De Holland Beker is sinds jaar en dag dé wedstrijd in Nederland waar internationale topskiffeurs en -skiffeuzes voor komen opdagen. Het is ook de wedstrijd die exotische roeiploegen naar de Bosbaan lokt. Komend weekend is dat niet anders. We kunnen misschien wel spreken van het breedste veld sinds jaren – op de wereldbekerwedstrijd in 2007 na dan. Wellicht een handje geholpen door de EHEC-crisis in Duitsland en de daarom minder bezochte wereldbeker in Hamburg zijn er een aantal kleurrijke boten op de Amstelveense wateren afgekomen. Maar welke Deense verenigingsboot is nou wel goed en welke niet? En wie zijn nou eigenlijk de Britse roeiers in de zware dubbeltwee? NLroei wijst een weg door de jungle die de Holland Beker heet. Zonder voorspellingen, maar met tips. Pak de verrekijker dus maar alvast.
Vanzelfsprekend zijn de Holland Beker en de Ladies’ Trophy de twee prijzen waar het allemaal om draait. Daarvoor komen de echte kanonnen van stal. Dit jaar strijden de regerend kampioen Ondrej Synek (Tsjechië), vice-wereldkampioen Mahe Drysdale (Nieuw-Zeeland), oude bekende Tim Maeyens (België), de sympathieke Lassi Karonen (Zweden), de talentvolle Duitser Karsten Brodowksi en de Nederlandse hoop in bange dagen Mitchel Steenman om de beker der bekers. Het is enige tijd geleden dat het skiffveld een dergelijke dichtheid had dat de Nederlanders bang moesten zijn dat ze geen finaleplaats haalden. Mocht het komend weekend goed weer zijn dan is het zomaar mogelijk dat kemphanen Drysdale en Synek elkaar tot zulke grote hoogten weten te jagen dat het al dertien jaar oude internationale Bosbaanrecord van Xeno Müller (6:38.80) eraan gaat. Synek was al eens dichtbij; in 2007 zette hij 6:40.60 op de klokken. Nog maar twee seconden te gaan dus.
Voor de Ladies’ Trophy is er een iets minder grote groep met kanshebbers dan bij de mannen. Emma Twigg, vorig jaar nog enigszins verrassend derde tijdens de wereldkampioenschappen in Nieuw-Zeeland, kon in Hamburg nog niet opboksen tegen de ervaren Ekaterina Karsten. Maar hoe zal het een week later zijn? Kan Karsten, buitengewoon erelid van Skøll, haar elfde titel winnen? De 38-jarige Wit-Russische krijgt verder concurrentie van Mirka Knapkova (Tsjechië). Voor Nederland zijn de interessantste deelnemers Nicole Beukers (Njord) en Kirsten Wielaard (Nereus). Beide dames hebben hun oog laten vallen op het WK onder 23, maar Beukers lijkt gezien haar resultaten op de wedstrijden tot zover de betere papieren te hebben in de eenmansboot. De aanwezigheid van Ilse Paulis (Salland) in dit veld is ook bijzonder te noemen. Wie weet kan de juniorenroeister uit het Overijsselse Gramsbergen hetzelfde kunstje herhalen als op de Hel van het Noorden: de senioren inpakken.
De aandacht van het Nederlandse roeipubliek zal verder uitgaan naar de prestaties van de nationale ploegen in de aanloop naar de wereldbeker in Luzern. Zal de nieuw geformeerde zware vier-zonder met Meindert Klem, Jozef Klaassen, Kaj Hendriks en Ruben Knab het weten te winnen van de lichte vier-zonder (Muda/Muda/van den Ende/Heijbrock)? Hoe zal het de Holland Acht en de nationale vrouwenacht vergaan op ‘hun’ wedstrijd? De mannen van Maurogiovanni en McGowan hebben louter Nederlandse tegenstanders, maar de vrouwen moeten nog af zien te rekenen met de Canadese damesacht. In Sint Petersburg was het nog een oranje feestje, maar hoe zal het zijn voor het thuispubliek?
