitgeput over zijn riem heen. Racen in Luzern is andere koek, hoorde je de Utrechtse supersub bijna denken. Hamburger en zijn bootgenoot Mitchel Steenman hadden even tevoren in een indrukwekkende eindsprint korte metten gemaakt met Polen en Wit-Rusland. Extreem korte metten, om precies te zijn. Zes tienden van een seconde was het verschil tussen een plek in de halve eindstrijd en de C-finale. “Dat was wel even vol aan”, glimlachte Hamburger over de spurt die hij en Steenman trokken naar de streep.

Vol aan is ook precies wat Nederland moet doen om tijdens deze wereldbekerwedstrijden mee te kunnen komen. Wa het EK in Sevilla nog een onderonsje waarbij een aantal grote landen ontbrak, is de finale van de serie World Cups er eentje waarvoor alle roeinaties opgewarmd en opgelijnd zijn. Zomaar een beetje aanklooien kan niet – zeker als je meeneemt dat Nederland de kersverse reputatie van Sevilla hoog te houden heeft. Niet dat iedereen verwacht dat er weer zeven medailles in het verschiet liggen: in de aanloop naar Luzern sprak technisch directeur Hessel Evertse al het vermoeden uit dat de equipe het dit keer met minder eremetaal moest stellen.

Maar eremetaal is en blijft het doel. Finales halen, meedoen voor de prijzen; nu en straks ook in Zuid-Korea. Voorlopig slagen de veertien Nederlandse ploegen – van de oorspronkelijke vijftien teams is skiffeur Harold Langen weggevallen omdat hij als reserve moest opdraven voor de Holland Acht – in de opdracht om ook hier te presteren. Vier ploegen plaatsten zich direct voor de halve finale en vijf ploegen kwamen na een mislukte voorwedstrijd via de herkansing ’s middags eveneens een ronde verder. Vier overige ploegen – de mannen acht, de twee vrouwen dubbelviertjes en de vrouwen twee-zonder – hebben morgen nog een herkansing. De dames vier-zonder, de enige boot die meedingt in een niet-olympische klasse, voer vanochtend een exhibition race omdat de ploeg sowieso is verzekerd van een finaleplek.

Van de boten die zich direct voor de volgende ronde plaatsten was het optreden van de lichte manne vier-zonder nog wel het meest indrukwekkend. In een rechtstreeks duel rekenden Arnoud Greidanus, Joris Pijs, Björn van den Ende en Tim Heijbrock af met regerend olympisch kampioen Zuid-Afrika, de sterke Fransen en het altijd verraderlijke Italië. Met hun 5:58,03 was het Nederlandse kwartet bovendien de snelste licht vier van de dag. En natuurlijk: scorebordjournalistiek zegt niets. De Zuid-Afrikanen roeien bovendien niet in hun olympische opstelling en waren vorige week nog actief in Henley. Maar dat alles neemt niet weg dat er een wederopstanding is geweest in de ploeg. Na een rommelig toernooi in Sevilla lijkt de wissel die coach Rob Jonkman heeft toegepast een juiste keuze. Met Heijbrock en Van den Ende op slag is de ploeg meer dan eerder een collectief.

Naast de lichte vier-zonder deed ook een andere ‘nieuwe’ ploeg het goed. De lichte vrouwen dubbeltwee, in Luzern bestaand uit Maaike Head en Lisa Wörner, roeide brutaal naar winst in de voorwedstrijd. Zweden en Duitsland, in Sevilla nog finalisten, werden in een rechtstreeks duel verslagen. Het stemde Josy Verdonkschot tevreden. Zeker in de wetenschap dat slagvrouwe Maaike Head haar eerste internationale toernooi voer sinds de Spelen. “Kleine stapjes”, lachte Lisa Wörner, dit seizoen uitgroeiend tot een dragende kracht in de lichte dames dubbel, over de progressie die in de groep wordt geboekt.

Juist het voorlopige succes van die andere ploegen, degenen die nog niet in de spotlights stonden of succes hadden geboekt in Sevilla, geeft alles een completer gevoel. Over de hele breedte gezien lijkt het Nederlandse roeien vooruit te gaan. Het roeien is overwegend goed te noemen, weg is ook de mentaliteit om in een voorwedstrijd genoegen te nemen met een kwalificerende plek drie als je ook eerste kunt worden. Niet dat het tijd is voor lof, hosannah en een polonaise langs de Rotsee. Het moet, het kan en het mag altijd beter. Kritisch blijven. Niet op de lauweren rusten. De Holland Acht, die derde werd en morgen in de herkansing een finaleplaats moet afdwingen, kon bijvoorbeeld niet bepaald terugkijken op een goede eerste wedstrijd. “Ik denk dat sommige jongens zich toch hebben laten verrassen door het niveau”, vond Ruben Knab na afloop van de race. “Maar ik heb er wel vertrouwen in dat het goed gaat komen.”

Ook Boaz Meylink toonde zich, ondanks de winst in de voorwedstrijd, niet onverdeeld tevreden over de manier waarop zijn mannen vier-zonder had geroeid. “Het was vrij rommelig in de eerste 1.500 meter, we kwamen niet tot het goede, gelijke roeien”, luidde de analyse van de boeg van de Holland Vier. “Pas de laatste 500 meter begonnen we te schuiven, maar dat was meer op karakter en niet op gelijkheid, ontspanning, ritme en versnelling. Zeg maar de overige vier zaken die we ook op de mat moeten leggen. Morgen moet dat beter. Dat we met matig roeien de tweede tijd van de dag hebben, een krappe seconde achter Amerika, valt dan nog mee.”

In de media
Parool: “Eindsprint redt Steenman/Hamburger in Luzern”
Volkskrant: “Roeiploeg verdedigt kansen in Luzern”
NOS: “Vier boten naar halve eindstrijd”
Telegraaf: “Holland Vier komt op stoom”

Evenement: Samsung World Rowing Cup III
Datum: 12 t/m 14 juli 2013
Locatie: Luzern (CH)