Met een knapzak de wijde wereld in

Archief

Ze is niet het type roeister dat graag in het middelpunt van de belangstelling staat. Marie-Anne Frenken acteerde de afgelopen twee jaar in een bijrol, op de achtergrond van het Nederlandse roeitoneel. Maar die bescheiden rol groeide in de loop der tijd wel steeds vaker naar de spotlights toe. Met een twaalfde plek maakte ze vorig jaar haar debuut voor de nationale selectie, nota bene op het mooiste roeiwater van de wereld. Een jaar later was ze weer terug op de Rotsee in Zwitserland, met een missie: verbetering. De twaalfde plek van vorig jaar werd ingeruild voor een race in de A-finale en een zesde plaats overall. Een prima prestatie die smaakt naar meer.

Broodnuchter en doodgewoon. Een betere omschrijving van Marie-Anne Frenken bestaat er eigenlijk niet. Als er iemand de eigen prestaties kan relativeren is het de kleine Leidse roeister wel en je moet veel moeite doen om haar te betrappen op bijzondere uitspattingen. In plaats daarvan is ze iemand die consequent haar trainingen draait, vrijwel nooit ziek of geblesseerd is en zo mogelijk nog consciëntieuzer bezig is met haar studentenroeivereniging. Frenken was vorig jaar nog geen dag terug van de Europese Kampioenschappen in Portugal of ze stond al op het vlonder van Njord flyers uit te delen om eerstejaars te ronselen voor de vereniging. Toen nog als bescheiden succesverhaal, inmiddels is ze een van de uithangborden van de Leidse vereniging. Geboren in Alphen aan de Rijn, geen riem aangeraakt tot de studietijd en nu op het hoogste niveau.

Eigenlijk is dat traject bij toeval zo gegaan. Zoals zovele eenlingen voor haar trok Frenken een eigen plan dat er in eerste instantie op was gericht om in Nederland zo goed mogelijk te presteren. “Zodra je merkt dat je daar geen echte uitdagingen meer in kan vinden ga je over de grens kijken: Duisburg, Essen, dat soort wedstrijden”, legt de lichte skiffeuze uit. “En dan kom je er achter wat de buitenlandse toproeiers allemaal doen en dat zij op wereldbekerwedstrijden mogen starten. Dat wordt dan een volgend doel.” Maar niet iedereen is goed genoeg om die nieuwe doelen ook daadwerkelijk te bereiken. Frenken kennelijk wel. Zo vond ze zichzelf vorig jaar in Luzern, en mocht ze dit jaar zelfs tijdens twee wereldbekerwedstrijden acte de presence geven. De zesde plek in het sterk bezette lichte dames skiff-veld op de Rotsee is tot nog toe haar beste prestatie.

“Terugkijkend op die wedstrijd moet ik misschien nog wat meer durven. Het is niet dat ik slecht uit de start kom, maar de andere finalisten gaan gewoon zo veel harder weg. Die schakelen niet terug naar een rustiger tempo maar trekken door. Ergens ben ik daar iets te terughoudend in”, analyseert Frenken haar finalerace in Luzern. Daar heeft de Leidse roeister een punt. Alleen de Griekse Alexandra Tsiavou en de Zwitserse Pamela Weisshaupt steken met kop en schouders boven de rest uit. Alle andere roeisters zijn met een meer gedurfde race binnen handbereik.

Gelukkig krijgt Frenken van de roeibond ook de kans om die verbetering af te dwingen. “In het vliegtuig vertelde René Mijnders dat ik het WK in Bled mocht starten. We zaten eigenlijk nog te bedenken hoe we de roeibond gingen overtuigen, maar kennelijk was dat niet nodig”, lacht Frenken. Maar ergens is het ook niet raar dat Frenken dat vertrouwen krijgt van het technische kader van de KNRB. Haar doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en steeds duidelijker openbarende talent zijn eigenschappen waar de roeibond zichzelf voor in de handen mag wrijven. Dat ze nu aansluiting heeft bij de Nederlandse equipe lijkt nog maar het begin, het WK een volgende stap op de ladder.

Frenken zelf laat het allemaal over zich heen komen. “In principe mag ik mee op trainingskamp voorafgaand aan het WK, maar ik weet nog niet goed hoe we dat gaan doen. Nienke [van Zijp, haar coach, red.] kan niet mee dus er moet iemand zijn om me gedurende die drie weken te begeleiden.” Wie dat wordt kan de Leidse roeister nog moeilijk zeggen. Jan Klerks misschien, maar de ervaren coach van de KNRB, die de laatste jaren wel vaker als vliegende keep fungeert, heeft het al druk genoeg. Hij assisteert Susannah Chayes met haar vrouwen en houdt ook een oogje in het zeil bij zowel de lichte mannen als lichte vrouwen dubbeltwee.

En is er geen begeleiding? Ach, dan lijkt er geen man overboord. Marie-Anne Frenken is er de persoon niet naar om daar over in te zitten. Dan traint ze niet in Frankrijk en Italië maar gewoon op de haar vertrouwde Leidse wateren, peddelend tussen de sleutelstad en Leidschendam. Zo zorgeloos zit ze in elkaar. Alsof ze elk moment fluitend haar knapzak met ervaring dicht kan vouwen en de avondzon tegemoet kan wandelen. Op naar een volgend avontuur. En dat avontuur, dat gaat er zeker komen. Misschien niet tijdens de Olympische Spelen van Londen, zoals ze zelf ook al aangeeft, maar zeker wel daarna. “Zolang ik nog met plezier in mijn skiffje zit, ga ik wel door.” En zo is het maar net.