De topploeg van Canada is evenwel niet de vrouwenacht, maar de mannen twee-zonder. Scott Frandsen en Dave Calder begonnen in 2008 pas aan hun olympische campagne richting eeuwige roem, maar eindigden in Peking desondanks op de tweede plaats achter de legendarische Australiërs Drew Ginn en Duncan Free. Frandsen en Calder hebben ditmaal iets eerder de handschoen opgepakt en vormen een serieuze bedreiging voor de gevestigde orde in de twee-zonder, het Britse duo Triggs Hodge/Reed en met name de Nieuw-Zeelanders Bond en Murray. Tijdens de Holland Beker zullen ze vooral moeten afrekenen met Gyas-roeiers Rogier Blink en Nanne Sluis. Na hun finaleplaats in München willen de Groningers in Luzern doen wat vorig jaar niet lukte: de medaillestrijd halen. De Australiërs Lockwood en en Buckland zijn overigens ook niet de minsten. Vorig jaar kwamen ze tot een bronzen medaille in de mannenacht in Nieuw-Zeeland.
Maaike Head en Rianne Sigmond staan in zowel de lichte als de zware dubbeltwee ingeschreven op beide dagen, maar zullen gezien de concurrentie en de grote hoeveelheid inschrijvingen niet alles starten. Sowieso wordt het interessant om te zien hoe de Rotterdamse dames het er dit keer van afbrengen tegen het Britse duo Hosking/Goodsell. En met ook wereldrecordhoudster op de ergometer, de Amerikaanse Ursula Grobler, op de deelnemerslijst van de dubbeltwee wordt het nog een spannende pot op zondag. De zware vrouwen, waaronder de nationale zware dubbeltwee van Canada, met zilveren medailliste Emma Darling uit de vrouwenacht van 2010, kunnen in dit open veld kunnen hun borst nat maken. De lichte Canadese dubbel (Cameron/Jennerich), regerend wereldkampioen, vaart overigens in het zware senioren-B veld.
Met welgeteld 24 inschrijvingen is de lichte vrouwen skiff het grootste veld van de Holland Beker. Zonder de absolute Nederlandse top – Maaike Head en Rianne Sigmond – zullen de ogen gericht zijn op Marie-Anne Frenken. De lichte roeister van Njord zal echter een flinke kluif hebben aan de Britse Katherine Copeland. De Engelse skiffeuze was in München al goed voor een zilveren medaille, waar Frenken op de zesde plaats eindigde in de finale. De prijs voor de meeste exotische deelneemster gaat naar de skiffeuze uit Zambia, Antonia van Deventer. De van oorsprong Britse is de enige Zambiaanse roeier die op wereldniveau uitkomt. Saillant detail: Van Deventer was tien jaar geleden nog kettingrookster en dronk zichzelf een slag in de rondte totdat ze roeien ontdekte en in 2004 het Britse team haalde.
Voor de senioren-B roeiers is de Holland Beker een belangrijke graadmeter. Hebben ze zich al geplaatst, dan willen ze bewijzen over voldoende snelheid te beschikken. Mocht het startbewijs voor komende zomer nog niet binnen zijn, dan is het van belang om een goede tijd te varen en de rest van de pretendenten naar de tweede (of nog lagere) plaats te verwijzen. Van alle ploegen is de mannen dubbeltwee met Dirk Uittenbogaard en Freek Robbers voorlopig de boot waar de spotlights op zijn gericht. Het duo start maar één keer in het open veld, maar zal daar pittige tegenstand krijgen van de Britse (lichte) dubbeltwee met olympisch kampioen Mark Hunter en supertalent Kieren Emery. Door de blessure van Hunters vaste partner Zac Purchase is dit de enige manier om de tijdens de wereldbekerwedstrijd in München teleurstellende Britse dubbeltwee ritme op te laten doen.
Dat ritme opdoen is voor veel ploegen belangrijk. Iedereen heeft zo zijn eigen toernooi waar de Holland Beker een voorbereiding op is. Of het nou de wereldbekerwedstrijden in Luzern zijn, de wereldkampioenschappen voor roeiers onder 23 jaar in Amsterdam of de voor de Indonesische roeiers interessante Zuidoost-Aziatische Spelen vlakbij Jakarta. Maar waar alle ploegen het over eens zijn: de Holland Beker past in het plaatje. En het publiek kan van dat beeld genieten.


