Vijf jaar geleden ontstonden voorzichtige plannen voor een serie regionale talentcentra (RTC). In Rotterdam, Groningen, Tilburg, Amsterdam en Utrecht moesten de lokale studentenverenigingen met elkaar gaan samenwerken om op die manier de regionale talenten een betere voedingsbodem te bieden. Het plan betekende een min of meer gedwongen samenwerking tussen vaak gezworen vijanden: studentenverenigingen die veelal uit eenzelfde poel eerstejaars moeten vissen en die in eigen ogen als dag en nacht van elkaar verschillen. In 2011 plukt het systeem toch voorzichtig de vruchten van deze verbroedering, met het talentcentrum in Groningen als lichtend voorbeeld. “De filosofie is eigenlijk simpel: we zitten al zover van de Bosbaan af, dus is het zonde als we langs elkaar heen gaan werken.”
Martijn Witteveen is een van de drie coaches bij het RTC in Groningen. Samen met ervaren rot Mark Emke en diens directe assistent Niels van den Bovenkamp houdt hij zich bezig met de talentvolle roeiers binnen Aegir en Gyas. Op dit moment is de rolverdeling nog vrij eenvoudig: Emke en Van den Bovenkamp focussen zich op de grotere groep zware roeiers, Witteveen coacht de lichte sectie. Bij de dames en lichte dames is de spoeling nog wat te dun, maar Witteveen hoopt dat dit het komende seizoen al aan zal trekken.
Gezien de prestaties van het talentcentrum moet dat wel lukken. De mannelijke Groningse roeiers varen in veel (top)velden vooraan mee. De lichte vier-zonder van Witteveen kwalificeerde zich tijdens de trials voor het WK onder 23 komende zomer. Een groep roeiers die samen in het hoge noorden trainde en plotseling goed genoeg blijkt te zijn voor het talenten-WK. De zware Groningse acht van het talentcentrum, aangevuld met toproeiers Rogier Blink en Nanne Sluis, bleek tijdens de Head of the River eerder dit seizoen bovendien de sterkste. Veelbelovend, op zijn minst – stuk voor stuk hoopgevende resultaten.
“Het feit dat de toproeiers zich inzetten voor het RTC betekent veel”, vertelt Witteveen. “Door mee te roeien helpen ze de jongere garde vooruit, en los daarvan is hun steun ook een katalysator voor de samenwerking tussen Aegir en Gyas.” Hoe belangrijk deze medewerking ook is, de rol van de toproeiers staat of valt nog wel bij gratie van hun vrijwillige inzet en hun vrije tijd. Rogier Blink en Nanne Sluis maakten in het voorseizoen geen deel uit van de nationale selectie, trainden zodoende in Groningen en konden op die manier makkelijker steun geven aan het lokale talentcentrum. Het zou misschien een goede zet zijn als de KNRB alle toproeiers actief stimuleert om de RTC’s te steunen waar hun eigen vereniging bij betrokken is. En dat begint klein. “Tijdens de Hollandia had ik echt geen puf meer voor de acht”, zegt Blink over zijn rol in het RTC. “Maar ik weet hoezeer die jongens er naartoe hebben geleefd. Voor hen is een blik in de senioren-A acht wel gewoon een topprestatie. Dat heeft mij destijds genoeg gemotiveerd.”
Die motivatie werkt uiteindelijk ook door naar beneden. Een goed draaiend regionaal talentcentrum biedt niet alleen perspectief voor de talentcentra, maar ook voor fysiek getalenteerde scholieren en al roeiende jeugdleden. “Het zou mooi zijn als we uiteindelijk ook de Hunze kunnen betrekken bij onze activiteiten”, zegt Witteveen. “Uiteindelijk draait het immers om het investeren in nieuwe talenten.”
Het succesrecept om die talenten te vinden lijkt in Groningen te liggen bij samenwerking. Is de tijd over vijf jaar dan misschien rijp voor een algehele Groningse fusie? Is het talentcentrum niet een goede reden om die strijdbijl eens te begraven en aan de G.S.R.V. Aegyas te gaan denken? “Nee hoor, dat niet”, lacht Witteveen. “Bij de eerste- en tweedejaars is er nogal genoeg gezonde rivaliteit. Vanaf het derde jaar beginnen we met de talentvolle roeiers van zowel Gyas als Aegir bij het RTC. En bovendien: je krijgt van dat wedijveren heen en weer een flinke ruggengraat. Dat is bij roeien ook hard nodig.”



