De drie maanden van hervormingen onder technisch adviseur Joop Alberda zijn achter de rug. Hoog tijd dus om de balans op te maken en te kijken wat de voormalige volleybalcoach nu eigenlijk teweeg heeft gebracht bij de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Voor de buitenwacht lijkt er weinig veranderd. Van een grootse paleisrevolutie met veel bombarie is in ieder geval geen sprake. Na zijn eerste maand kwam Alberda tot de conclusie dat hij op hele basale vlakken in moest grijpen wilde de roeisport vooruit komen. “Cosmetische veranderingen hadden er leuk uitgezien, maar niks uitgehaald”, vindt de 61-jarige Alberda.
Tegelijkertijd benadrukt hij dat er ook voor de buitenwereld duidelijke ingrepen zijn gepleegd. “Van het oude coachkader hebben we van zes mensen afscheid genomen”, zegt Alberda, en hij somt ze een voor een op. “Susannah Chayes, Dave McGowan, John Faulkner, Diederik de Boorder, Rob Robbers en Antonio Maurogiovanni [wiens contract formeel nog niet beëindigd is, red.]. Maar er zitten inderdaad ook nog oude bekenden. Waarom ik er voor gekozen heb om wel door te gaan met iemand als René Mijnders? Omdat je niet kunt ontkennen dat Rene een scherp oog heeft voor techniek en daar uniek in is. Ik wilde het beste van Nederlandse coaches behouden. Daarnaast was het was voor mij zaak om hen een spiegel voor te houden en te confronteren met de eisen van de atleet en de topsport.”
Het draait in de athlete centered-filosofie van Alberda om onbewuste en bewuste onbekwaamheid. Coaches moeten zich dienstbaar opstellen. Dat betekent ook dat ze kritisch moeten kijken naar zichzelf en dat ze elkaar ook op hun mindere kanten aan moeten (kunnen) spreken. Maar waarom zou dat nu opeens gaan lukken, na jaren van gebrekkige onderlinge communicatie? Eén antwoord is de spiegel waar Alberda het over had – weten wat je wel en niet goed doet. Een ander is de toevoeging van Nico Rienks aan het coachkader. Andere mensen in het team brengen een nieuwe dynamiek – Rienks zeker. “Als Nico iets zegt luistert iedereen in roeiend Nederland”, stelt Alberda. “Hij is wat Cruijff is bij Ajax en wat Ard Schenk is bij het schaatsen. Dat soort mensen dwingen respect af.”
Een derde ingreep is het instellen van een helder systeem van beoordelingsmomenten voor de technische staf. Dat was er opmerkelijk genoeg niet, en vandaar dat niet op een rechtlijnige manier afscheid kon worden genomen van bekritiseerde coaches zoals Antonio Maurogiovanni. “Er was geen gestandaardiseerde manier om coaches te evalueren”, vertelt Alberda. “Er was geen structuur van meetmomenten, het was onduidelijk op basis waarvan je aanstelling als bondscoach werd beoordeeld. Nu is dat er wel. Je zou de wereldbekerwedstrijden van Luzern en de wereldkampioenschappen nu kunnen zien als functioneringsgesprekken. Ik vind dat iedereen geëvalueerd moet worden, ook de technisch directeur.”
Maar het inbrengen van systematiek heeft Alberda ook verder getrokken dan alleen de technische staf. Ook voor de roeiers moest er meer structuur komen. “Er waren geen regels, vooral veel uitzonderingen”, vertelt hij. “Regels moeten de basis zijn voor iedereen. Natuurlijk moeten er uitzonderingen zijn – daar kun je veel van leren. Als Roel Braas en zijn coach opeens een hele goede trainingsmethode hanteren moet je daar als bond van willen leren om beter te worden. Maar projecten zoals Roel en zijn skiff moeten ook gewoon aan onze regels voldoen. Ze moeten binnen het kader blijven, anders is het einde zoek. Het is net als met kinderen: als je daar geen grenzen voor stelt, dan gaan ze alle kanten op.”
Het zijn basale ingrepen die Alberda doet. Logische stappen die kennelijk niet zo logisch waren de afgelopen jaren. Maar ook basale oplossingen zijn niet compleet onfeilbaar. Een plotseling bewustzijn is moeilijk te objectiveren – simpel ja en amen knikken op de juiste momenten voldoet al. Wanneer ben je nou precies bewust of onbewust bekwaam? Een verbinder als Nico Rienks is op zijn beurt ook maar een mens. Hij is met zijn twee olympische titels en zijn bronzen plak van Barcelona weliswaar een van de succesvolste roeiers in de Nederlandse geschiedenis, maar dat neemt niet weg dat hij nog niet zo veel ervaring heeft op bondscoachgebied en de politiek die daar soms bij komt kijken. En dat beoordelingssysteem om coaches te evalueren bestond vroeger ook al – tot het onder technisch directeur René Mijnders werd losgelaten.
