De directeur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond, Maurice Leeser, stapt per 1 december dit jaar op. Hij heeft volgens eigen zeggen een nieuwe uitdaging gevonden in het directeurschap van het Watersportverbond, een overkoepelend orgaan waaronder sporten als kanovaren, zeilen en windsurfen vallen. Het tijdstip van opstappen, aan de vooravond van de Olympische Spelen in Londen, is ongelukkig te noemen. “Er is nooit een goede tijd om afscheid te nemen als directeur”, verdedigt Leeser zijn beslissing. “We zitten met de KNRB inderdaad midden in processen als Londen 2012, de uitbreiding van het olympisch trainingscentrum langs de Bosbaan en het WK in 2014. Maar alles staat qua plannen, subsidiëring en financiën. Ik heb er alle vertrouwen in dat de KNRB een goede nieuwe directeur kan vinden die de ingeslagen weg kan voortzetten op zijn of haar eigen manier.”
Leeser was sinds 2008 actief als directeur van de roeibond. Daarvoor werkte hij als hooggeplaatste bij Gehandicaptensport Nederland, de Dopingautoriteit en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. En na drie jaar KNRB stapt hij dus over naar het Watersportverbond. “Ik zie daar veel mogelijkheden. Er is veel potentie op het gebied van olympische sporten. Of roeien daar ook in thuishoort, net zoals de kanobond opgegaan is in het Watersportverbond? Ik denk het niet. We hebben er wel altijd veel mee samengewerkt, maar roeien heeft een ander profiel. Ik denk je bij dat soort dingen altijd de vraag moet stellen wat zo’n annexatie feitelijk gezien oplevert. De roeibond is, anders dan de kanobond een tijdje terug, gezond genoeg om op eigen houtje verder te gaan.”
Ondanks deze gezonde werkomgeving en de vele positieve en teleurgestelde geluiden die Leeser heeft opgepikt na de aankondiging dat hij zou vertrekken, neemt hij dus afscheid van de roeisport. De scheidend directeur ziet volgens eigen zeggen volop kansen voor de roeibond. “Maar het vernieuwingsproces binnen de KNRB moet worden versneld, er mag hoger worden ingezet. Ik ben niet tegen een muur opgelopen binnen de roeibond, dat geenszins. Maar er moeten wel meer stappen worden gezet, er moet vooruit worden gekeken.”
Leeser lijkt daarmee in bedekte termen te doelen op de kwestie van het individuele lidmaatschap dat voor zoveel strubbelingen heeft gezorgd onder zijn regie. Als directeur van de roeibond lanceerde hij het plan om, mede vanwege eisen vanuit de (inter)nationale dopingautoriteiten, een individueel lidmaatschap in te stellen. De KNRB zou dan niet langer verenigingen als leden hebben, maar de meer dan 30.000 individuele roeiers die Nederland telt. Dat was tegen het zere been van een aantal roeiverenigingen, die vonden dat die nieuwe situatie niet wenselijk was en dat de KNRB ten dienste moest staan van de verenigingen en niet andersom. Na lang wikken en wegen werd er uiteindelijk gekozen voor een werkbare compromis.
“Ik zou liegen als ik zeg dat dat hele gebeuren niet mee heeft gespeeld in mijn overwegingen om naar het Watersportverbond te kijken”, geeft Leeser toe. “Maar of dat het belangrijkste argument was? Nee, dat denk ik niet. De roeiverenigingen in Nederland zijn uitermate slim, maar ze moeten ook inzien dat het niet haalbaar is om met de huidige constructie door te gaan. Dat is overigens een constatering, geen verwijt. Ik zie gewoon verschrikkelijk veel kansen voor de roeisport, en die worden nu nog bemoeilijkt. Ik bedoel: een kwart van onze inkomsten komt op dit moment van de verenigingen, maar die hebben het wel voor het zeggen binnen de KNRB. De randvoorwaarden zijn anno 2011 gewoon anders dan vroeger, en daaraan moeten we ons aanpassen.”

