Tijdens de Nederlandse kampioenschappen indoorroeien van zaterdag 8 december aanstaande zal een eerstejaarsveld voor lichte dames worden uitgeschreven. Vier roeisters per ploeg die, ingewogen en wel, tegen elkaar strijden over een afstand van twee kilometer. Het concept is komende editie van de NKIR weliswaar een pilot, maar als het aan initatiefneemster Lieve Leijssen ligt komt er zeker vervolg. De roeister van Nereus, afgelopen zomer nog goed voor zilver tijdens het WK onder 23 jaar en nu wedstrijdcommissaris van de Amsterdamse roeivereniging, vindt dat er meer basis moet worden gelegd voor het lichte damesroeien. “Ik ben al een tijdje met dit plan bezig,” vertelt ze. “Ik kan me geen reden bedenken waarom het niet goed zou zijn voor de roeisport.”
Het primaire struikelblok is natuurlijk de vulling van het veld. Zonder genoeg ploegen sterft een initiatief als dit al snel een vroege dood. Critici zullen mede daarom wijzen naar het beperkte succes van het developmentklassement voor lichte dames, dat zich in eerste instantie ook zou richten op dubbelviertjes. Al gauw werd echter geconcludeerd dat viertjes niet haalbaar waren, en kwam de lichte dubbeltwee in beeld. Maar ook dat veld was afgelopen jaar mager bezet. Volgens Leijssen heeft dat vooral te maken met het ontbreken van een basis. “De lichte roeisters zijn in Nederland vooral individueel bezig, dan is het moeilijk om opeens een ploeg te vormen,” legt ze uit. “Als je een basis creëert onderin, met eerstejaarsploegen, dan lukt het vast om ook het developmentklassement leuk te maken.”
Leijssen vroeg daarom bij wedstrijdcommissarissen van diverse verenigingen of er interesse was voor haar idee en klopte ook aan bij de KNRB. Overal klonken positieve geluiden voor een veld voor eerstejaars lichte damesploegen, maar komend seizoen kwam voor iedereen te vroeg. “Ik vind het een onwijs goed initiatief,” reageert Jillian van Hees, wedstrijdcommissaris van Njord en zelf ook actief geweest in het lichte damesroeien, “maar je moet bij dit soort dingen wel de benodigde commitment kunnen tonen. Wij hebben op dit moment de coachcapaciteiten niet, en ik weet ook niet of we jaar in jaar uit genoeg dames hebben om twee ploegen te vullen. Nu is dat wel zo, maar wie weet hoe het over twee jaar is.”
Ook Anne Ernest, die als wedstrijdroeister net als Leijssen en Van Hees rondpeddelde in het lichte veld en nu wedstrijdcommissaris is bij Triton, kon zich wel vinden in de ideeën van Leijssen. “Ik vind het een topplan,” aldus Ernest. “Alleen hebben wij dit jaar geen roeisters die voor een dergelijk project in aanmerking komen. Maar ik vind het erg goed dat Lieve dit oppakt, want ik denk dat Triton in de toekomst met de vele vrouwen in Utrecht wel een vereniging is die hieraan mee kan gaan doen.” En zo zijn er natuurlijk nog wel meer verenigingen in Nederland die qua aanwas mee zouden moeten kunnen doen. Te meer omdat er in de eerstejaars damesselecties vaak letterlijk en figuurlijk over bepaalde roeisters heen gekeken wordt. Die zouden met een selectie voor een eerstejaars lichte dames vier wel een kans maken.
Of het eerstejaars lichte damesvierenveld een succes zal worden op de NKIR zal de tijd moeten uitwijzen. Leijssen is in ieder geval realistisch: ze verwacht niet direct wonderen. Maar ze wil er wel alles aan doen om momentum te creëren. Daarom gaat ze tijdens de NKIR samen met Marit van Eupen op de bres om het lichte damesroeien onder de aandacht te brengen van coaches en verenigingen. “We gaan daar een soort seminar houden zodat we meer mensen meekrijgen. De afgelopen paar edities van de Spelen werden geroeid door lichte dames afkomstig uit het studentenroeien. Marit, Kirsten, Rianne, Maaike – als we in de topvelden mee willen komen zullen we dat lichte damesstudentenroeien toch een impuls moeten geven.”
Maaike Head, een van de genoemde roeisters is enthousiast over het plan, maar zou tegelijkertijd haar eerste jaar in de damesacht voor geen goud hebben willen missen. Ze vindt dan ook dat je jezelf als lichte roeister niet zomaar in een hokje moet laten plaatsen. “Het met grotere dames trainen maakt je als lichte roeister ook harder,” stelt de roeister van Skadi. “Je moet tegen je sterkere ploeggenoten opboksen en wordt uitgedaagd om echt met ze mee te gaan als het op zaken als ergoscores aankomt. Dat heeft mij wel gevormd. Bovendien kwam ik uit een individuele sport, en is zo’n ploeg wel echt belangrijk – al kan dat in een vier natuurlijk net zo goed als in een acht. Ik denk dat het voor een vereniging als Skadi wel een stuk moeilijk is om zowel een damesacht als een lichte dames vier te maken bij de eerstejaars zonder concessies te doen. Nereus zal dat makkelijker kunnen. Maar het initiatief is wel mooi: er mag wat mij betreft meer structuur komen in het lichte damesroeien in Nederland.”