Het is, met andere woorden, niet ondenkbaar dat het nu aangestelde coachkader weer verder gaat op het oude pad nu Alberda de deur uit is gelopen. Net als dat het te betwijfelen is of atleten nu wel hun opinie durven geven – ze zijn immers nog altijd afhankelijk van coaches als het aankomt op selectie en hun droom om te schitteren op WK of Olympische Spelen. Er zal nog meer moeten gebeuren wil de Nederlandse roeiwereld evolueren. Alberda knikt begrijpend. Het is moeilijk zijn eigen geloof in de positieve veranderingen concreet onder woorden te brengen. Er zijn geen harde bewijzen. Geen feiten, geen cijfers, geen garantie. Er is alleen een observatie van een ervaren rot die al jaren in het topsportwereldje rondloopt. Maar koop je daar als roeipubliek iets voor? Alberda weet dat men al vaker vertrouwen heeft gehad in een goede afloop en teleurgesteld werd.
“Maar de geest is wel echt uit de fles, denk ik”, zegt de voormalig volleybalcoach stellig. In die observatie wordt Alberda gesteund door nationale sportkoepel NOC*NSF, die kort geleden zijn conclusies aanhoorde en het met zijn adviezen en analyses eens was. “Men kan simpelweg niet meer terug naar de situatie van vroeger. Ik wil het niet direct vergelijken met de Arabische lente, maar nu we eenmaal roeiers en roeisters de mogelijkheid hebben gegeven om hun mening te geven en kritisch te zijn willen ze hopelijk nooit meer anders. Ze hebben nu gemerkt dat ze echt gehoord worden. Coaches zullen daarnaar moeten luisteren. Ik zie ook bij hen in kleine dingen dat er veranderingen zijn ontstaan.”
Veranderingen, bewustwordingen en andere tekenen aan de wand zijn mooi. Maar er is één aspect dat Alberda nog altijd dwars zit: het systeem dat er mede debet aan is dat we veelvuldig tegen dezelfde steen aan stoten. De top van de Nederlandse roeipiramide, het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond, bestaat immers uit vrijwilligers. De bestuursleden staan aan het hoofd van een professionele organisatie, maar zijn dat zelf niet. Dat zal altijd een kwetsbaar punt blijven. Topsport vergt veel energie en passie. Niet iedereen kan daar aan voldoen, terwijl de eisen steeds verder stijgen. “Maar je ziet dat niet alleen in het roeien”, zegt Alberda. “Ook in de andere sporten in Nederland zijn bondsbesturen vrijwilligers. Ik heb dat in mijn tijd bij NOC*NSF ook aangekaart als een potentieel probleem: willen we verder professionaliseren dan moeten we dat ook aanpakken. We kwamen daar onderling niet uit, en daarom ben ik ook mede opgestapt in 2004.”
Er blijven dus nog hordes over nu Alberda weg is. Niet dat hij overigens compleet uit beeld is sinds 1 maart – de komende tijd zal hij werken aan de laatste paar dingen die op zijn bord liggen. Het vervolg van de stappen is aan de nieuwe technisch directeur Hessel Evertse. Diens eerste zetten op het schaakbord zullen tegelijkertijd de laatsten zijn van Alberda. Het tweetal heeft intensief overleg gehad sinds Evertse door de roeibond werd aangekondigd als de nieuwe TD. Alle beslissingen over de toekomst zijn onderling besproken, waaronder de aanstelling van de laatste paar coaches waar Alberda het enige tijd geleden over had. Wie het worden wil de scheidend topsportadviseur niet zeggen, maar het zullen wel Nederlandse coaches zijn. “Buitenlandse coaches zijn erg belangrijk voor nieuwe inzichten. Zonder Peter Mueller hadden we in het Nederlandse schaatsen geen sprintcultuur gehad. Zonder Kris Korzeniowski hadden we hier niks geweten van seatraces. Dat neemt niet weg dat uiteindelijk een groot deel van het vertrouwen tussen atleet en coach wordt bepaald door communicatie. Taal moet dan geen barrière zijn.”
Alberda’s reis door het Nederlandse toproeilandschap is na drie maanden ten einde gekomen. Hij is, zoals hij vaak zegt, “verbaasd, verwonderd en verbijsterd” geraakt door wat hij heeft gezien. Niet alleen op negatief gebied, maar vooral ook op positief vlak. Nergens anders zag hij atleten die zo leven voor hun sport. Alleen fietsers en zeilers hebben volgens hem een vergelijkbare interne drive. Die bevlogenheid is een van de voornaamste redenen waarom Alberda denkt dat het goed gaat komen met de roeisport. De geest is uit de fles, zo zei hij zelf. Dan lijkt het nu tijd voor de drie bijbehorende wensen: transparantie, onderlinge samenwerking en een lange reeks aan goede resultaten. Het zou mooi zijn als dat alles in vervulling gaat.


