Ten overstaan van een volgepakt sportcafé in Delft openden Laga, Proteus, Skadi en De Maas vrijdagavond officieel het Regionale Talentcentrum Zuid-Holland. Er klonken mooie woorden van diverse betrokkenen, de uit Amerika afkomstige John Parker en zijn collega-profcoach Ans Rom Colthoff loofden nu al het enthousiasme van de verenigingen plus de volgend jaar op te leveren Willem Alexander-baan kan de talenten van alle roeigemakken voorzien. De benodigde ingrediënten voor succes lijken dus aanwezig. En, zo viel uit de woorden van een van de sprekers op te maken, men hoopt op nog meer. “Eigenlijk verwacht ik dat ook de Erasmus Universiteit en Universiteit Leiden dit project gaan steunen. Het zou fantastisch zijn als de samenwerking op academisch gebied ook binnen de roeisport naar voren komt.”
De stap naar Leiden is inderdaad snel te maken vanuit academische wege. Eerder dit jaar bracht de NRC immers naar buiten dat de Erasmus Universiteit, de TU Delft en de Universiteit Leiden vergevorderde plannen hebben om samen in een bootje te stappen. Maar of dat statement ook letterlijk te nemen valt is een tweede. Getuige de uitgebreide voorgeschiedenis van het huidige RTC Zuid-Holland en de vele betrokken partijen valt het te betwijfelen of er wel genoeg ruimte aan boord is voor nog een extra universiteit. Bovendien rijst de vraag waarom Den Haag als dichtbijgelegen stad niet binnen het regionale toekomstplan voorkomt – met een niet onsuccesvolle juniorenvereniging (De Laak) en een studentenvereniging die nog in de kinderschoenen staat (Pelargos) lijkt er voldoende te winnen in de hofstad.
De fusieplannen kunnen evenwel met een korrel zout genomen worden. Het ging tijdens de feestelijke opening van het RTC Zuid-Holland meer om de nabije dan om de verre toekomstplannen. Ans Rom Colthoff nam toernooien als het WK onder 23 en de Europese Kampioenschappen in de mond toen ze vooruitblikte op de doelstellingen die ze met de huidige groep roeiers wil bereiken. John Parker, die in beeld kwam na een brutaal telefoontje richting de in Nederland niet onbekende Kris Korzeniowski, hield zich wat meer op de vlakte. “Op het moment is het nog gewoon een beetje aftasten. Hoe past mijn ervaring bij het Nederlandse roeien? Hoe pakken roeiers hier de zaken aan? Daar moeten we de tijd voor nemen en niet gelijk met de deur in huis vallen”, lichtte hij zijn woorden toe.
Parker was voordat hij deze zomer gestrikt werd voor en coachfunctie in Zuid-Holland onder meer hoofdcoach van het Oklahoma Training Center. Daar zette hij een vergelijkbaar samenwerkingsverband op tussen diverse roeiverenigingen, zij het dat Oklahoma wel een ‘dustbowl’ is – een droge, waterarme omgeving die zich moeilijk laat vergelijken met het juist erg natte Nederland. Geen wonder dat de Amerikaan zijn ogen hier nog altijd goed de kost geeft. “Ik verbaas me nog dagelijks over het bubbelende water voor bij Proteus. Dat schijnt te komen door het polderen en de aanzuiging van water, maar ik snap nog niet hoe het precies werkt. Mensen die me op het vlonder hebben zien staan begrijpen nu wellicht waarom ik zo voor me uit soms te kijken.”
Van roeien heeft Parker gelukkig wat meer verstand dan van watermanagement. Hij is al enige tijd de begeleider van de Amerikaanse ergometerkampioene Ursula Grobler. Ook zij is al enige tijd in Nederland, maar van een gezamenlijke trainingssessie met de Rotterdamse toproeisters Maaike Head en Rianne Sigmond is het nog niet gekomen. De bondsroeiers trainen op de Bosbaan en komende tijd ook weer in het buitenland. Grobler maakt haar trainingskilometers op de slingerende Rotte. De Amerikaanse had haar wedstrijddebuut op de Nederlandse wedstrijdkalender moeten maken tijdens de Hel van het Noorden, maar die wedstrijd ging als bekend niet door vanwege de wind. “Maar volgende week is ze er sowieso bij”, zegt Parker, verwijzend naar de Nederlandse kampioenschappen indoorroeien. “Op een wereldrecord [dat nu op naam staat van Grobler met 6:54.4] hoef je alleen niet te rekenen.”
Wereldrecords en dat soort zaken zijn ook voor het RTC geen dingen om mee bezig te zijn. Het gaat om kleine stapjes. Deze maand volgt een evaluatiegesprek om te kijken hoe de afgelopen periode is bevallen met beide profcoaches, maar alle partijen zie dit meer als een formaliteit dan een officieel functioneringsgesprek. Met Parker en Rom Colthoff denken Delft en Rotterdam de juiste personen te hebben om tot stabiele successen te komen. Geen uitschieters meer op de Head of the River of de Varsity, maar een regionaal talentcentrum dat zich continu met de top van roeiend Nederland kan meten. Maar met alleen woorden kom je er niet, zo weet men in het Rotterdamse. Het gaat uiteindelijk om de daden.




